Musis Sacrum Bakel

MSB historie 1940 – 1979

1940
Na de ruzie van 1932 met café Van de Poel, was men elk jaar bij een andere kastelein gaan teren. Het notulenboek schreef: “aan de beurt is Adr. Manders, vragen of het gelegen komt. Zo niet dan is Vermulst aan de beurt. De kosten vragen. Aan de burgemeester vragen of we op de teerdag herrie mogen schoppen en wat er in de zaal gedaan mag worden. Zaal vrij houden, bekend maken in het dorp en in de voornaamste dagbladen des lands”. Het was gezellig op die teerdag die dus inderdaad bij Vermulst werd gevierd. Tijdens die teerdag werd het idee geopperd om bij Vermulst te gaan repeteren. Alles was warmer dan die oude koude school en bij Vermulst viel ook nog iets te drinken. Dit werd het begin van een lange traditie die tot op vandaag voortduurt. (in 1990 ontving de familie Vermulst een tegelplateau van de fanfare voor 50 jaar gastvrijheid). Begin april hield men een ledenvergadering waarin werd besloten om in 1940 concerten te geven in Milheeze en Rips, of Brouwhuis. Het was een onzekere tijd en de oorlogsdreiging was duidelijk voelbaar. Men was zeer voorzichtig met het plannen maken! De geplande concerten op 4 april werden zelfs twee keer uitgesteld “wegens omstandigheden”. Het notulenboek van april schrijft dat “ondanks de gespannen toestand toch wordt besloten om door te zetten, zolang het van de autoriteiten mag”. Toen brak op 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uit.

DE TWEEDE WERELDOORLOG.
Na de inval van de Duitse bezetters verkeerde heel Nederland in onzekerheid. Het woord oorlog betekende natuurlijk niet veel goeds. De Duitse bezetters wilden dat na de inval het normale leven zoveel mogelijk werd hervat en zodoende zorgde voor rust onder de bevolking. Van militair geweld was in Bakel in het begin van de oorlog niet veel te merken. De fanfare besloot om gewoon door te repeteren. Die repetities waren op de zolder van café Vermulst in de Dorpsstraat. Op 6 augustus 1940 droeg pater Jan Manders in Bakel zijn eerste Heilige Mis op en na afloop werd hij, zoals toen gebruikelijk was, in een optocht met de fanfare en het gilde naar huis gebracht. De geplande zang en het muziekfestival van gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ ging op 29 augustus gewoon door. De fanfare won tijdens dit festival Fl.7,50. De soldaten die tijdens de mobilisatie van 1939 voor het Nederlandse leger waren opgeroepen, waren na de capitulatie van het Nederlandse leger door de Duitsers gevangen genomen. Om een gebaar van goede wil aan het Nederlandse volk te tonen liet men ze spoedig weer vrij. Het Nederlandse leger bestond niet meer en elke oud-soldaat keerde terug naar huis. Op 28 juni 1940 hield de fanfare een vergadering voor alle leden, waarbij de voorzitter een speciaal welkomstwoord richtte aan alle leden die gemobiliseerd waren geweest. Het was gebruikelijk op een jaarvergadering om het hele bestuur te herkiezen. Voorzitter Just Kanters gaf echter te kennen dat vanwege het feit dat hij in Mierlo-Hout woonde, het voorzitterschap een te zware klus vormde, dus hij stopte. De nieuwe voorzitter werd Wim van de Lievenoogen. Just Kanters werd 2e voorzitter. Ook secretaris Fried Reynders stopte en droeg zijn schrijfwerk over aan Ad Vermulst. Hannes Jaspers bleef de penningmeester. In oktober 1940 was er weer een ledenvergadering. De toestand was redelijk rustig te noemen en na het innen van de gebruikelijke contributie, besloot men dat het best mogelijk was om een winteruitvoering te geven, want zo veel vertier was er in die dagen nou ook weer niet. Wel vroeg het bestuur om de entreekaarten aan huis te verkopen, omdat men bang was voor weinig publiek te moeten spelen. Op 24 november 1940 gaf de fanfare een uitvoering met eigen toneel in het parochiehuis. Er was behoorlijk wat publiek.

1941
Omdat het een groot succes was, gaf men op 14 januari 1941 weer een winteruitvoering. De voedseldistributie werd ingevoerd. Hierdoor was het parochiehuis als distributiekantoor in gebruik en kon dus niet als concertzaal worden gebruikt. Na enige rondvraag waren de zusters van het Franciscushuis wel genegen om twee lokalen van de zustersschool in te richten voor de winteruitvoering van de fanfare. Die tweede winteruitvoering leverde maar liefst Fl.80,- entreegeld op. Men besloot om nog een derde uitvoering te geven. Weer in de zustersschool, samen met de toneelvereniging ‘Vriendenkring’ uit Milheeze, die een stuk opvoerde van Antoon Verberkt, getiteld ‘Stroopersleven’. In juli 1941 was er zelfs een concert buiten op straat voor café ‘De Kroon’. De krant schreef dat het “lang geleden was dat de fanfare op dergelijke wijze naar buiten was getreden. In november 1941 gaf men weer een uitvoering in de zustersschool. Dit keer samen met de toneelvereniging uit Lieshout. Op 2 december 1941 vierde de heer Soeterboek zijn 25-jarig ambtsjubileum als directeur van de Coöp. Stoomzuivelfabriek. Hij was altijd een trouw begunstiger geweest van de fanfare en een serenade was dan ook op zijn plaats. De eerste oorlogsjaren had de fanfare weinig last gehad van de Duitse bezetters, maar dat zou spoedig veranderen. In 1933 had Jozef Goebbels als propagandaleider van de N.S.D.A.P. in Duitsland een wet er door gekregen die hem machtigde de zogenaamde “Reichskulturkammer” op te richten, een orgaan dat het totale culturele leven van Duitsland beheerste en controleerde. Wat niet in de smaak van de “Kulturkammer” viel, werd verboden. Om als kunstenaar of musicus te kunnen werken moest men lid zijn van die Kulturkammer. Velen wilden dit echter niet en kozen gedwongen een ander beroep. Joodse kunstenaars konden geen lid worden. In Nederland werd in 1942 de “Kultuurkamer” ingesteld op dezelfde wijze als in Duitsland. Daarnaast stelde men ook nog de zogenaamde “Kultuurraad” in, een adviserend orgaan dat natuurlijk naar de pijpen van de Duitsers danste. De Kultuurkamer werd verdeeld in de zogenaamde gilden. Zo kende men bijvoorbeeld het Beeldhouwersgilde, het Schildersgilde en het Muziekgilde. Ook amateur muziekgezelschappen moesten lid zijn van de Kultuurkamer. Dit lidmaatschap werd overkoepelend geregeld via de muziekbond. Wie lid was van de Bond van Muziekgezelschappen was ook lid van de Kultuurkamer. Dus was het verstandig om het lidmaatschap van de bond op te zeggen. Zei men het lidmaatschap van de bond op, dan betekende dit, dat men werd gedwongen alle activiteiten te staken. Geen repetities, vergaderingen, serenades en concerten meer. Daarom besloten veel gezelschappen zichzelf dan maar op te heffen. Dit was echter geen eenvoudige zaak. Wie zichzelf als muziekgezelschap ophief, moest dit melden bij de “commissaris voor niet commerciële verenigingen en stichtingen” in Den Haag! De Duitse bezetters zagen wel dat bijna elke fanfare of harmonie ermee stopte, dus om nog enig grip op die gezelschappen te houden, werd besloten dat opheffing niet was toegestaan! De dirigent moest worden doorbetaald en de leden moesten contributie blijven betalen. Ook moest men een complete ledenlijst opsturen. Toen werd het duidelijk dat het Bondsbestuur niet heulde met de Duitsers en alle medewerking weigerde. Dit resulteerde later in deportatie van de bondsbestuursleden naar een concentratiekamp in Duitsland waar de meesten omkwamen.

1942-1945
Begin 1942 deed de fanfare nog een voorstel om de jaarlijkse teerdag te vieren. Zij het op een erg sobere wijze, namelijk “gezamenlijk uittrekken, boterhammen meebrengen, voor koffie wordt gezorgd!”. Op de tweede zondag van februari 1942 was er nog de 2e winteruitvoering en dan staat er in het notulenboek het woord….. liquidatie. Hierna zwijgen alle boeken. Het wordt stil rond de fanfare! Veel fanfares besloten dat de leden hun instrumenten mee naar huis moesten nemen, omdat centrale opslag een gevaar betekende in verband met Duitse plunderingen. In 1941 had het bestuur al besloten dat er voor het vaandel, wat men in 1939 cadeau had gekregen, een kist gemaakt zou worden, zodat het beter beschermd werd en in verband met de oorlog niet open en bloot hing. Maar goed, want het vaandel zou nog 45 jaar mee moeten! De oorlog woedde verder en er klonk enkele jaren geen fanfaremuziek in Bakel. Een dramatisch hoogtepunt van de Tweede Wereldoorlog vormde voor Musis Sacrum het overlijden van de erevoorzitter, burgemeester Willem Wijtvliet in een Duits concentratiekamp. Hij was naar Duitsland gedeporteerd omdat hij weigerde een aantal door de Duitsers gevorderde werkkrachten te leveren. Rond september 1944 vond er in en rond Bakel een concentratie plaats van terugtrekkende Duitse troepen. Sinds de landing in Normandië rukten de geallieerde troepen met grote snelheid op richting Nederland. De Duitsers groeven zich in in de bossen op de Gemertseweg en op de Roessel. Het zag er naar uit dat het in Bakel tot een gewapend treffen zou komen. Maar de geallieerde verkenners voerden enkele aanvallen uit op Duitse stellingen en die besloten zich toch maar verder terug te trekken, de Peel in richting Venray. Al terugtrekkend schoten ze soms wel eens flink richting Bakel. Fanfarelid Frans Goossens wist zich nog te herinneren dat hij destijds op de Gemertseweg werd verrast door zo’n Duitse beschieting. Het wapenschroot viel boven uit de eikebomen in zijn broek. Frans zocht dekking in een sloot en heeft daar een hele poos gelegen. Toen de beschieting in hevigheid toenam zocht hij dekking in de kelder van de familie Van de Vossenberg. Na een poosje ging Frans weer in de sloot liggen omdat het in de kelder enorm stonk. Later bleek dat de achterkant van Frans zijn jas vol stront zat, wat hij waarschijnlijk de eerste keer in de sloot had opgelopen. De geallieerden trokken Bakel binnen en het dorp werd bevrijd. Bakel kreeg na de bevrijding nog onverwacht hoog bezoek, want op een vroege ochtend reden de Engelse koning, Georg deV, en Sir Winston Churchill via Bakel naar Gemert. Ze wilden zich persoonlijk op de hoogte stellen van de vorderingen van de operatie “Rijnoffensief”. De terugtrekkende Duitsers en de oprukkende geallieerden troffen elkaar in Overloon, waar het tot een alles verwoestende tankslag kwam, die het dorp totaal vernietigde. Dat oorlogsgeweld bracht een grote stroom vluchtelingen uit die streek op gang die opvang zochten in bevrijd gebied. Velen vonden in Bakel onderdak. Bij die vluchtelingen die in Bakel onderdak vonden, waren uiteraard ook fanfareleden uit diverse dorpen in de buurt van Venray. Zo kon het gebeuren dat zo’n fanfarelid in Bakel een instrument aantrof op zijn tijdelijk gastadres en daar werd dan natuurlijk even op gespeeld. Naar het schijnt heeft er in de herfst van 1944 in Bakel een kleine uitvoering plaatsgevonden van een orkest bestaande uit deels vluchtelingen en deels leden van Musis Sacrum. Samen brachten ze een beetje plezier in die donkere dagen. Omdat het zuiden van Nederland in september 1944 was bevrijd, was er voor de fanfare geen belemmering meer om zichzelf nieuw leven in te blazen. Al in november 1944 werden de eerste aanzetten tot “heroprichting” gemaakt. Er werden een aantal lesmethoden bij Kessels in Tilburg besteld en tevens enkele nieuwe muziekstukken. De repetities zouden weer beginnen. De jaren dat de instrumenten ongebruikt bij de leden thuis stonden hadden toch hun sporen achtergelaten. De rietjes van de saxofoons waren totaal versleten en veel instrumenten kregen mankementen en werden bij Kessels gerepareerd. De repetities waren op de zolder van Vermulst onder leiding van Janus van de Poel. De financiële situatie was erg slecht want het kasboek schrijft op 1 januari 1945: saldo Fl. 84,02. Het bestuur besloot tot een donateursactie die maar liefst Fl. 971,- opleverde. De pastoor en de kapelaan deden er nog een schepje bovenop en spoedig had men ruim Fl. 1100,- in kas. Zo was er ook ruimte voor een nieuwe trombone en was men in staat om de dure reparaties bij Kessels te betalen. Eigenlijk was Janus van de Poel in 1942 al 50 jaar dirigent van Musis Sacrum. Maar vanwege de oorlog was dit nog niet gevierd. Het bestuur besloot dat het hoog tijd was om hem te eren, dus werd er een feestcomité opgericht. Op 29 juni was het feest van Petrus en Paulus en tevens de verjaardag van Janus van de Poel. Op die dag vond het gouden dirigentenfeest plaats. Het feestprogramma vermeldde dat de jubilaris om half 10 door het feestcomité en het fanfarebestuur werd opgehaald bij café ‘De Kroon’ (inmiddels overgenomen door Bardoul). Er was een plechtige Heilig Mis en een receptie. ’s Middags verzorgde fanfare St. Cecilia uit Milheeze, Musis Sacrum en het St.Willibrordusgilde een muzikale rondwandeling door het dorp en ’s avonds werd er door de beide fanfares een groot gecombineerd feestconcert gegeven onder leiding van de dirigent van de Milheezer fanfare, de heer Smeulders. Van een eventueel cadeau voor de jubilaris is helaas niets bekend. Waarschijnlijk omdat Janus zelf had voorgesteld om cadeaus maar af te schaffen vanwege de vele jeugdige leden. Janus van de Poel was een bekend figuur in de muziekwereld van toen. Hij had door de jaren heen veel contacten opgebouwd met collega dirigenten en zelfs componisten. Een van die contacten onderhield hij met de Eindhovense componist/dirigent Van Leest, tevens eigenaar van de muziekzaak Van Leest. Bij Van Leest kocht de fanfare ook diverse “marschen”, waarvan de rekeningen heel toepasselijk vermelden “marschen van Van Leest, spelen corpsen het meest”.

1946
In 1946 begon het leven weer enigszins normale vormen aan te nemen. Nederland was begonnen aan de wederopbouw. Ook het culturele leven krabbelde langzaam weer overeind. In Bakel waren er weer toneelavonden door de toneelafdeling van de fanfare en toneelvereniging ‘Ben Hur’, waarbij respectievelijk de fanfare en de ‘Musis Sacrum Boys’ het muzikale gedeelte verzorgden. De ‘Musis Sacrum Boys’ droegen hun financiële inkomsten netjes af aan de fanfare. In de regio werden weer festivals georganiseerd en Musis Sacrum won in Erp een derde prijs: Fl. 20,-. Op 8 mei 1946 werd er in Bakel een bevrijdingsfeest gevierd met een fanfareconcert en een fakkeloptocht. De krant schreef later “het was een schitterend gezicht. De hossende menigte met brandende fakkels en lampions achter de fanfare door het dorp te zien trekken”. Van deze optocht is een klein stukje film bewaard gebleven. Voor de fanfare waren de normale muzikale verplichtingen ook weer begonnen, zoals serenades brengen, de kermis openen in Brouwhuis, het verzorgen van muzikale wandelingen. Bijvoorbeeld op 21 augustus tijdens het festival van gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’. De jaarvergadering in juni sprak van een financieel gezonde situatie voor de fanfare. Joost Manders en Hein Vermulst waren in 1946 beiden 50 jaar lid van de fanfare. De repetitie verhuisde van de zondagmiddag naar de woensdagavond en Janus van de Poel kreeg een jaar na zijn gouden dirigentenfeest alsnog een passend cadeau aangeboden. In juli bestond fanfare St.Cecilia uit Milheeze 50 jaar. Reden voor een gezamenlijk concert. Bakel kreeg een nieuwe burgemeester: Van de Wildenberg, en die werd zoals gebruikelijk met de fanfare ingehaald. Op zijn verjaardag kreeg die verse burgemeester weer een serenade, waarbij hij erevoorzitter werd van de fanfare (net als zijn voorgangers dit ook waren). In augustus vergaderde de fanfare weer. Men sprak over het te laat komen op de repetitie en het slechte repetitiebezoek in het algemeen, een schijnbaar echte Bakelse traditie. In november nam men de traditionele Willibrordusdag weer op, welke jaarlijks door de fanfare en de schut werden gevierd met een muzikale wandeling en een vendelgroet. De winteruitvoeringen stonden weer op het programma, waarbij werd vermeld, dat de zaterdagvoorstelling alleen toegankelijk was voor “honoraire leden, eereleden en donateurs met hun dames”. Die winteruitvoeringen waren nog steeds een enorme bron van inkomsten voor de fanfare. Het seizoen 1946/1947 bracht maar liefst Fl.700,- op aan entreegelden. In december 1946 was er alweer een vergadering. Het bestuur hield duidelijk de vinger aan de pols. Men maakte de datum van de teerdag bekend en voegde er aan toe dat er een onderlinge muziekwedstrijd zou plaatsvinden, waaraan de leden zouden deelnemen, met als doel het beter zelfstandig leren blazen. Het bestuur zorgde voor leuke prijzen. Het zou een feest worden “net als vorig jaar”, alleen moest men de vrouwen en vriendinnen thuislaten. Voor de ledenwerving liet het bestuur een speciale folder drukken met daarop vermeld wie de fanfare was, wat ze deed en wat de kosten waren. Het slechte repetitiebezoek was aanleiding om de presentielijst weer in te voeren.

1947
In 1947 trouwde fanfarelid Frans Goossens met Tony Verbeek uit de Mortel. De fanfare bracht een serenade en ging daarna in de Mortel elk café die de Mortel rijk was binnen om er een consumptie te gebruiken op Frans zijn huwelijk. Een week later moest Frans ze allemaal af om de diverse rekeningen te betalen. In 1947 dook er een oude schuld op bij de Boerenleenbank die voor de oorlog was gemaakt. Omdat men het geld had werd er prompt betaald. Als het gilde jubilarissen had werd de fanfare ook verwacht. Zo vierden M. Smits en PietAdriaans in januari 1947 hun 25-jarig lidmaatschap van het St.Willibrordusgilde, dus bracht de fanfare een serenade. Molenaar Piet Adriaans had 25 jaar eerder best wel wat problemen gehad om lid van het St.Willibrordusgilde te worden. Dit was alleen voorbehouden aan mensen van boeren stand. Daarom kocht Piet een koe en het probleem was opgelost. De winteruitvoeringen waren weer druk bezet en de ‘Musis Sacrum Boys’ speelden weer op de ‘Ben Hur’ toneelavonden om “het ledige aan te vullen”. Die toneelavonden kregen een erg slechte recensie in de krant! Onder de vluchtelingen, die tijdens de oorlog in Bakel verbleven, zat ook een dirigent. Zijn naam was Keltjens en hij was de eredirecteur van de harmonie uit het Limburgse Lottum. Zijn kennismaking met Musis Sacrum resulteerde in een gezamenlijk concert in Lottum, wat hij overigens zelf dirigeerde. Janus van de Poel was vaak ziek en vond in de inmiddels naar Bakel verhuisde Keltjens een waardig assistent, al was Keltjens zelf ook de jongste niet meer. Keltjens gaf op de zolder bij Vermulst ook muziekles aan adspirant leden. Het was een hechte vriendenclub geworden, Janus van de Poel, Keltjens, Joost Manders, Hein Vermulst, enzovoorts. Samen bezochten ze ’s zondags na de mis menig café in Bakel. Vanwege de gemeentesubsidie gaf de fanfare nog steeds de zogenaamde verplichte concerten in Milheeze, Rips en Brouwhuis, zodat men daar ook wat muzikaal vertier kreeg. De ledenwervingsactie van het bestuur had succes. In 1946/1947 begonnen maar liefst 9 nieuwe leden. In 1947 gingen de schut en de fanfare voor het eerst na de oorlog weer “vogelschieten”. Op 25 september vond er op het pleintje voor De Kroon een zogenaamd “bevrijdingsconcert” plaats door de fanfare, koor Kunst en Vermaak en volksdansgroep ‘de Wielewaal’. Rond de tijd van de winteruitvoeringen maakt het kasboek altijd melding van “huur Balken”, waarschijnlijk om een podium van te bouwen.

1948
Zoals voornoemd, had Janus van de Poel een vriendschapsband met de dirigent, componist en muziekzaakeigenaar Van Leest uit Eindhoven. In januari 1948 ging de fanfare op concours in Geldrop met een werk van Van Leest. In de stromende regen voerde Musis Sacrum haar werk uit. Iemand hing nog een jas om de schouders van Janus van de Poel. Het resultaat was slecht, namelijk een derde prijs. Van Leest was erg kwaad en vond dat het puntenaantal hoger moest zijn, daarom stelde hij voor om zelf te komen dirigeren en het enkele weken later in Mill nog eens te proberen. Het resultaat was echter niet veel beter, een tweede prijs. Van Leest werd erg kwaad en zakte van woede door zijn stoel. Op 29 juni 1948 werd Janus van de Poel 79 jaar. Tevens vierde hij zijn 60-jarig lidmaatschap en 55-jarig dirigentschap van de fanfare waarvoor hij een prachtige medaille ontving. Er waren nog drie leden die op die dag feest hadden, namelijk Joost Manders, Hein Vermulst en Hannes Jaspers. Zij vierden hun 50-jarig lidmaatschap van Musis Sacrum. Janus had het bestuur al laten weten dat hij wilde stoppen als dirigent. Hij was een oude zieke man, die bij zijn geliefde fanfare steeds meer verstek moest laten gaan, zodat hij het tijd vond voor een opvolger. Als hij ziek was, werd de repetitie vaak geleid door Van Leest uit Eindhoven of door Keltjens. Ook zijn taak als directeur van het kerkkoor en organist viel hem steeds zwaarder. Hij kon zonder hulp de trap van het kerkkoor niet meer op. En tenslotte volgde André Goossens hem op als directeur van het kerkkoor. Met wat hulp bleef hij nog wel orgel spelen in de kerk. Dat orgelspelen – en meestal ook nog alleen zingen – deed hij tweemaal per dag. In al die jaren dat hij dit deed was dit verworden tot een verbazend ritueel. Op zijn orgel stond in de winter een bakje met gloeiende houtskool om zijn vingers aan op te warmen in de ijzig koude Bakelse kerk. Daarlangs verscheen in de loop der jaren een klein bordje. Dat bordje was voor de pruimtabak, waarop Janus kauwde als hij niet hoefde te zingen. Op het moment dat hij echter wel moest zingen, bleek Janus een perfecte timing te hebben voor het moment dat de pruimtabak op het bordje moest liggen. Ook de fanfarerepetities kenden hun ritueel. Janus gebruikte vaak de zogenaamde “maatmeter” ofwel de metronoom. Kon een muzikant zijn partij niet goed, dan moest hij van Janus, maar “ut” spelen, waarmee hij de “do” bedoelde (of dit wel klonk valt te betwijfelen). Tijdens muzikale wandelingen was een drumband of tamboer-maître onbekend. Toch moest er een soort teken zijn waarop men begon. Voorwaarts mars zou voor de hand liggen, maar Janus riep naar zijn muzikanten “Speult mar an”, waarna de tamboer een 16-tal maten trommelde en de fanfare begon te spelen. Voor elke repetitie haalde hij een enorme rode zakdoek uit zijn broekzak. Snoof zijn neus en riep “Dan zulle we mar beginne”. Zijn afscheidsfeest werd een groot gebeuren met een Heilige Mis uit dankbaarheid, een muzikale wandeling door de fanfare en een huldiging met aansluitend een receptie. Het was zelfs kermis in het dorp. Een ongekend fenomeen. Als hoogtepunt was er ‘savonds een concert op het kermisterrein door diverse verenigingen. Als iemand geëerd kon worden voor zijn verdiensten voor Musis Sacrum was dit Janus van de Poel. Hij werd op zijn afscheidsfeest benoemd tot eredirigent. Hij had in zijn zoektocht naar een opvolger echter niet stilgezeten. Via zijn vele deelnames aan concoursen en festivals was hem een bijzondere, jonge dirigent opgevallen uit Helmond, namelijk Martin van de Laar. Een telg uit een erg muzikale familie, waarvan vele broers ook dirigent waren. Janus had Martin van de Laar al enkele keren op een repetitie laten komen om “te luisteren”. Dit was eind 1947. Als Janus dan ziek thuis lag, zocht Van de Laar hem wel eens op. Tijdens zo’n ziekenbezoek vroeg Janus aan Van de Laar of hij, als Janus dood ging, de dirigeerstok wilde overnemen. Van de Laar aarzelde geen moment en zei “da’s goed” in de overtuiging “daar is wel iets van te maken”. Janus ging dus nog niet dood, maar gaf zelf zijn dirigeerstok over aan Van de Laar. Hij begon op 5 augustus 1948 voor Fl.3,- per repetitie of concert! De eerste repetities onder Van de Laar waren een beetje vreemd zo schrijft hij in zijn memoires. “In het begin liep niet alles van een leien dakje. Bijvoorbeeld: ze hadden een slecht repetitielokaal bij Vermulst op een open zolder. En veel muzikanten waren niet gewend om hun instrument mee naar huis te nemen. Die hingen hun instrument aan een spijker die in een balk zat bij Vermulst op zolder. De muziek bleef tot de volgende repetitie op de grote houten lessenaars liggen”. Dat kon dus niet vond Van de Laar. Na enig gepraat ging het steeds beter. Het was voor de leden natuurlijk ook een wereld van verschil. Toen Martin van de Laar zes jaar was, werden hem de beginselen van de muziek bijgebracht door zijn oom, die organist was in de kerk van Stiphout. Martin woonde in Mierlo-Hout. Hij werd lid van een kinderkoor en toen hij dertien jaar was, werd hij lid van de Mierlo-Houtse fanfare ‘Unitas’, waar hij verbazend snel vorderingen maakte op zijn piston. Na drie maanden speelde hij zelfs al de eerste pistonpartij op een concours in Oisterwijk. Dat zegt wel iets over zijn kwaliteiten. Al snel gaf hij zelf les aan de leerlingen van Unitas. Zoals met veel betere blazers gebeurt, ging ook Martin bij nog een ander korps spelen, namelijk ‘Phileutonia’ uit Helmond, waar P.Kwakernaat de dirigeerstok zwaaide. “Van hem heb ik veel geleerd”, sprak Martin altijd. Hij kreeg zelfs privé-les, omdat Kwakernaat wel gezien had dat het geen loze investering was. Martin werd een gezien trompettist. Hij zat nooit stil en bleef aan zijn muzikale opleiding werken, waarbij hij les kreeg van enkele prominenten uit de muziekwereld, zoals Hein Jordans, de concertmeester van het concertgebouworkest uit Amsterdam. n 1932 werd Martin dirigent van fanfare Unitas uit Mierlo-Hout. Zijn muzikale prestaties waren voor de NV Gloeilampenfabriek Philips aanleiding om hem als solotrompettist in dienst te nemen bij het Philips Symfonie Orkest. Officieel werd hij chef van de afdeling ‘Onderdelen’, “maar daar had ik net zoveel verstand van als een koe van pianospelen”, aldus Martin. Hij werd in 1938 dirigent van het Geldrops Muziekkorps. In 1939, tijdens de mobilisatie, was Martin ook weer dirigent van een stel bijeengeraapte muzikanten, die “onder leiding van sergeant Van de Laar opmerkelijk goed musiceerden”. Enkele jaren na de oorlog begon hij dus als dirigent bij Musis Sacrum voor Fl.3,- per repetitie. Hij maakte in korte tijd enorme vorderingen. De repetities werden goed bezocht, want er gebeurde iets op die repetities. Zelfs eredirigent Janus van de Poel kwam tijdens de repetitie vol bewondering luisteren naar zijn energieke opvolger. Musis Sacrum was na de oorlog wel lid van de muziekbond, maar nog niet ingedeeld in een muzikale klasse. Van de Laar begon met zijn fanfare in de tweede afdeling. De Tweede Wereldoorlog werd opgevolgd door de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Eén van de jongste fanfareleden, Frans van de Laar, werd in juli 1948 onder de wapenen geroepen om dienst te vervullen in de tropen. Hij zou tot 1950 wegblijven. Na 17 augustus 1949 werd de wapenstilstand officieel van kracht en kon men weer naar huis. Dit bleek een hele toer wegens het gebrek aan schepen. Eenmaal ingescheept was het nog bijna een maand varen naar Nederland. Hij keerde net als alle andere negentien parochianen / indiëgangers heelhuids terug. Bij aankomst in Bakel bracht de fanfare hem een serenade en bood de voorzitter hem een zilveren sigarettenkoker aan met inscriptie. Tijdens de oorlog werd er voor de nodige ontspanning gezorgd. In het parochiehuis werden door “het katholieke thuisfront” geluidsopnamen gemaakt voor speciale grammofoonplaatjes met familiegroeten en echte Bakelse vertegenwoordigers, zoals de voetbalclub, de toneelclub en de fanfare, die dan naar de Nederlandse militairen in Indonesië werden gestuurd. Na enig speurwerk hebben we enkele grammofoonplaatjes weten te achterhalen waarop de fanfare een mars speelt. Deze grammofoonplaat is één van de oudste muziekopnames van Musis Sacrum die in ons bezit is. In 1949 zou de fanfare haar 75-jarig bestaansfeest vieren, maar zoals altijd, was het gebrek aan geld een enorm probleem. De kas was nagenoeg leeg. Op de jaarvergadering werd voorgesteld om tijdens de kermisdagen een rad van avontuur te laten draaien om met de opbrengst de kas te spekken. Het bleek een gouden idee, want de opbrengst was maar liefst Fl.1200,-. Genoeg om een festival te organiseren. In september 1948 waren er vanwege de kroning van koningin Juliana diverse oranjefeesten in Bakel met veel volksspelen, waaronder fietswedstrijden met raar uitgedoste fietsen en veel verklede deelnemers. Het avondprogramma bestond uit muziek, zang en toneel door respectievelijk de fanfare, gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ en toneelvereniging ‘Ben Hur’. Het was die avond zeer druk in het dorp. Een paar dagen later was er een defilé ter ere van de nieuwe vorstin. De harmonie uit Lottum had in Bakel nog een concert tegoed en dit vond plaats op 16 oktober in het parochiehuis, samen met Musis Sacrum, die voor het eerst onder leiding stond van Martin van de Laar. Volgens goed gebruik maakten de beide korpsen voor het concert een muzikale wandeling door het dorp. De repetitie-avond van de fanfare werd vanwege de drukke bezigheden van dirigent Van de Laar verplaatst naar de dinsdagavond. Van de Laar was ook nog dirigent van een koor bij Philips uit Eindhoven, het Geldrops Muziekkorps en nog enkele gezelschappen meer. De winteruitvoeringen waren druk bezocht. Bakel zag de nieuwe dirigent helemaal zitten. In 1948 werd Noud van de Eikhof tot priester gewijd. De fanfare verleende hierbij natuurlijk haar medewerking.

1949
In 1949 kreeg de gemeente een derde fanfare binnen haar grenzen, namelijk fanfare ‘Concordia’ uit de Rips. Opgericht na een initiatief van de Ripse pastoor Vereijken. In mei was de tijd rijp voor een gezamenlijk concert door Bakel, Milheeze en de Rips. De fanfare van Milheeze was kwalitatief de beste in die tijd. “Ze musiceerden gaaf en indrukwekkend”. Bakel was de oudste en moest het laatste spelen. In Bakel was er in 1949 van alles te beleven. Op 6 en 12 juni vierde de fanfare haar 75-jarig bestaansfeest met een festival. Men kon zich opgeven bij Keltjens, en er waren natuurlijk weer geldprijzen te winnen. Maar liefst 10 deelnemers meldden zich aan, onder andere Stiphout, Milheeze, Dinther, Deurne, Mierlo, Mierlo-Hout, Erp en de Mortel. De sluitingsconcerten werden verzorgd door respectievelijk ‘de Bata Harmonie’ uit Best, ook onder leiding van Martin van de Laar en door een ander bekend korps uit die dagen, namelijk Concordia uit Loon op Zand. Ook namen aan het festival enkele zangverenigingen deel, wat toen een veel voorkomend gebruik was! Het hout voor het podium werd geleend bij de firma Raymakers uit Helmond, die de fanfare enkele weken later een fikse rekening stuurde, omdat het teruggebrachte hout dusdanig was ingeregend dat men het niet meer tegen een normale prijs kon verkopen. Tijdens het festival stonden er ook enkele kermisattracties in het dorp waarvan de staangelden voor de fanfare bestemd waren. Wanneer men daar de vermakelijkheidsbelasting van de gemeente weer aftrok hield men bijna niks meer over. Zelfs op de entreegelden hief de gemeente belasting. Onder de donateurs van het festival bevonden zich ook bekende namen, onder anderen Huub van Doorne, directeur van de latere DAF-fabriek. Huub was een belangrijk figuur bij de Deurnese harmonie en nodigde Musis Sacrum uit tot deelname aan het festival in Deurne op 21 augustus ten gevolge van hun 75-jarig bestaansfeest. Omdat de omstandigheden in 1946 niet toelieten dat het St.Willibrordusgilde haar echte 650-jarige bestaansfeest vierde, werd dit verschoven naar 1949. Zoals gebruikelijk met een gildefeest, was heel het dorp vol van vaandels, tamboers en gildebroeders vol zilveren schilden. De fanfares uit Bakel en Milheeze stonden garant voor het muzikale gedeelte. Martin van de Laar ging in 1949 nog een keer met Musis Sacrum naar een festival, namelijk in Mierlo-Hout, waar men maar liefst Fl.75,- won. De middenstandsvereniging in Bakel organiseerde in december de zogenaamde winkelweek waarbij er mooie prijzen te winnen waren. De burgemeester, Van de Wildenberg, verrichtte de opening waarbij de fanfare door het dorp trok.

1950
De fanfare begon onder Van de Laar steeds beter te presteren. Na de winteruitvoeringen van 1950 was het publiek dan ook vol lof. Op 3 februari 1950 overleed, na een slopende ziekte, Janus van de Poel. Hij werd met korpseer begraven. De reeks successen die de fanfare onder leiding van Van de Laar zou behalen heeft hij niet meer mogen meemaken. Janus had een hond, die toepasselijk de naam ‘Bloem’ droeg. Janus was bakker van beroep. Toen Janus was begraven heeft zijn hond dagenlang op zijn graf gelegen. De grafsteen op zijn graf kwam er nooit ondanks de vele initiatieven die hiertoe werden genomen. Pas eind jaren tachtig zorgde oud-wethouder Huub Swinkels voor een houten kruis. Die winter studeerde de fanfare enkele nieuwe nummers in om op concours te gaan. Van de Laar wilde resultaat zien. Om de vorderingen vooraf te toetsen nam men deel aan het festival in Liessel en won een eerste prijs en Fl. 15,-. Van de Laar was ook dirigent in Stiphout bij de fanfare ‘De Vooruitgang’. In juni 1950 was er een groot gildefeest in Stiphout waar Bakel zowel met het gilde als de fanfare was vertegenwoordigd. Op 11 juni was het Bondsconcours in Ravenstein. De fanfares uit Bakel, Milheeze en de Rips namen deel en met succes. Zowel Bakel als Milheeze promoveerden. De jonge Ripse fanfare presteerde goed. Bakel scoorde 307 punten en promoveerde van de tweede naar de eerste afdeling. Toen men in Bakel terugkeerde maakte men een muzikale wandeling door het dorp, waarna een stroom van felicitaties in ontvangst werd genomen. In augustus gaf de fanfare een concert in Milheeze voor een aandachtig publiek. De krant merkte later op dat het jammer was dat zo’n concert nog steeds op de begane grond moest plaatsvinden. Was er nergens een verplaatsbare kiosk of een podium te vinden? Omdat de Duitse bezetters tijdens de oorlog de klokken uit de Bakelse kerk hadden gevorderd was het al jaren stil in de toren. Op 23 september 1950 kreeg men echter nieuwe klokken die met fanfaremuziek werden ingehaald.

1951
Bakel kreeg op 2 februari 1951 een nieuwe burgemeester, de heer Muyser. Hij had jaren in Nederlands Indië gewoond. De fanfare wachtte de nieuwe edelachtbare op bij Van Lierop op de Roessel en bracht samen met het gilde en de zangvereniging een welkomslied ten gehore zoals toen gebruikelijk was. De voorzitter van de fanfare, Wim van de Lievenoogen, deed een welkomswoord en schrok enorm toen de nieuwe burgemeester uit het gesloten rijtuig kwam, want hij was helemaal geel van kleur. De burgemeester was herstellende van geelzucht. Zoals gebruikelijk werd de burgemeester erevoorzitter van de fanfare. In juni was er een eerste Heilige Mis van Karel Swinkels, waarbij volgens oud gebruik het hele dorp aanwezig was, dus ook de fanfare en de schut. De fanfare speelde in een hogere afdeling dan het jaar ervoor en had ‘swinters niet stil gezeten. Martin van de Laar had zijn muzikanten goed gemotiveerd en nam in juni deel aan een festival in Volkel. Op 15 augustus werd er in Bakel flink gezongen op de “zang en muziekdag”. Vier gemengde koren met totaal 223 zangers lieten hun zangtalent horen, waarbij de massale uitvoering van enkele werken door alle zangers met begeleiding van de fanfare als hoogtepunt werd ervaren. Enkele dagen later bestond de Stiphoutse fanfare ‘De Vooruitgang’ 30 jaar en organiseerde men een festival waar de Bakelse fanfare aan deelnam. Die festivals waren nog steeds uitstekende gelegenheden om eens te laten zien wat men kon. Musis Sacrum telde 45 leden. Op 5 september werd sanatorium ‘St. Jozefsheil’ aan de Roessel door koningin Juliana geopend. Het dorp en sanatoriumterrein werden overspoeld door mensen. Toen de vorstin het terrein op wandelde hief de fanfare een plechtig Wilhelmus aan. Na de officiële opening liep de koningin via het bospad aan de achterzijde van het sanatorium naar de poort op de Roessel waar ze in een mum van tijd door de mensenmassa werd ingesloten. De krant schreef “geen macht die dat zou hebben kunnen voorkomen”.

1952
1952 zou voor Musis Sacrum een jaar worden wat men niet snel zou vergeten. Naast de jaarlijks terugkerende winteruitvoeringen in het parochiehuis, ging de fanfare als vanouds de eerste zondag in mei met muziek de straat op en verraste dit keer de bewoners van sanatorium ‘St.Jozefsheil’. Op 22 juni nam de fanfare deel aan het Bondsconcours in Horst. Ze behaalden met 274 punten een eerste prijs. Niet slecht voor de eerste keer in de eerste afdeling. Duidelijk een bewijs dat het vooruitging maar Van de Laar wilde meer en ging driftig verder met repeteren. Het dagelijkse leven in het begin van de jaren vijftig was nog eenvoudig. Nederland was nog steeds in de fase van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en op het gebied van ontspanning was er onder andere de radio, de fanfare en de kermis en dan hield het wel zo’n beetje op. Omdat de fanfare goed presteerde was de aanhang ook groot. Ook de donateursactie bracht goed op. Men kreeg zelfs een gift van het Anjerfonds. De kermis was voor de fanfare vaak een gelegenheid om middels een eigen kraam of een actie de kas van wat extra geld te voorzien. Zo organiseerde men in 1953 een dansavond. De kermis was toen nog zowat het enige grote feestgebeuren voor het volk. Op de kermisdinsdag werd (en wordt nog steeds) het vogelschieten georganiseerd door het St.Willibrordusgilde. Dat vogelschieten staat bol van oude gebruiken en rituelen die, zei het soms aangepast, tot op vandaag worden uitgevoerd. Het gilde begint de dag met een gildemis. Ondertussen verzamelt de fanfare. Na de mis gaat het gilde naar het clubhuis en is het tijd voor koffie en een snelle boterham. Na enige tijd komt de fanfare het gilde ophalen, waarna ze samen de pastoor en de burgemeester ophalen, het zogenaamde ‘kerkelijk en wereldlijk gezag!’ Dan gaat men naar het schietterrein, waar de houten vogel op de schutsboom wordt geplaatst en de eerste twee schoten voor het kerkelijk en wereldlijk gezag zijn. Iedereen kan meedoen door loten te kopen die tijdens de verschieting worden getrokken, wat voor veel hilariteit zorgt. Vroeger bezat Bakel geen schutsboom, maar werd de vogel op de wieken van de molen bevestigd. Na de restauratie van de molen kreeg het gilde een eigen schutsboom. Is de vogel er eenmaal afgeschoten, dan mag de laatste schutter zich “kermiskoning” van dat jaar noemen. Hij moet een daalder betalen aan de tamboer en ontvangt een prachtige fluitketel. Daarna trekt de fanfare, het gilde en de nieuwe koning langs elk Bakels café om de kermiskoning aan de kastelein voor te stellen, die dan het hele gezelschap trakteert. Op het plein voor ‘De Kroon’ volgt nog een oud ritueel. Een vendelier stelt zich midden op het plein op en zwaait onder begeleiding van fanfaremuziek zijn vaandel. De fanfare en het gilde lopen drie rondjes rond het pleintje en gaan dan ieder terug naar hun eigen clubhuis. Vroeger, toen het vogelschieten nog bij de molen was, begon men met een soortgelijk ritueel. Het gilde en de fanfare trokken drie keer rond de molen om hem te “vrijen”, ofwel te bevrijden van kwade en boze geesten. Later bleek altijd dat de boze geesten een dag na de kermis huisden in de hoofden van fanfareleden en gildebroeders (of zou het dan toch aan de drank liggen?). In het fanfare-archief bewaren we een film uit de periode 1930-1933 waarin het vogelschieten prachtig wordt getoond. Het is één van de oudste films van de fanfare. Op 28 september 1952 nam de fanfare weer deel aan een concours. Dit keer in Valkenburg. Er viel op dit concours van alles te winnen en zo won Bakel ook nogal wat. Met 299 punten een eerste prijs met promotie naar de afdeling Uitmuntendheid en een lauwerkrans voor het hoogste aantal punten in de eerste afdeling. Verder kreeg men de kleine federatiewimpel die stond voor het beste korps van de 3e, 2e en 1e afdeling. En als kroon op het succes ontving Musis Sacrum de legpenning van Z.K.H. prins Bernhard, als beloning voor het hoogst aantal punten van het verplichte werk. Geloof maar dat de dirigent trots was op zijn muzikanten en op zijn succes. Al jarenlang werd het ontbreken van een kiosk als een gemis ervaren, dus besloot men om er eens werk van te maken. Dré Crul leverde het ontwerp voor de kiosk. In 1952 ontving elk gezin in Bakel een huis-aan-huis folder met als titel ‘Bakel blaast reveille’. In die folder stond een oproep van belangrijke Bakelse notabelen om voor de fanfare het oud papier te verzamelen voor de nieuwe kiosk. Ook de burgemeester plaatste een oproep. Na enige tijd begon het oud papier wat geld op te leveren, maar het tempo viel tegen en als men verder geen actie ondernam zou de kiosk nog jaren op zich laten wachten.

1953
Op 22 maart gaven de fanfare en gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ een zang- en muziekavond, waarvan de opbrengst bestemd was voor het rampenfonds van de watersnoodramp in Zeeland. Het fanfarebestuur zag wel dat het initiatief voor de kiosk grotere impulsen nodig had, dus werd er een kioskcomité opgericht. Dit bestond onder andere uit Jan Cornelissen als voorzitter en Dré Crul, die samen met P. Verbeek verantwoordelijk was voor het technische ontwerp. Verder een zestal leden. Het ontwerp was er, maar een geschikte plek was nog niet gevonden. Men vond dat de kiosk eigenlijk in een soort park thuishoorde, waarvoor P. Verbeek een artistiek ontwerp maakte. Toen kwam de groentetuin van het St.Franciscushuis in beeld, die eigendom was van de kerk. De kerk had geen bezwaar, want men kon de muziektuin ook voor kerkelijke evenementen gebruiken. Evenwel moest men eerst toestemming aan de bisschop vragen. Die toestemming kwam er en er werd een soort contract opgemaakt, dat de fanfare de mogelijkheid bood om een kiosk te bouwen. Echter voor het bedoelde park was er geen geld. Toen besloot de gemeente het betreffende perceel aan te kopen en te bestemmen als dorpsplantsoen om ook de aanplanting te realiseren. Er werd door de fanfare nog flink actie gevoerd om het geld voor de kiosk bij elkaar te krijgen! Begin mei 1953 kwam de bekende K.R.O.-musicus, Piet Lustenhouwer, naar Bakel om de fanfare aan een “critische test” te onderwerpen om te kijken of men geschikt was om radio-optredens te verzorgen voor het bekende radioprogramma “musicerende dilettanten”. In die tijd was radio een belangrijk medium. Televisie bestond nog niet. Na de nodige repetities nam de fanfare op 30 mei deel aan het Bondsconcours in Kaatsheuvel. De fanfare arriveerde eigenlijk net op tijd, want men stapte uit de bus en kon vrijwel meteen plaatsnemen op het podium. Martin van de Laar glunderde, want hij had zojuist te horen gekregen dat hij met het korps uit Son, waarvan hij ook dirigent was, een eerste prijs had behaald. De concoursen van toen verschilden nogal in opzet met de huidige vorm. Zo moest men langs het verplichte werk twee keuzewerken aanbieden, waaruit de jury dan een keuze maakte. Na het optreden was er een moment pauze waarin de jury haar beoordeling deed en hierna volgde voor elk korps meteen de uitslag, zodat latere correcties in juryrapporten en geschuif met punten onmogelijk was. Bakel behaalde met 280 punten een eerste prijs in de afdeling Uitmuntendheid. Het juryrapport was vol lof. Toen men laat op de avond in Bakel arriveerde, stond de fanfare nog een verrassing te wachten, want ondanks het late uur stond zustervereniging fanfare St.Cecilia uit Milheeze in de Dorpsstraat klaar voor het brengen van een spontane serenade. Bij Vermulst volgde weer een stroom felicitaties. Op 9 november ging de fanfare naar de K.R.O.-studio in Hilversum voor het eerste radio-optreden. Vanwege de goede prestaties op het concours in Kaatsheuvel werd de fanfare uitgenodigd om deel te nemen aan de kampioenswedstrijden in ‘s-Hertogenbosch. Alleen de korpsen uit de drie hoogste afdelingen die een eerste prijs hadden behaald mochten deelnemen. Toen de fanfare op 13 december bij het casino in ‘s-Hertogenbosch arriveerde zag Martin van de Laar dat achter de optredende korpsen een enorm gordijn hing, wat volgens hem de klank totaal wegnam. Dus weigerde hij met Bakel op te treden als het gordijn bleef hangen. Het gordijn werd verwijderd. Bakel speelde, behaalde 286 punten, maar behaalde net geen kampioenschap. Het jazzorkest, de ‘Musis Sacrum Boys’, had al enkele jaren niet meer opgetreden en enkele leden vonden dat langs de serieuze muziek best wel een vrolijke noot kon klinken, dus werd er weer een klein blaasorkestje geformeerd wat een half uur voor de fanfarerepetities oefende onder leiding van Martin van de Laar. Ze noemden zich ‘De Zandhazen’.

1954
De fanfare ging in 1954 haar 80-ste verjaardag vieren met een keur aan activiteiten. De fanfareleden waren de eerste zes maanden druk in de weer met het bouwen van de kiosk. En de gemeente toverde de voormalige groentetuin om tot een prachtig park, compleet met verlichting, zodat het ook ‘savonds gebruikt kon worden. De R.K. Jonge Boeren Stand hielp mee met het graven van het grondwerk. De agenda in de krant schreef in het voorjaar van 1954 elke dag bij Musis Sacrum “iedere avond werken aan de muziektuin”. De bekende Bakelse fotograaf, Jan van de Kam, maakte tijdens de bouw een complete fotorapportage. In de muziektuin kwam een grote zuil staan met een beeld erop. Dat beeld werd door Verbeek zelf gemaakt. De fanfareleden zorgden voor de zuil, een taps toelopende obelisk. Er zijn nog enkele smakelijke anekdotes bekend uit die periode. Zo kwam Frans Vermulst tijdens het verwijderen van de bekisting aan de binnenkant van de zuil nogal klem te zitten en het had nogal wat voeten in aarde voor hij er weer uit was. Hij werd er met een touw om zijn voeten uitgetrokken. Toen de obelisk rechtop gezet was, moest het grote beeld erop worden geplaatst. Dré Crul en Marinus Manders begaven zich samen met het beeld op twee luid krakende ladders en plaatsten het beeld boven op de zuil. De fanfare werd in het voorjaar van 1954 gevraagd om het sluitingsconcert in de Mortel te verzorgen ter gelegenheid van een jubileumfeest van de Mortelse fanfare. In de Mortel werd van de fanfare een groepsfoto gemaakt met erevoorzitter burgemeester Muyser in het midden. Zo had men een mooie foto ten gunste van de 80-ste verjaardag. Tijdens dat sluitingsconcert vond Martin van de Laar dat de aandacht van de fanfare wat verslapte en begon luid op de vloer van de kiosk mee te stampen. Op verzoek van de fanfare gaven de bekende ‘St.Lucia zangertjes’ uit Mierlo-Hout in het parochiehuis een uitvoering van de operette ‘Hans en Grietje’. De fanfare had een enorme aantrekkingskracht op de jeugd, zodat het bestuur besloot om de leerlingen op maandag een eigen repetitie-avond te geven. De rest van de fanfare repeteerde op woensdag. Dan was eindelijk het moment aangebroken dat de muziektuin klaar was. De officiële opening vond plaats tijdens de muziekfeesten ter gelegenheid van het 80-jarig bestaansfeest van de fanfare tijdens de pinksterdagen. De ontwerper, Verbeek, had de tuin voorzien van de nodige symboliek. Zo waren de paadjes en perken aangelegd in de vorm van een lier. Dit, omdat er in de muziektuin profane muziek zou worden beoefend. Die liervorm kwam terug in het smeedwerk van de grote poort. Die poort was door de fanfareleden Ferd van de Poel en zijn zoon Hendrik gemaakt. Boven de poort prijkte in sierletters ‘Muziekhofke’. De poort hing in twee zuilen met een liermotief en twee lantaarns er op. De kiosk stond in het hart van de tuin en vanwege de geluidstechniek lag er vlak achter de kiosk een niervormige vijver. Dit, omdat de Bakelse gemeenschap muziek maakt uit “hart en nieren”. Dan stond er langs de vijver de obelisk of zuil met het beeld erop vervaardigd door P. Verbeek zelf. Dat beeld, een vrouwenfiguur met harp, was het toppunt van symboliek. Een dynamische figuur die de dynamiek van de muziek moest voorstellen met krachtige benen die het lichaam konden verheffen, waarmee bedoeld werd dat de mens door muziek tot verheffing kan komen. De hoog uitgestoken arm die een lier omvat en het omhoog gerichte blik geeft aan “de verheffing aan de menselijke geest door muziek en het verkrijgen van een hogere gedachte”. Tenslotte was het bovenlichaam van de vrouw fors uitgevoerd wat de vruchtbaarheid moest uitdrukken als zinnebeeld van de vruchtbare werking van muziek op de menselijke geest. Dus er was goed over nagedacht. Op eerste Pinksterdag 1954 stak Bakel de vlag uit. De muziekfeesten begonnen. Pastoor Sanders verrichtte de inzegening van het ‘Muziekhofke’, waarbij hij een toespraak hield en sprak van “een klein paradijs”. Rond half zes formeerde zich voor café Vermulst een bonte stoet bestaande uit Musis Sacrum, het St. Willibrordusgilde, gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ en fanfare St. Cecilia uit Milheeze. Men trok tot aan de poort van het ‘Muziekhofke’ waar Jet Muyser, de dochter van de burgemeester, het lint doorknipte. De trotse fanfare betrad voor de eerste keer haar nieuwe kiosk en speelde een plechtig Wilhelmus. Er was veel publiek bij de opening. De burgemeester zei in zijn openingstoespraak: “Zo’n korps 80 jaar te mogen bezitten is een weldaad”. Iedereen die had bijgedragen aan de totstandkoming van het ‘Muziekhofke’ werd geprezen en in het bijzonder de beide ontwerpers Crul en Verbeek. Toen voerde de fanfare de première uit van de door Martin van de Laar gecomponeerde ‘Bakels jubileummars’. Jan Cornelissen, de voorzitter van het kioskcomité, bood toen de kiosk aan, uiteraard met een toespraak waarin een speciaal dankwoord voor Joost Manders, die voor een goede financiële basis had gezorgd. Voorzitter Wim van de Lievenoogen bood de heren Crul en Verbeek een fotoalbum aan met daarin een reportage van de bouw. Vanaf nu hoefde de fanfare geen platvloerse concerten meer te geven. In 1954 waren er ook nog vijf jubilarissen bij de fanfare. Jacques Beijers, de toenmalige secretaris, mocht de jubilarissen decoreren met de zilveren speld. Wim van de Lievenoogen was voorzitter maar ook jubilaris, zodat hij moeilijk zichzelf kon huldigen. De andere jubilarissen waren Jan Joosten, Friedje Reinders, Frans Vermulst en Jan van de Poel, allen 25 jaar lid. De jubilarissen kregen van de fanfare nog een feestmars. Het St.Willibrordusgilde bracht een vendelgroet en de officiële opening was klaar. Meteen daarna begonnen de muzikale activiteiten van het festival, met optredens van fanfare St.Cecilia uit Milheeze en gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ uit Bakel. Musis Sacrum speelde het sluitingsconcert in een verlichte tuin. Tweede Pinksterdag waren er optredens van korpsen uit Mortel, Gemert en Someren, het ‘Helmonds Muziek Corps’ en het sluitingsconcert door de ‘Koninklijke Harmonie Deurne’. In het dorp stonden diverse kermisattracties, zoals schommels en een danstent. Dinsdag na Pinksteren was er nog een festivaldag met optredens van de fanfare uit Mierlo-Hout en de Bata harmonie uit Best onder leiding van Martin van de Laar. En de zondag erna tenslotte was de laatste dag van het festival. Hier speelden de gezelschappen uit Aarle-Rixtel en de Rips, beiden onder leiding van Ad van de Laar, de broer van Martin. De hele regio had in die vier dagen op de nieuwe kiosk geblazen, dus men zou Bakels ’Muziekhofke’ in de toekomst wel weten te vinden. Elk korps dat concerteerde op de nieuwe kiosk maakte vooraf ook nog een muzikale wandeling door het dorp. De Koninklijke Harmonie Deurne viel op door het bezit van een drumband. Musis Sacrum bezat geen drumband.

Het ontstaan van de drumband 1954
Rond 1954 had de fanfare naast een bekkenist, een grote trom speler en een concerttamboer nóg een paar tamboers die mee de straat op gingen. Ze speelden in de pauzes van de fanfaremarsen hun tamboermarsen en vormde een soort kleine drumband. Op initiatief van concerttamboer Toon Martens en tamboer Marinus Manders werd er actie ondernomen om tot een echte drumband te komen. Toon Martens was een erg begaafde tamboer en tot wijd in de omgeving bekend. Er begonnen zich enkele nieuwe tamboers aan te melden want op enkele plaatsen in Bakel waren er al mensen met trommelen begonnen, zoals bij de familie Manders en bij Toon Martens thuis. Toon Martens werd de eerste instructeur van de drumband. De eerste leden waren Martien van der Horst, Frans en Hein Manders, Peter en Sjang van Berlo, Gerrit Joosten, Jan van de Eikhof, Marinus Manders en instructeur Toon Martens. Het leren trommelen ging gepaard met de nodige repetities. Men sloeg, vanwege het nog ontbreken van voldoende trommen, op alles wat maar geluid maakte, zoals het kistje van de naaimachine en hardhouten plankjes. Voor de stokken werden onder andere stoelpoten gebruikt. Kortom, arme troef. Na enige tijd kocht het bestuur enkele tweedehands trommen, maar niet genoeg. Na veel poetsen en nieuwe tromvellen monteren werden het redelijke instrumenten. Zo’n trom had toen nog kalvervellen en darmsnaren voor de trilling. Die kalvervellen kon men niet gebruiken als het regende, want dan werden ze slap en kwetsbaar. Plastic vellen, zoals vandaag de dag, waren nog niet voorhanden. Ook het lopen met een trommel is moeilijker dan men denkt, dus was het oefenen geblazen. Enkele leden repeteerden thuis op “den hofpad”. Onder de jonge leden waren bijvoorbeeld Frans Manders, die met een normale trom nog niks kon doen, omdat die nog te groot was. Daarvoor maakte Marinus dan zelf een trommel. Na de nodige repetities liep de drumband voor de fanfare. Het wisselen van de fanfaremarsen en de drumbandmarsen verliep niet vlekkeloos omdat men geen tamboer-maître had. Toon Martens werd de eerste tamboer-maître. Niet met een stok maar met een bezemsteel. Voorzitter van de Lievenoogen vond die bezemsteel niks en kocht een echte tamboer-maîtrestok.

1955
Ook 1955 zou weer een succesjaar worden voor Musis Sacrum. De drumband was onder instructeur Martens zover gevorderd dat men op straat voor de fanfare liep. Het was een flink gezelschap geworden, wat vooral in het begin tijdens het samen marcheren wat onwennig was, getuige het volgende verhaal. De fanfare had niet stilgezeten en vervolgde haar weg naar de top. Op 26 juni ging men op concours in Veghel met als resultaat een eerste prijs met promotie naar de ereafdeling met 302,3 punt. De fanfare gaf in juli een concert voor de Paters van het missiehuis ‘Christus Koning’ in Brouwhuis. Het fanfarebestuur deed alles om muziek in het ‘Muziekhofke’ te laten klinken. Zo concerteerde op 17 september 1955 de ‘Johan Willem Friso Kapel’ uit Assen onder leiding van J.P. Laro in het ‘Muziekhofke’. Ze gaven een prachtig concert! De vanwege gemeentelijke subsidie verplichte concerten in de diverse kerkdorpen trokken volle zalen. Zo ook bijvoorbeeld in oktober 1955 in de Rips. De gratis concerten inBakel waren natuurlijk in het ‘Muziekhofke’. De winteruitvoeringen waren tot dan toe in het parochiehuis, omdat dat de enige grote zaal was in Bakel. Fanfarelid en kastelein Ad Vermulst had in 1953 een begin gemaakt met de bouw van een grote zaal achter zijn café aan de Dorpsstraat. In de herfst van 1955 was die zaal zover klaar dat ze gebruikt kon worden. De opening zou pas jaren later komen. Op 14 november 1955 gaf de fanfare haar eerste concert in zaal Vermulst. De krant schreef dat de fanfareleden zich makkelijk lieten leiden door Martin van de Laar. Zustervereniging fanfare St.Cecilia uit Milheeze vierde haar 60-jarig bestaansfeest met tal van activiteiten, waaronder een solistenconcours. Toon Martens schreef in samen met enkele jeugdige drumbandleden, waaronder Hein en Frans Manders, respectievelijk 8 en 5 jaar oud. Toen Frans aan de beurt was, werd hij op het podium gezet en na de bel van de jury moest hij beginnen. Hij trepelde wat op en neer want hij moest plassen. Dit leverde zijn eerste applaus op.

1956
Die winter werd er door de fanfare weer druk gerepeteerd, want men ging weer op concours. Dit keer in Budel-Dorpplein. Met 38 werkende leden, kwam men uit in de ereafdeling en behaalde met 295 punt een dikke eerste prijs. Wie nauwkeurig kijkt naar de resultaten van Musis Sacrum onder leiding van Martin van de Laar ziet, dat hij er een kunst van maakte om de eerste keer dat men in een afdeling uitkwam een eerste prijs in de wacht te slepen en de tweede keer promoveerde naar een hogere afdeling. De droom van elk muziekkorps. Dat ging natuurlijk niet zonder slag of stoot en veel oudere leden spreken van de enorme inspannende repetities onder Martin van de Laar. Na het behaalde succes in Budel volgde uiteraard weer een receptie vol woorden en enveloppen. In juli 1956 maakte de fanfare een muzikale wandeling vanwege een propaganda-actie van ‘Veilig Verkeer Nederland’. Hard nodig, zo bleek later, want de oud-ijzeractie bracht voor bijna Fl.1000,- aan oude lorren op, zo schreef de secretaris. De jaarvergadering van 1956 leverde een bijna compleet nieuw bestuur op. Het zittende bestuur vond de tijd rijp voor vernieuwende ideeën. Zittend voorzitter Wim van de Lievenoogen memoreerde op die jaarvergadering dat het niet meer te doen viel om tegelijk bestuurslid en musicerend lid te zijn. Mede omdat de fanfare in zo’n hoge afdeling speelde en de repetities dus nogal zwaar waren. Dus stelde men voor om een totaal nieuw bestuur te vormen uit niet-musicerende leden, zodat men de bestuurstaken naar behoren kon uitvoeren. Om tot zo’n “leken” bestuur te komen moesten alle kandidaten eerst geballoteerd worden, ofwel over hun eventuele lidmaatschap werd door de leden gestemd. Iedereen werd zonder tegenstemmen aangenomen. Voorzitter Wim van de Lievenoogen werd opgevolgd door P. Verbeek, die de fanfare nog kende van de door hem gemaakte ontwerpen voor het Muziekhofke’. Frans Vermulst werd als penningmeester opgevolgd door Janus Slits, maar bleef in het bestuur, net als Frans Goossens. Dré Crul werd vice-voorzitter Van de Wildenberg. Dorus Kanters en J. Martens werden lid en Lambert van Soest volgde Jacques Beijers op als secretaris. Aan die secretariswisseling zit nog een leuk verhaaltje verbonden. Omdat bij correspondentie wel makkelijk was, dat de naam en het adres van de secretaris op het briefpapier vermeld stond, bestelde Jacques Beijers bij een drukkerij in Deurne nieuw briefpapier. Hij vertelde aan de drukker dat we een nieuwe secretaris hadden die op het briefpapier vermeld moest worden. Zijn naam is L. van Soest, Bergstraat te Bakel. De drukker viel Jacques in de rede dat hij niet zo snel moest praten, want hij moest de gegevens opschrijven. Geïrriteerd zei Jacques Beijers de gegevens overdreven langzaam op. Hij zei L. van Lodewijk van Soest, enzovoorts. Een week later bezorgde de drukker het papier met daarop: fanfare Musis Sacrum, secretaris L. van Lodewijk van Soest. De kermis van 1956 was een bijzondere. De opening werd verricht door een concert in het ‘Muziekhofke’ door fanfare ‘De Vooruitgang’uit Stiphout. Toen al een erg goede fanfare onder leiding van Martin van de Laar. Musis Sacrum haalde de Stiphoutse fanfare aan de rand van het dorp op. Het traditionele kermissluiten werd in 1956 op bijzondere wijze uitgevoerd. In plaats van een muzikale wandeling door het dorp, klom de fanfare op een wagen en reed naar diverse uithoeken van het buitengebied om aan die bewoners een serenade te brengen. Halverwege moest men vanwege de regen terug naar het dorp. De drumband trok ‘savonds alleen door de straten. Toen in 1954 de drumband werd opgericht, had men alleen platte trommen. Pauken en een grote trom ontbraken. Er werd een zogenaamde paukenactie gestart die in de loop van 1956 genoeg geld opleverde voor de aanschaf van twee pauken, die met Bakel kermis voor het eerst de straat op gingen, bespeeld door Tjeu Vermulst en Wim van Lierop. Bij Vermulst op het buffet stond een busje met een bordje “grote overslagtrom Musis Sacrum”. Na verloop van tijd bevatte dit busje Fl.100,-. Genoeg voor een grote trom. De eerste bespeler was Jan van Boekel. Op 15 september 1956 brachten de korpsen waar Martin van de Laar dirigeerde hun dirigent een serenade. Dit waren: Musis Sacrum Bakel, ‘De Vooruitgang’ uit Stiphout, de ‘Bata Harmonie’ uit Best en het ‘Geldrops Muziekcorps’. Als dank voor het feit dat hij in de afgelopen tien jaar door zijn ijver en inzet zijn korpsen tot grote bloei wist te brengen. Hij behaalde met die vier korpsen in tien jaar maar liefst 40 eerste prijzen. De winteruitvoering van de fanfare was van hoog niveau. Namens de K.R.O. was er weer iemand aanwezig geweest, om te kijken of men geschikt was voor een optreden in een radioprogramma. Het antwoord was positief. In de pauze hield Martin van de Laar een kleine toespraak waarin hij de noodzaak aangaf van enkele nieuwe instrumenten, waarop een spontane collecte ruim 200 gulden opbracht. In diezelfde pauze trad voor het eerst de drumband op onder leiding van Toon Martens.

1957
De zeepmerknaam Persil kent iedereen. In 1957 had dit merk een opvallende actie waarbij de huisvrouwen werden opgeroepen om vooral de “emmertjes” op een kaart te plakken en in te leveren bij de plaatselijke winkeliers, die dan weer zorgden dat de fanfare er flink wat geld aan overhield. Op zaterdag 6 april verzorgde de fanfare weer een radioprogramma bij de K.R.O. in Hilversum. In mei vierde Bakels pastoor Van Veldhoven zijn zilveren priesterfeest. De fanfare voerde een speciaal concert uit. In de zomer van 1957 werd er in het ‘Muziekhofke’ een muziekfeest georganiseerd door de drie gemeentelijke fanfares Bakel, Milheeze en Rips. Er was voor dit feest speciale verlichting gemaakt om de muziektuin nog mooier te verlichten. Die verlichting werd op een soort huurkoopbasis aangeschaft, zodat ze binnen een bepaalde termijn van de fanfare zou zijn. Het muziekfeest viel echter door de aanhoudende regen letterlijk en figuurlijk in het water. Op 29 juni vierde Martin van de Laar een persoonlijk jubileum. Hij was 40 jaar muzikant en tevens 25 jaar dirigent. Hiervoor ontving hij de eremedaille in goud verbonden aan de orde van Oranje Nassau. Zijn vier korpsen brachten hem ‘savonds een aaneengesloten viervoudige serenade. Na de laatste mars beklom Van de Laar het haastig neergezette podium en dirigeerde nog een gezamenlijke mars die men zowat in heel Helmond hoorde. De bekende muziekcriticus, Bram Brom, schreef een dag later in de krant “Hoe wij ook luisterden, wij hoorden geen enkele Helmondse trompet of trombone”, duidelijk doelend op het ontbreken van de beide Helmondse muziekkorpsen. Enkele weken later kreeg Martin van de Laar in Bakel nog een serenade van de fanfare uit Milheeze. In 1957 kocht de fanfare maar liefst elf nieuwe instrumenten, waaronder vier klaroenen voor de drumband, waarop alleen zogenaamde natuurtonen kunnen worden geblazen. Op 17 augustus opende Ad Vermulst dan eindelijk zijn zaal en noemde haar Musis Sacrum. De fanfare bracht hem een klinkende serenade. De winteruitvoeringen werden slechter uitgevoerd dan men gewend was en meteen vonden de mensen dat het niet zo goed ging met de fanfare. ‘De Zandhazen’, het orkestje bestaande uit fanfareleden, blies na elke winteruitvoering een vrolijke noot. Om wat meer financiën te verkrijgen hield de fanfare in 1957 een loterij. Een lot kostte 3 cent. In 1957 werd Marinus Goossens gehuldigd ter ere van zijn 50-jarig lidmaatschap!

1958
Begin 1958 deelde voorzitter Verbeek op de jaarvergadering mee dat, omwille van de financiële situatie, het aantal gratis toegankelijke concerten voor donateurs en honoraire leden werd beperkt van twee naar één per jaar. Verbeek was een geletterd man en werkzaam als watergraaf bij het waterschap. Hij had een groot organisatorisch vermogen en hield van orde op zaken stellen. Vergaderen, notuleren, financiën, enzovoorts, werd voortaan goed geregeld. Op de jaarvergadering werd gesproken over het ontbreken van een grafsteen op het graf van eredirigent Janus van de Poel. De fanfare was in gesprek met de gemeente en de kerk over wie de grafsteen zou betalen. Het zou bijna veertig jaar duren voor er een monument kwam. In 1958 deed het verschijnsel ‘carnavalsbal’ zijn intrede in Bakel. In vroeger tijd werd er wel vastenavond gevierd met feestelijke bijeenkomsten, maar carnavalsbals kende men nog niet. De fanfare organiseerde het eerste gesloten carnavalsbal in zaal Vermulst voor 300 personen. De drumband kampte met slechte opkomst op de repetitie, zodat het bestuur de leden aanspoorde tot beter gedrag. Dat jaar werd in Bakel de zogenaamde ‘rondweg’ geopend. Dit was een mede door de boeren, die eraan woonden, betaalde asfaltweg in het buitengebied. De weg liep rond via de Hilakker, Molenhof, Heytsveld, Schouw, Dakworm en Korenbloemstraat en de Kortestraat. De fanfare werkte mee aan de opening. De Bakelse standerdmolen werd in 1958 gerestaureerd en daarna feestelijk heropend door het St.Willibrordusgilde en de fanfare. De K.R.O. maakte hiervan zelfs opnames en zond ze uit. De fanfare ging weer op concours op 22 juni in het Limburgse Swalmen en behaalde slechts een tweede prijs. Een flinke kater dus. Op die manier werd men met de neus op de feiten gedrukt dat er nog meer en beter moest worden gerepeteerd. Men speelde immers in de ereafdeling. Martin van de Laar waagde op 15 augustus een tweede concours. Dit keer in Den Dungen. De fanfare behaalde een eerste prijs met 288 punten. Als men ziet hoeveel moeite het tegenwoordig kost om één keer in de vier jaar op concours te gaan, dan kan men zich afvragen hoe men dit vroeger klaarspeelde om zelfs twee keer in één jaar op concours te gaan. De basis waarop een vereniging is gegrondvest zijn de statuten. Van tijd tot tijd dient men die statuten bij te stellen naar de eisen destijds. In 1958 stelde het bestuur nieuwe statuten op en kreeg hierop zelfs koninklijke goedkeuring. Dit was het werk van Verbeek. Op 4 september 1958 stonden de statuten gepubliceerd in de ‘Nederlandse Staatscourant’. Met de opnames die de K.R.O. had gemaakt van de heropening van de molen nog vers in het geheugen, liep de fanfare met de kermis opnieuw voor cameralenzen, zogenaamd van de K.R.O. die het Bakelse kermisgebeuren vast wilden leggen. Het was nep, want de K.R.O. wist van niets en de film is nooit gezien. De vijftiger jaren waren voor veel mensen een tijd voor een nieuwe start in een ander werelddeel ofwel emigratie. De fanfare verloor zo enkele leden. De vele vergaderingen uit die jaren werden vaak slecht bezocht, zodat er vanwege de statuten diverse zaken bleven liggen, omdat niet genoeg leden hun stem uit konden brengen, omdat ze afwezig waren. Op één van die vergaderingen werd bekend gemaakt dat het Bondsconcours van 1959 was toegewezen aan Musis Sacrum ter gelegenheid van het 85-jarig bestaansfeest. De organisatie was een hele klus, maar men was er klaar voor. Tijdens een vergadering werd het eerder opgerichte fonds voor de grafsteen van Janus van de Poel weer opgeheven en er werd besloten om in het ‘Muziekhofke’ een gedenksteen te leggen (die er echter nooit kwam).

1959
Het zou een druk jaar worden voor Musis Sacrum. Op 25 januari speelde men een concert speciaal gewijd aan de componist Von Suppé. Ook het gesloten carnavalsbal vond weer plaats in zaal Vermulst en werd weer georganiseerd door de fanfare. Het fanfarebestuur was al maandenlang achter de schermen bezig met de organisatie van het 85-jarig bestaansfeest. Dat bestuur bestond uit erevoorzitter burgemeester Muyser, voorzitter Verbeek, vice-voorzitter Dré Crul, secretaris Lambert van Soest en penningmeester Janus Slits. Verder de bestuursleden Wim van de Lievenoogen, Willem Joosten, Dorus Kanters en Jan Koppens. Jan Koppens was het eerste niet-musicerende bestuurslid. Totaal had Musis Sacrum 93 leden in 1959. Er ontstond een conflict bij de drumband tussen de familie Manders en enkele andere drumbandleden, die vonden dat de familie Manders een te grote stempel op de drumband drukte. Gevolg was dat er enkele leden vetrokken, waaronder ook instructeur Toon Martens. In Milheeze was er in 1958 ook een drumband opgericht en Toon gaf er muziekles. Marinus Manders werd de instructeur, tevens tamboer-maître in Bakel. Het 85-jarig bestaansfeest begon zich aan te dienen en alles moest perfect in orde zijn. Vooral met betrekking tot de organisatie van het Bondsconcours in Bakel op 28 juni. Veel zaken kregen de aandacht. Zo ook het netjes marcheren. Op 26 april hield men een gezamenlijke exercitie-oefening op de ‘rondweg’. Uniformen voor de fanfare waren al jarenlang een vurige wens van het bestuur en de leden maar dat bleek financieel niet haalbaar, totdat het bericht kwam dat de ‘Koninklijke Harmonie Deurne’ nieuwe uniformen kreeg en haar oude verkocht. Het bestuur informeerde en de koop was snel beklonken. Men kocht 86 uniformen. Het logo werd veranderd in Musis Sacrum Bakel en op de eerste zondag in mei verscheen er voor het eerst in 85 jaar een geüniformeerd Musis Sacrum op straat tijdens het traditionele dauwtrappen. Het was een prachtig gezicht zo’n keurig geüniformeerd gezelschap. De uniformen waren van een kwaliteit die vandaag onbetaalbaar is. Ze waren erg dik en ‘szomers veel te warm. ‘sWinters waren ze aangenaam. Ze zouden ruim 10 jaar dienst doen. Op de Molenakkers werd op 20 juni het witgele kruisgebouw geopend met fanfaremuziek. Nieuwe uniformen en85 jaar bestaan was reden genoeg voor een groepsfoto die op 21 juni in het ‘Muziekhofke’ werd genomen. Een week later was het Bondsconcours in het ‘Muziekhofke’ in Bakel. De secretaris Lambert van Soest had een perfect draaiboek gemaakt met voor ieder de juiste instructies, zodat alles op rolletjes zou lopen. Er waren in totaal zestien deelnemende korpsen (waarvan er zes de naam ‘Cecilia’ droegen). Met een muzikale wandeling trommelde de fanfare het publiek op om naar het ‘Muziekhofke’ te komen. De regels voor deelnemers en publiek waren strikt, zodat het concours naar behoren kon draaien. Grote aandacht was er voor de stilte van het publiek tijdens het musiceren. Voorzitter van de Bossche Bond en burgemeester van Someren, de heer Boerenkamp, verrichtte de opening. Er werd goed gemusiceerd. De jury zat in een tent en bestond onder anderen uit H. Badings (componist / arrangeur) en J.P. Laro (de directeur van de ‘Johan Willem Friso kapel’). De korpsen uit Oost-Brabant waren goed vertegenwoordigd en speelden goed. Oost-Brabant werd nog steeds als een achterstandsgebied beschouwd als je het over muziek had! De keuze-commissie die verantwoordelijk was voor het uitzoeken van de verplichte en keuzewerken kreeg veel kritiek omdat het verplichte niemendalletje voor de 3e afdeling harmonie te simpel was en ook voor de lagere afdelingen moest de muzikaliteit voorop staan. Er heerste natuurlijk op zo’n concours een enorme spanning, want er telde maar één ding: winnen. De krant schreef dat het ergerlijk was, dat enkele gezelschappen die net geen eerste prijs behaalde in plaats van een applaus nog geen handjeklap kregen. Ronduit onsportief. Vol lof was men over de concourslocatie. Men schreef: “Als we nu ook eens in iedere plaats zo’n ideaal ‘Muziekhofke’ hadden als in Bakel…”. Na de prijsuitreiking hielden diverse korpsen een muzikale wandeling door het dorp. Op 29 juni was de viering van het 85-jarig bestaansfeest met een muzikale wandeling en een receptie in het gemeentehuis. Het aantal fanfareleerlingen was enorm groot. Allemaal kregen ze hun opleiding van Jacques Beijers, die op deze wijze enorm veel werk heeft verzet. Marinus Manders bleek toch niet de capaciteiten te hebben voor instructeur en zo trok men Toon van Hoof uit Helmond aan. Toon floot de drumbandmarsen voor op een fluitje. Harmonie Excelsior uit Gemert vierde in 1959 haar 40-jarig bestaansfeest en nodigde Musis Sacrum uit voor een uitwisselingsconcert. Op 15 augustus in Gemert en op 20 september in Bakel. Het bestuur had vanwege het 85-jarig bestaansfeest een poging ondernomen om het predikaat “Koninklijk” te verwerven, maar had dit helaas niet gekregen, zodat men zich niet “koninklijke fanfare Musis Sacrum” mocht noemen. De plaatselijke duivenclub verraste de fanfare met een speciale “fanfarevlucht” die flink geld in het laatje bracht. In 1959 was ex-voorzitter Wim van de Lievenoogen 25 jaar bestuurslid. Hij was in 1934 begonnen als tweede secretaris. Daarna secretaris, toen 14 jaar voorzitter en verder weer gewoon bestuurslid. Hij werd met veel lof gehuldigd. 1959 werd bij Vermulst met een culturele avond afgesloten, waaraan ook de fanfare haar medewerking verleende.

1960
De stilte voor de storm… In 1960 zijn er weinig wapenfeiten te noteren voor de fanfare. In Nederland heerste dat jaar enorm veel geelzucht. Gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ organiseerde ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaansfeest een muziekfestival, waaraan de beide fanfares uit Bakel en Milheeze meewerkten. Ook werd er een speciale film gemaakt voor ‘Kunst en Vermaak’. Sinds 1955 vierde Nederland officieel ‘bevrijdingsdag’ op 5 mei. In 1960 was er een lustrumviering met medewerking van de fanfare. Omdat het fanfarebestuur wel besefte dat, nu men eenmaal geüniformeerd was, dit altijd geld zou blijven kosten, werd op de ledenvergadering de oprichting van het uniformenfonds bekend gemaakt. In 1960 overleed erelid Hein Vermulst. Hij werd met korpseer begraven. Het ontstaan van de Aa-länder Musikanten. In 1960 organiseerde de fanfare voor de derde keer een gesloten carnavalsbal voor zo’n 300 personen in zaal Vermulst. Die carnavalsbals waren erg gezellig, maar men miste een eigen blaasorkest. Om in die behoefte te voorzien staken enkele fanfareleden waaronder Jacques Beijers, Frans en Jan van de Mortel, Jan van der Horst, Marinus Manders, Frans Goossens en Frans Vermulst de koppen bij elkaar en richtten een blaaskapel op die ze ‘Hofkapel van de Pierewaaiers’ noemden. Jarenlang verzorgden ze de muziek tijdens de vele carnavalsavonden in Bakel en omstreken. Ze stonden onder leiding van Jacques Beijers. De hofkapel nam zelfs platen op. In de 70-er jaren raakte menige blaaskapel in de ban van de zogenaamde ‘Egerlandermuziek’ en ook de hofkapel verrijkte haar repertoire met deze muziek. Het aantal optredens nam steeds meer toe en het bestuur besloot dat er een nieuwe naam moest komen voor de hofkapel. Het werd ‘Aa-länder Musikanten’, waarmee werd bedoeld dat men uit het stroomgebied van het riviertje de Aa kwam. Frans van de Mortel kreeg de leiding en Cor van Dinther verzorgde de zang. In 1976 organiseerde men voor het eerst een ‘Tiroler Festijn’, een jaarlijks terugkerend muziekfeest met veel Duitse, Tiroler en Tsjechische volksmuziek, wat in al die jaren uitgroeide tot een waar volksfeest in de feesthal achter garage Van Lierop aan de Roessel. De muziek die werd geboden werd elk jaar professioneler en wat eens begon met veel blaasorkesten uit de buurt is vandaag een begrip met toporkesten uit Tsjechië en Oostenrijk op het podium. Uiteraard voor volle zalen. Cor Nooijen krijgt in de jaren tachtig de leiding en gaat samen met Jolanda Honings het zanggedeelte verzorgen. De pittige Tsjechische muziek doet zijn intrede in de kapellenwereld en de originele vertolkers verzorgen in Bakel menig optreden, zoals Moravanka en later Moravenka. Eén van de mensen die met hart en ziel bij de kapel betrokken was, was Wim van Lierop. Hij zorgde er onder meer voor dat het Tiroler Festijnvan de grond kwam, samen met Jan Lambregts. Onder Cor Nooijen steeg het muzikale peil verder en er werden diverse lp’s en cd’s opgenomen met die populaire vlotte blaasmuziek. In 1985 vierde de kapel haar 25-jarig jubileum. Gerard Beijers volgde Cor Nooijen op als dirigent en Marica van de Vossenberg gaat de zang verzorgen samen met Armand van der Horst. Vandaag zijn de Aa-länder Musikanten een begrip. Een orkest met veel optredens in binnen- en buitenland, waar men het erg veelzijdige repertoire ten gehore brengt, wat altijd garant staat voor een gezellige avond.

1961
Fanfarelid Willem Raymakers kreeg een serenade van de fanfare. Willem woonde in Brouwhuis, dus gingen de leden op de fiets naar een van tevoren afgesproken plek. Dit keer het café voor het spoor in Brouwhuis. Marinus Manders werkte als chauffeur bij de Firma Koenings in Bakel. Hij vervoerde met de vrachtwagen, voor de veiligheid, de fanfare-instrumenten naar Brouwhuis. Na het opstellen marcheerde het gezelschap richting Brouwhuis. Toen de drumband op de overweg liep begonnen de bellen te rinkelen. Er was een trein in aantocht. Iedereen liep echter gewoon door. Jan van de Eikhof hield als laatste drumbandlid de fanfare tegen, zodat er gelukkig niks gebeurde. Na de serenade en de nodige borrels en biertjes reed Marinus Manders samen met vaandeldrager Jan Gruiters terug naar Bakel. Onderweg reed hij met zijn vrachtwagen in een begroeide sloot (hoezo veilig!). Jan Gruiters ging te voet verder naar Bakel. 1961 Zou een stormachtig jaar worden voor de fanfare. Nederland kende al enkele jaren televisie en de paar beeldbuizen die Bakel rijk was werden ‘savonds goed bekeken in volle huiskamers. Op straat was het stil. De fanfare organiseerde een grote fancy-fair bij Vermulst en noemde haar ‘Famusa’. Het trok zowat het hele dorp naar Vermulst voor een gezellig ouderwetse vorm van vertier, wat de kas van de fanfare toch flink spekte. Men kon er zelfs een centrifuge winnen. De fanfare zat ook niet stil, want men ging op concours. Bij de drumband was het geschil nog steeds niet beslecht en het bestuur greep in met een aparte vergadering, waarbij demonstratief vijf leden hun lidmaatschap opzegden. In een poging om de rest van de tamboers weer op orde te brengen, beloofde dirigent Van de Laar desnoods leden van andere korpsen in te zetten. Hij voegde de daad bij het woord, want toen pastoor Van de Wassenberg in Bakel werd ingehaald, liep de drumband van Stiphout voor de Bakelse fanfare in Bakelse uniformen. Op zondag, 10 september, ging de fanfare op concours in Sambeek, en hoe! De jury was dezelfde als tijdens het Bondsconcours in 1959 te Bakel. Musis Sacrum speelde in de ereafdeling. De krant schreef vol lof: “Het is moeilijk te zeggen wat men het meest moet bewonderen in het musiceren van Musis Sacrum. Het blaastechnisch peil dat alle kansen kreeg in de Rapsodie Russe (of Moskwa) of de gezonde en enthousiaste muzikaliteit van het ensemble die zich speciaal manifesteerde in ‘The Harp of Wales’ “. De jury stond er versteld van dat een fanfare op dergelijke wijze zo’n monsternummer ten gehore kon brengen. Hun uitlatingen spreken dan ook boekdelen en men sprak van een zeer knappe prestatie. De beloning was dan ook niet mis: 324 punten, ofwel een eerste prijs met promotie naar de superieure afdeling en lof der jury. Het gemiddelde punt per rubriek in de juryrapporten was een 9! Het was erg spannend, want het was pas de eerste dag van het concours. Een week later zou de harmonie uit Helvoirt nog op moeten treden en degene met de hoogste puntenscore mocht deelnemen aan de kampioenswedstrijden om de landstitel in Leiden. En Musis Sacrum ging naar Leiden! Op 26 november trad men op in de stadsgehoorzaal. Men was met drie bussen Bakelse mensen aanwezig. Het verplichte werk was ‘Suite in Bes’ en uit de drie aangeboden keuzewerken koos de jury ‘Balade’. Het resultaat was 309 punten. Vier punten meer dan de naaste concurrent, het korps uit Merum Herten. Dus Musis Sacrum was landskampioen. Toen men in Bakel aankwam regende het pijpestelen, dus zou men op een later tijdstip feestvieren. Een ongelukkig incident was dat er ‘smaandags in de ‘Helmondse Courant’ viel te lezen dat de fanfares uit Bakel en Someren tweede waren geworden. Wat bleek: de ‘Helmondse Courant’ had in Leiden een plaatselijke correspondent ingehuurd en die had niet begrepen dat er per divisie zowel een fanfare als een harmonie met de landstitel kon gaan strijken. De dag erna maakte de krant het foutje goed. Op zaterdag, 2 december, hield men receptie bij Vermulst. Daar kreeg men zelfs twee nieuwe instrumenten aangeboden die het gevolg waren van een spontane actie vanuit de bevolking. In 1961 kreeg het bestuur toestemming van het ‘Franciscushuis’ om de uniformen die niet door leden werden gedragen, te plaatsen op de zolder van het klooster aan de Dorpsstraat.

1962
Op 17 februari werd de kampioenswimpel uitgereikt aan Musis Sacrum door de voorzitter van de Bossche Bond, de heer Sweens, tevens burgemeester van Helmond. Die uitreiking vond plaats tijdens een gezamenlijk concert van de fanfare uit Stiphout en Bakel. Na de pauze voerde Bakel nog een keer de succesvolle concoursnummers uit. De drumband kampte nog steeds met enkele problemen. Het bestuur stelde voor om de drumband tijdelijk slapend te houden en men vond het weer tijd voor een nieuwe instructeur en tamboer-maître. Jan Cornelissen zegde toe de geschiedschrijving van de fanfare ter hand te nemen. Helaas kwam er tot op heden niets van terecht. Het bestuur was, als het op de opkomst tijdens vergaderingen aankwam, ook niet geheel zonder zonde. De bestuursvergaderingen werden zo slecht bezocht dat men besloot om boetes te gaan heffen. Fl. 0,50 op te laat komen en Fl. 1,- op helemaal niet komen. Van de opbrengst zou men dan weer feesten! In 1962 was Marinus Goossens 55 jaar lid en Joost Kanters 50 jaar. Op het carnavalsbal van 1962 hadden bestuursleden Crul en Van Soest een ongepaste woordenwisseling gehad. De heer Crul had zijn excuses aangeboden, maar secretaris Van Soest accepteerde die niet en vertrok. Er waren nog meer problemen in 1962. Het bestuur had besloten dat Piet van Lieshout de nieuwe tamboer-maître zou worden in plaats van Marinus Manders. De wisseling verliep niet geheel vlekkeloos. Piet van Lieshout ontving na veel aandringen wel de stok maar niet de koorden die zijn uniform sierden. Fridy Coolen zou de nieuwe instructeur van de drumband worden. Er werd besloten dat er voortaan dames lid konden worden van de drumband. Vanwege het behaalde kampioenschap mocht de fanfare in 1962 een radio-optreden verzorgen bij de K.R.O. Hannes Jaspers werd in 1962 bekroond tot erelid van Musis Sacrum. In 1961 was hij 65 jaar lid van de fanfare en hij was al zeven jaar erepenningmeester.

1963
1963 was een erg rustig jaar voor de fanfare. Als droevig feit valt te vermelden het te vroeg overlijden van ex-voorzitter en bestuurslid Wim van de Lievenoogen. Frans Vermulst kwam in het bestuur. Het opstellen van de fanfare bij muzikale wandelingen verhuist van de Dorpsstraat naar de Viltstraat, onder andere vanwege de verkeersdrukte. De eerste dames werden lid van de drumband en hun uniformering was een hele klus. Dit bleek echt vrouwenwerk. Martin van de Laar was 25 jaar dirigent bij het ‘Geldrops Muziekcorps’ en Bakel gaf een concert in Geldrop op een kiosk in de stromende regen. Op een gegeven moment begaf het dakzeil boven Just Kanters het en de zich verzamelde watermassa stortte zich over hem uit. De fanfare moest even stoppen met blazen vanwege het lachen. Op de jaarlijkse teerdag werden de jubilarissen van het afgelopen jaar gehuldigd, dus Marinus Goossens en Just Kanters. Achter de schermen was het bestuur weer bezig om ter gelegenheid van het naderende 90-jarig bestaansfeest het zo fel begeerdepredikaat “Koninklijk” aan te vragen. Als één van de mogelijkheden om wat meer geld in de kas te krijgen opperde Dré Crul of het mogelijk was om het paardenveld, ofwel de Speelweide, ‘swinters onder water te laten lopen voor schaatsvertier, maar het bleek te moeilijk om het water daar heen te brengen, dus geen schaatsen. Dat het muzikale peil van Musis Sacrum in die jaren hoog was en anderen kon inspireren blijkt uit het volgende. In 1963 vierde pastoor Geboers van Brouwhuis een priesterfeest en omdat Brouwhuis geen fanfare bezat kwam Musis Sacrum een serenade brengen. Tijdens die serenade vonden enkele aanwezigen dat Brouwhuis eigenlijk ook een eigen blaasorkest verdiende. Dit initiatief resulteerde in de oprichting van fanfare ‘Amacitia’ begin 1964.

1964
Carnavalsvereniging ‘De Pierewaaiers’ was een jaar eerder opgericht en beschikte over een “hofkapel” onder leiding van Jacques Beijers. Die hofkapel, de voorganger van de Aa-länder Musikanten, bestond uit fanfareleden en was niks anders dan de boerenkapel uit 1960. De Bakelse fanfare liep dat jaar voor het eerst mee in de carnavalsoptocht in Deurne. Jacques Sleegers was korte tijd secretaris van de fanfare, maar werd na een tijdje opgevolgd door Piet Meulendijks. Financieel gezien stond de fanfare er weer slecht voor en dat met het 90-jarig bestaansfeest voor de deur. Om er financieel beter van te worden werd getracht een zogenaamd damescomité op te richten. Op de ledenvergadering vraagt iemand of het mogelijk is om de repetitie te verzetten als er een mooie voetbalwedstrijd op de TV is, wat aangeeft dat de invloed van de TV toen al enorm was. Op 28 juni begon de fanfare aan haar 90-ste verjaardag met een muziekfeest door de drie gemeentelijke fanfares. De drumband ging in 1964 op concours en kwam thuis met een tweede prijs en de tamboer-maître kreeg een eerste prijs, want die werden apart beoordeeld. Bij de fanfare wordt vanwege het teruglopend repetitiebezoek voor de zoveelste keer de presentielijst weer uit de kast gehaald. Op 1 november 1964 organiseerde de fanfare een motorcross die de kas flink spekte.

1965
Op 12 juni 1965 ging de fanfare op concours in Mierlo-Hout. Ze speelden voor de eerste keer in de hoogste afdeling en behaalden met 299 punten een dikke eerste prijs. Een week later verleende de fanfare haar medewerking bij de opening van de ‘Amstel Bierbrouwerij’ in Helmond. Het damescomité was inmiddels van de grond gekomen. Onder leiding van de voorzitster, mevrouw Muyser, organiseerde men een wekelijkse toto. Men had het plan gelanceerd om de fanfare in de toekomst opnieuw te uniformeren en zoals bekend kost dit veel geld, dus kon men niet vroeg genoeg beginnen met sparen.

1966
Onder de fanfare- en drumbandleden heerste een soort slapheid voor wat betreft de opkomst bij serenades en muzikale wandelingen. Ook op de repetities bleef men vaak weg. Werd het allemaal te veel of had men het idee, nu men de top had bereikt, dat men er was? De jaarvergadering spendeerde nogal wat tijd aan dit verschijnsel. Op concerten vierde Bakel nog steeds hoogtij! Wegens drukke werkzaamheden bedankte secretaris Piet Meulendijks voor het bestuur en de fanfare zat voor de derde keer in korte tijd zonder secretaris. Jo van de Berg werd de opvolger. Ook Frans van de Laar kwam in het bestuur. De teerdag van 1966 was anders dan normaal, want hij werd gevierd in St.Michielsgestel, omdat de fanfare daar ook een concert verzorgde. In Bakel werd in 1966 een concert verzorgd, samen met fanfare Excelsior uit Zeilberg, waar Martin van de Laar inmiddels ook dirigeerde. De vier gemeentelijke fanfares hadden in die tijd een gezamenlijke adviescommissie, die ernaar streefde de samenwerking te optimaliseren. Vooral op het gebied van concerten, instrumenten, uniformenaankoop, enzovoorts. Ze spraken af elk jaar op een andere plaats een gezamenlijk concert te geven. In 1966 speelden ze samen in het openluchttheater van Brouwhuis. Opmerkelijk detail is, dat de dirigenten van die vier korpsen allemaal broers waren. Martin van de Laar stond voor Bakel, Ad van de Laar stond voor Milheeze en Rips en Marinus van de Laar stond voor Brouwhuis. De drumband verzorgde zelfstandige optredens bij de jaarlijks terugkerende activiteiten, zoals de Palmpasenoptocht, de St. Maarten optocht en de opening van de zogenaamde ‘winkelweek’, de St.Nicolaasactie van de plaatselijke middenstand.

1967
In het begin van 1967 kreeg Bakel een nieuwe burgemeester, de heer A. Diepstraten. Oud-burgemeester en erevoorzitter van de fanfare, Muyser, was in de loop van 1966 met pensioen gegaan. Voorzitter P. Verbeek gaf te kennen na 13 jaar voorzitterschap te willen stoppen. Op de jaarvergadering werd hij benoemd tot erevoorzitter. Het bestuur zocht een geschikte kandidaat en kwam uit bij oud-secretaris Lambert van Soest, die als voorzitter werd gekozen. Jan Koppens schonk de fanfare een nieuwe typemachine, zeker geen overbodige luxe! Op 20 mei verzorgde Musis Sacrum een klinkend concert samen met stadsharmonie Phileutonia uit Helmond. Martin van de Laar dirigeerde beide korpsen in zaal Van Vilsteren in Helmond. Altijd uit op een evenement wat de fanfarekas kon spekken, organiseerde Musis Sacrum op 16juli een heuse wielerronde. En vooral om het uniformenfonds aan te vullen, organiseerde men in het najaar van 1967 de fancy-fair ‘Famusa II’. In die tijd had men langs een tamboer-maître op straat nog een tweede tamboer-maître voorop lopen. Wilma van Boekel, de dochter van de grote tromslager bij de drumband, Jan van Boekel, zwaaide er de stok. Soms ging het lopen van de afgesproken route op straat niet geheel volgens afspraak, zodat Wilma rechtdoor liep en de rest achter haar afdraaide.

1968
De gezamenlijke concerten van de vier gemeentelijke fanfares werden in 1968 zelfs twee keer uitgevoerd. De eerste keer was in januari in Bakel. De drumband ging ook twee keer op concours. De eerste keer in Liessel, waar het zo erg regende, dat alle werken – dus ook het verplichte marcherende werk – stilstaand voor de jury in een bomvolle tent werden uitgevoerd. Ze behaalden een eerste prijs. De fanfare uit Stiphout kocht nieuwe instrumenten en verkocht een hele serie goede instrumenten aan Bakel. Veel korpsen stapten in die tijd over van de hoge naar de zogenaamde lage stemming, waarmee bedoeld werd dat de instrumentfabrieken een omschakeling maakten in de bouw van blaasinstrumenten. Hierdoor ontstond er bijna een halve toon verschil, zodat men moest kiezen tussen hoge of lage stemming. Die omschakeling van die instrumentfabrieken was een gevolg van nieuwe ontdekkingen die men toe ging passen in de bouw van blaasinstrumenten. Bakel bleef voorlopig echter nog hoge stemming blazen.In 1969 zou voor het eerst in Nederland de BTW worden ingevoerd, zodat het bestuur zich de vraag stelde, of het niet verstandig zou zijn om de uniformen die men ten gevolge van het 95-jarig bestaansfeest wilde aanschaffen, alvast te kopen. Het uniformenfonds was echter nog niet voldoende gevuld, dus werden er diverse acties gevoerd, zoals een loterij met als hoofdprijs de toen erg in de mode geraakte vouwfiets. Het damescomité organiseerde voor het eerst een zogenaamde herfstwandeling, waar men na afloop een herinneringsmedaille ontving. De drumband nam voor de tweede keer deel aan een concours. Dit keer in St.Oedenrode. Ze behaalden weer een eerste prijs in de derde en dus laagste divisie.

1969
In maart 1969 opende Ad Vermulst onder zijn zaal een nieuwe bar, ‘Het Kelderke’ genaamd. De fanfare bracht een serenade. Het kienen begon in opkomst te raken en het damescomité organiseerde in Bakel de eerste kienavonden, echter alleen in de winter. Bestuurslid Janus Slits, had in het begin van 1969 te kennen gegeven te willen stoppen in het bestuur. Het bestuur overwoog om hem erelid te maken, want hij had voor de fanfare nogal wat betekend. Vooral op financieel en bestuurlijk vlak. Voor het bestuur echter een beslissing had kunnen nemen kwam de heer Slits bij een ongeval om het leven. Hij werd later postuum tot erelid benoemd. Het reglement werd met een woordje gewijzigd. Omdat er ook voortaan dames bij de fanfare en drumband waren, werd het woord “mannen” vervangen door personen. In Stiphout waren moeilijkheden bij de fanfare en enkele leden bedankten. Het bestuur van Musis Sacrum zag de bui aankomen en besloot geen Stiphoutse muzikanten aan te nemen. Als hoogtepunt van 1969 valt natuurlijk te vermelden de viering van het 95-jarig bestaansfeest. Kleermakerij Kuypers uit Bakel had de uniformen gemaakt. Blauwe uniformen met gouden bies op de broek en gouden opstiksels op de schouders. De fanfareleden droegen een pet, de dames een cap. De drumbandleden kregen een zogenaamde kolbak met wit/blauwe veren, wat toen erg in de mode was. Op 28 juni was er een openbare receptie, waar mevrouw Diepstraten, de voorzitster van het damescomité, de nieuwe uniformen aanbood. Op zondag, 29 juni, was er eerst een plechtige hoogmis, waarna het gemeentebestuur de erewijn aanbood. De fanfare toonde haar nieuwe uniformen met een muzikale wandeling doorhet dorp. ‘sMiddags was er in het ‘Muziekhofke’ veel muziek door onder andere de fanfares uit Bakel, Milheeze, Rips, Brouwhuis, de hofkapel van de Pierewaaiers en de fanfare uit Stiphout. ‘sAvonds was er voor de leden een bal-avond. Ook maakte men in het ‘Muziekhofke’ natuurlijk de gezamenlijke groepsfoto. Het had er nog even om gespannen of dirigent Martin van de Laar op tijd uit het ziekenhuis zou komen, dus had men voor de voorzichtigheid maar vast een vervanger gezocht, de heer Van Gerwen. Het bleek echter niet nodig. Na het 95-jarig bestaansfeest vond het damescomité dat hun taak erop zat. Na veel gepraat echter, ging men door met het voeren van diverse acties, die enkele jaren later nog goed van pas zouden komen. Het damescomité was door voorzitter Verbeek in 1964 opgericht als ‘Comité van bijstand’. In oktober 1969 overleed in Utrecht op het centraal station plotseling burgemeester Diepstraten. Hij werd onder massale belangstelling begraven. Musis Sacrum verleende haar medewerking. De drumband ging in 1969 op concours en behaalde een eerste prijs in Hintham. Ze speelden in de derde divisie. Drumbandlid Joke Verhoeven voerde tijdens het optreden een soort Afrikaanse dans op. Omdat tijdens een drumbandconcours zelfs het stilstaan werd beoordeeld was dit een raar gezicht. Later bleek dat Joke in gevecht was met een wesp die op haar parfumlucht af was gekomen.

1970
Jo van den Berg bedankt als secretaris van Musis Sacrum. Het bleek toch een zwaardere klus dan iemand in de gaten had. Zijn opvolger werd Theo Crooijmans. Tijdens de jaarvergadering werden Dorus Kanters en Jan Gruyters benoemd tot erelid. Erelid Jan Gruyters overleed kort na zijn benoeming, net als Toon Vermulst, Theo van Lamoen en Just Kanters, allemaal leden waar de jeugd een voorbeeld aan kon nemen. Martin van de Laar krijgt zijn eigen dirigentenpodium. Ook de drumband begint met eigen kienavonden in café ‘De Heikant’, richting Aarle-Rixtel. Men had toestemming zolang het maar geen verlies opleverde. In april kreeg Bakel weer een nieuwe burgemeester, de heer Ophey. Ook organiseerde de fanfare weer een wielerronde die flink opbracht. Van de fanfare uit Stiphout kocht men een lyra. De fanfare moest eigenlijk op concours in 1970, maar vroeg ontheffing aan en schoof de zaak een jaar op.

1971
Tijdens de ledenvergadering van 1971 wordt voorzitter Lambert van Soest niet herkozen voor een nieuwe termijn. Vice-voorzitter Jan Koppens neemt de zaak voorlopig waar. Ook krijgt Musis Sacrum een nieuwe secretaris in de persoon van Jan van den Besselaar. Jan werkte in Aarle-Rixtel bij de Artex en kon zodoende veel betekenen bij bijvoorbeeld de aanschaf van stof voor het bijmaken van uniformen. Er kwamen nogal wat nieuwe jeugdleden bij fanfare en drumband, zodat soms de helft van de leden maar een uniform had. Het bestuur besloot dit in een klap op te heffen en tijdens de kermis van 1971 verscheen de fanfare ongeüniformeerd op straat. De uniformen werden bijgemaakt, de uniformen die niet pasten werden vermaakt en het bestuur vond tevens dat de uniformen met de kermis nogal wat te lijden hadden. Men was driftig op zoek naar een geschikte persoon als voorzitter. Op 7 november 1971 ging de fanfare op concours in Cuyk. Zo behaalde ze, als enige deelnemer in de hoogste afdeling, met 294 punten een eerste prijs. In 1971 overleed erelid Ferd van de Poel.

1972
Omdat er geen geschikte persoon voor de voorzittersfunctie was gevonden, vroeg het bestuur of vice-voorzitter Jan Koppens dit niet op zich wilde nemen. De leden waren erg enthousiast en kozen Jan als voorzitter. Wim van Lierop en Piet den Breemer verschenen in het bestuur. De staat van veel instrumenstrong>t/strong>en was niet best en revisie bleek noodzakelijk. De drumband maakte voor het eerst kennis met het notenschrift. Martin van de Laar gaf op zondagmorgen theorieles op een groot schoolbord en dat hij uit Helmond kwam hoefde men niet te vragen want hij sprak altijd over “kwertmaten”. De fanfare kreeg een uitnodiging om deel te nemen aan de kampioenswedstrijden om de landstitel op 7 november in Doetichem. In tegenstelling tot het concours in Cuyk, het jaar ervoor, had men een tegenstander. En wat voor een fanfare. ‘Kunst en Vriendschap’ uit Wittem. Ze speelden Bakel letterlijk onder de tafel. Musis Sacrum behaalde 296 punten en Wittem 331!

1973
Dirigent Martin van de Laar vierde een dubbel feest in 1973. 40 Jaar getrouwd en 25 jaar dirigent bij Musis Sacrum. Het bestuur bood de jubilaris een concert en een receptie aan. De eerste geluiden van een jeugdorkest klonken in Bakel. Er waren veel adspirant blazers, zodat een jeugdorkest binnen het bereik lag. De voorbereidingen werden getroffen. Voorzitter Jan Koppens trad af als voorzitter en werd opgevolgd door secretaris Jan van den Besselaar. Weer zat de fanfare zonder secretaris. Maar geen nood, want die vacature werd snel ingevuld door mevr. Diepstraten die de eerste secretaresse van Musis Sacrum werd. Piet den Breemer vertrekt weer uit het bestuur. De 100-ste verjaardag van de fanfare begon in zicht te komen en mocht natuurlijk niet onopgemerkt voorbij gaan. De voorbereiding van het eeuwfeest werd gedaan door een hele reeks comités, te weten: een erecomité, een feestcomité, het damescomité en het fanfarebestuur alsmede een club van honderd, dus gewicht genoeg. De fanfare had een vurige wens, namelijk nieuwe instrumenten in lage stemming. Maar dat zou geld kosten en dat kreeg je niet zomaar. Dus actie was geboden. En actie kwam er. Het aantal ideeën dat werd genoemd om aan het benodigde bedrag te komen waren er teveel om op te noemen. In 1973 begon men met een loterij en een fancy-fair die men, hoe kon het ook anders, ‘Famusa III’ noemde. De drumband ging weer op concours in St.Oedenrode en won een tweede prijs. De fanfare gaf concerten met korpsen uit Broekhuizen en Neerkant. Achter de schermen was men voor de zoveelste keer bezig met het aanvragen van het predikaat “Koninklijk”. Zou het lukken? De gemeentelijke fanfares stuurden een brief naar de gemeente dat men zoveel tijd kwijt was met het voeren van financieel noodzakelijke acties, dat het musiceren naar de achtergrond werd verdrongen en of men niet meer subsidie kon krijgen? De drumbandrepetitie werd vanwege de autoloze zondag verzet naar de dag erna. De instructeur mocht geen auto rijden in verband met de energiecrisis, waarin Nederland verkeerde. In november gaf Musis Sacrum een concert bij Vermulst met fanfare ‘St.Nicolaas’ uit het Limburgse Broekhuizen, waarbij een gedeelte werd gereserveerd voor een optreden van een zestal gevorderde leerlingen van Musis Sacrum.

1974
Musis Sacrum bestaat 100 jaar. Het eeuwfeest was oorspronkelijk gepland op de inmiddels achterhaalde officiële oprichtingsdatum, 29 juni. Maar het rond die tijd gehouden WK voetbal gooide roet in het eten. Het feest werd verschoven naar 3, 4, 10 en 11 augustus. De Rabobank werd aan het St. Wilbertsplein geopend met fanfaremuziek. Tijdens de carnavalsoptocht van 1974 beeldde een groep op leuke wijze het “eeuwig Herremenieke” uit en schonk de gewonnen prijs aan de fanfare! In 1974 waren in Bakel nog meer feestvierders, die een serenade van de fanfare kregen, onder anderen pastoor Van de Wassenberg met zijn 40-jarig priesterfeest en dokter Veeger met zijn 25-jarig jubileum als arts in Bakel. Omdat tijdens het eeuwfeest alles keurig in orde moest zijn, werden er veel zaken extra opgeknapt, zoals het instrumentarium, de uniformen, de drapeau en de houten leeuw. De fanfare bood de kiosk te koop aan bij de gemeente. Die schreef echter terug niet op het aanbod in te kunnen gaan vanwege het feit dat de kiosken die ooit in Milheeze en de Rips hadden gestaan inmiddels waren verdwenen en men voor Bakel geen verschil wilde maken, omdat men de kans liep dat Milheeze en de Rips ook een gemeentekiosk wilden. Wel was de gemeente bereid om de kiosk flink op te knappen. De drumband ging op concours in Neerkant en won weliswaar een eerste prijs, maar kwam maar niet uit die derde divisie. In april organiseerde de fanfare in Bakel een voorjaarskermis. In 1974 waren er nog drie korpsen meer die hun eeuwfeest vierden, namelijk Aarle-Rixtel Someren en Deurne. Die kwamen op bezoek in Bakel en Bakel ging op bezoek bij hen, dus men had genoeg te doen. Op 29 juni werd de tot dan genaamde ‘Schoolstraat’ omgedoopt tot ‘Van de Poelstraat’, als eerbetoon aan de familie Van de Poel die in de eerste eeuw van Musis Sacrum hun sporen meer dan verdiend had. De voorzitter, Jan van den Besselaar, en burgemeester Ophey onthulden voor de opgestelde fanfare het straatnaambord. De fanfare verzorgde na de onthulling een concert in het Muziekhofke’. Achter de schermen werd veel werk verzet door de diverse comités, vooral het feestcomité onder leiding van de heer Adriaan Vermeulen. Bij diverse zaken werden offertes aangevraagd voor nieuw instrumentarium en al snel bleek dat het om zo’n Fl.55000,- zou gaan. Het bestuur wist niet of men het benodigde bedrag bij elkaar zou krijgen, dus vroeg ze uit voorzichtigheid een lening aan bij het gemeentebestuur. Ook werd er natuurlijk de vertrouwde groepsfoto gemaakt. Het Anjerfonds had in 1973 een forse gift gedaan, dus verwachte men een jaar later eigenlijk niets. Het was inmiddels 3 augustus geworden en op het St. Wilbertsplein was op de plaats van de huidige supermarkt een enorme tent verrezen, die prachtig was versierd. De dag begon met een ballonnenwedstrijd voor de jeugd. Het is altijd een prachtig gezicht. Al die opstijgende ballonnen die soms verrassend ver weg kunnen waaien. ‘sAvonds speelde in de tent afwisselend de ‘Egerland Freunde’ en de ‘Garden city Jazz Band’. Dus voor ieder wat wils. Zondag, 4 augustus, stond in het teken van de uitwisseling met de drie andere eeuwfeestelingen. Men speelde een serie koffieconcerten die wegens het slechte weer niet in het ‘Muziekhofke’, maar in de tent plaatsvonden. ‘sAvonds kwam de Bakelse jeugd aan haar trekken want er was een luidruchtig optreden van de toen erg bekende popgroep ‘Kayak’. In de pauzes zorgde een disc-jockey voor de muziek, wat toen ook nog een vrij nieuw verschijnsel was. ‘sWoensdags was er in zaal Vermulst een speciale avond voor alle Bakelse ouderen, waar onder anderen optraden de bekende tonprater Wiel Peerlings, het ‘K.V.O.-koor’ en de ‘Aa-länder Musikanten’. zaterdag, 10 augustus, was de feestdag voor de fanfareleden. Men begon met een Heilige Mis waarvoor de muziek speciaal was geschreven door Martin van de Laar en werd uitgevoerd door gemengd koor ‘Kunst en Vermaak’ en de fanfare. ‘sMiddags was er een speciale feestvergadering. Het bestuur en feestcomité hadden speciaal voor het 100-jarig bestaan programma’s en briefpapier laten drukken in de kleuren geel en groen, de kleuren van de twee vlaggen van de fanfare. Ook kreeg elk lid een geel-groen stoffen rozet op het uniform. Tijdens de feestvergadering verraste loco-burgemeester Huub Swinkels het bestuur en de leden met de mededeling dat de koningin had besloten “de zilveren erepenning van verdienste” toe te kennen aan Musis Sacrum met bijbehorende oorkonde. Musis Sacrum was vanaf nu gerechtigd om op brieven in woord en beeld melding te maken van deze onderscheiding. Het predikaat Koninklijk werd helaas niet meer verleend. Toen begon de receptie op het gemeentehuis. Het St.Willibrordusgilde bracht een vendelgroet. De fanfares uit Milheeze en de Rips brachten een klinkende serenade aan de eeuweling en toen kwam het spannende moment: de aanbieding van het feestcadeau. De fanfare had het nieuwe instrumentarium al gekocht want de gemeente zou garant staan met een lening voor het geval men geld tekort zou komen. Het feestcomité bood maar liefst Fl.27000,- aan, wat door middel van diverse acties bij elkaar was gebracht. Het damescomité bood Fl.14000,- aan, het Anjerfonds Fl.4000,- en de opbrengst van kleine acties en vele giften “onder couvert” telden samen ook nog eens Fl.10000,-. Bij elkaar opgeteld was het samen ruim Fl.55000,-, wat dus betekende dat Musis Sacrum voor haar nieuwe instrumentarium niets hoefde te lenen. Voorzitter Jan van den Besselaar kon zijn geluk niet op! Op 8 september blies de fanfare tijdens het koffieconcert ter ere van het eeuwfeest van de fanfare uit Someren voor het laatst op de oude instrumenten. Op 10 september werden ‘savonds de nieuwe instrumenten uitgereikt en op 14 september werd er voor het eerst op geblazen bij de opening van bejaardencentrum ‘De Wilbertsdries’. Wat blonken die instrumenten. De drumband werd in 1974 voor het eerst Brabants kampioen in Goirle in de derde divisie. De fanfare ‘Amacitia’ uit Brouwhuis bestond in 1974 10 jaar. Brouwhuis hoorde sinds 1967 bij Helmond, dus werd het jubileumconcert uitgevoerd door Musis Sacrum Bakel, ‘Phileutonia’ uit Helmond en fanfare ‘Wilhelmina’ uit Vlierden. Kortom, alle buren gaven een concert. In oktober werden de oude instrumenten bij opbod verkocht. De viering van het eeuwfeest werd op 24 november besloten met een concert uit dankbaarheid. Een eeuwfeest om nooit te vergeten. In1974 speelde de fanfare voor het eerst een kerstconcert.

1975
Het was Martin van de Laar al jaren een doorn in het oog dat de repetities steeds slechter werden bezocht. Hij kon zich daar enorm over opwinden en schreef menig weggebleven lid dan ook een felle persoonlijke brief met de vraag waar hij/zij was tijdens de repetitie. Ook het voetbal op TV tijdens een fanfarerepetitie leverde menig lid een boze brief op. Maar ook Martin van de Laar zag dat de tijden waren veranderd sinds hij in 1948 bij Musis Sacrum was begonnen. Tijdens een vergadering werd besloten dat alle oude muziek werd afgestaan aan de pas opgerichte muziekbibliotheek in Reek. De drumband ging in 1975 weer op concours in Someren-Eind en behaalde een eerste prijs. Eric Velthoven werd gehuldigd vanwege het hoogst behaalde aantal punten van de hele bond tijdens het behalen van het C-examen. De solistenconcoursen van de Bossche Bond waren succesvol voor de Bakelse tamboers. Het duo Cor van Dinther en Henk Somers werden Brabants kampioen in de tweede divisie, op de voet gevolgd door Ad Janssen en Ben Verreijken met één punt minder. De fanfare verzorgde een sluitingsconcert bij de zilveren jubileumfeesten van fanfare ‘Euphonia’ uit de Zes Gehuchten. In oktober geeft Musis Sacrum een uitwisselingsconcert met fanfare ‘Juliana’ uit het Gelderse Rossum in Bakel. In november moet Musis Sacrum naar Rossum voor het tweede concert. Jo van de Berg en Jan Koppens treden af in het bestuur en worden erelid. In december geeft de muziekschool ‘Aaltje Noordewier’ uit Deurne een soort uitvoering ter gelegenheid van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van hun muziekleraar Martin van de Laar. Het fanfarebestuur besluit om Martin van de Laar in een open gesprek te vragen of het niet tijd wordt voor een opvolger. Wel kon hij blijven dirigeren voor de op te richten jeugdfanfare per 1januari 1976. Dirigent Martin van de Laar had in de loop der jaren zo zijn eigen manieren ontwikkeld waarop hij bepaalde dingen deed. Zo volgde er op straat als de drumband 16 maten had gespeeld als teken dat de fanfare moest spelen tussen het einde van de drumbandmaten en het begin van de fanfarematen altijd een schreeuw van de dirigent die zowat bij elke serenade of muzikale wandeling aanwezig was (hij was niet voor niets de directeur van de fanfare). Op die manier hoopte hij zijn muzikanten extra te motiveren. Zo speelde de fanfare in de 70-er jaren de medley uit de beroemde film ‘Jesus Christ Superstar’. Tijdens een concertbij Vermulst had Martin van de Laar de gewoonte om zijn werken zelf aan te kondigen voor de microfoon. Het stuk ‘Jesus Christ Superstar’ bestond uit enkele delen met een verschillende naam. Hij wilde dat het publiek die verschillende delen bij naam kende en draaide zich onder het spelen naar de zaal en riep luid de zaal in “ik ben de baas” (naar de naam van het deel uit de muziek!). Veel mensen keken elkaar verbaasd aan!

1976
In het begin van 1976 wordt dirigent Martin van de Laar ziek en bedankt als dirigent van Musis Sacrum. Voorzitter Van den Besselaar reed naar het ziekenhuis en vroeg aan Van de Laar of hij het tijd vond om te stoppen. Hij stemde toe. Hij wilde echter graag het dirigentschap van de jeugdfanfare op zich nemen. Marinus van de Eikhof en Jan Vogels kwamen in het bestuur. De drumband besloot weer op concours te gaan. Dit keer in Nijnsel. Ze keerden terug met een eerste prijs met promotie naar de tweede divisie. De drumband hield een receptie ten gevolge van dit behaalde succes. Op de jaarvergadering deelt voorzitter Jan van den Besselaar mee dat men er in is geslaagd een nieuwe dirigent te vinden. De heer Huub Brouwer uit het Limburgse Cadier en Keer. Op 4 februari begon hij met repeteren. En hoe! Hem was verteld dat Musis Sacrum in de superieure afdeling speelde dus de verwachtingen waren gerezen. Wat hij echter aantrof was een fanfare die volgens hem niet meer het niveau had van een superieure afdeling en daar zou hij wat aan gaan doen. Zijn repetities waren erger dan in de topjaren van Martin van de Laar. Het hele dorp had het over de nieuwe dirigent van de fanfare. De pauze tijdens de repetitie werd afgeschaft en te laat komen werd bestraft met het stoppen met spelen van het korps en een persoonlijke uitkaffer van de dirigent. Dit overkwam ook Piet Nooijen. Hij was te laat vanwege het melken van zijn koeien. De dirigent stopte toen hij Piet binnen zag komen en sprak met een onmiskenbaar Limburgs accent: “Goedenavond mijnheer Nooijen. Als u de volgende keer ook op tijd wil komen kunnen we allemaal op tijd beginnen”. Waarop Piet antwoordde: “Als jij dan iets eerder in Limburg wegrijdt en mij met het melken komt helpen, kan ik ook op tijd hier zijn”. Iedereen gniffelde. In 1976 was Frans Vermulst 50 jaar lid. In juni was het afscheidsconcert voor oud-dirigent Martin van de Laar, die in zijn muzikale loopbaan maar liefst 103 eerste prijzen wist te behalen als dirigent. Hij droeg op concoursen de toepasselijke naam ‘de schrik van het zuiden’. Op het afscheidsconcert speelde de fanfare onder leiding van Huub Brouwer een gedeelte van een mars waarbij de dirigent het korps halverwege de mars liet stoppen. Toen overhandigde hij de dirigeerstok aan scheidend dirigent Van de Laar, die de rest af dirigeerde. Een enorm emotioneel moment, waarbij menige traan vloeide. Hij werd benoemd tot eredirigent. Dit afscheidsconcert kende nog een hoogtepunt. Het werd namelijk bijgewoond door Hannes Jaspers die tot op heden het langste lidmaatschap van Musis Sacrum op zijn naam heeft staan, namelijk 80 jaar. Enkele weken later is hij overleden en met korpseer begraven. In vroeger tijd was Hannes de penningmeester van Musis Sacrum geweest, welke functie hij meer dan 50 jaar heeft vervuld en waarvoor hij dan ook terecht werd benoemd tot erepenningmeester. Hij was een enorm enthousiast lid en riep wel eens tegen zijn vrouw: “Heb je het eten al klaar want ik moet gaan blazen”. Waarop zijn vrouw een bord hete soep voor zijn neus zette en zei: “Hier, dan kun je blazen!”. Burgemeester Ophey vertrok in 1976 uit Bakel. In de loods achter garage Van Lierop aan de Roessel vond voor de eerste keer het zogenaamde ‘Tiroler Festijn’ plaats, een 3-daags muziekfeest vol Tirolermuziek, georganiseerd door de fanfare. Musis Sacrum speelt in Bakel een concert met de fanfare uit Helden. In die tijd was de auto-oriëntatietocht erg populair. Ook werd in 1976 voor de eerste keer de zogenaamde fanfarerally georganiseerd, wat nog in lengte van jaren zou worden herhaald. In oktober 1976 houdt dirigent Huub Brouwer het voor gezien en vertrekt bij Musis Sacrum. Hij had een andere voorstelling gehad van een korps uit de superieure afdeling en vond dat de voorstelling die hem door het bestuur was voorgespiegeld niet strookte met de realiteit. Dus zat Musis Sacrum zonder dirigent. Jan de Jong, muziekleraar bij muziekschool ‘Aaltje Noordewier’ in Deurne werd de nieuwe dirigent. Al snel bleek hij echter niet de geschikte persoon voor het dirigentschap bij Musis Sacrum. De leden vroegen om een andere dirigent. En rond de jaarwisseling vertrok ook Jan de Jong weer. De drumband werd op grond van het behaalde succes uitgenodigd voor de wedstrijden om de Brabantse kampioenstitel in Goirle en behaalde deze voor de tweede keer in drie jaar.

1977
Rond de jaarwisseling had het bestuur weer een gesprek met de in 1976 vroegtijdig vertrokken dirigent Huub Brouwer. Er werden goede afspraken gemaakt en in januari nam Huub Brouwer de dirigeerstok weer op bij Musis Sacrum. Een zestal leden vond het geen goed idee dat Brouwer terugkeerde en zij vertrokken. Jan Vogels vertrok bij het bestuur en Jan Lambregts nam zitting. Tamboer-maître Piet van Lieshout werd gekozen in het bestuur om de drumband te vertegenwoordigen. De drumband voelde zich vaak het ondergeschoven kindje, maar begon door de geleverde prestaties enig respect af te dwingen. Vanwege het behaalde succes op de Brabantse kampioenschappen hield de drumband een receptie. Onder leiding van Huub Brouwer werd de kwaliteit van de fanfare weer een stuk opgevijzeld. Dit kostte tijd, dus besloot het bestuur dat de fanfare voorlopig niet naar buiten zou treden. Pas in juni gaf de fanfare haar eerste koffieconcert, waarin bijzonder goede blaasmuziek te horen was. Brouwer had als dirigent echt wel iets in huis. Er waren in 1977 geluiden die vroegen om de oprichting van een majorettenpeleton, maar het bestuur besloot daar nog even mee te wachten. In 1977 waren er in Bakel de kringgildefeesten, waaraan de drie gemeentelijke fanfares hun medewerking verleenden. Het opleidingsorkest kwam in 1977 onder leiding te staan van Cor Nooijen, zelf een erg getalenteerd muzikant.

1978
In maart 1978 gaf Musis Sacrum een concert met de zustervereniging ‘De Vooruitgang’ uit Stiphout, al jaren een topfanfare onder leiding van Rudi Siebert. Rudi zelf was muzikant bij ‘Het Brabants Orkest’. In de pauze traden de beide drumbands gezamenlijk op die alle twee onder leiding stonden van Friedie Coolen. Een week later was er weer een concert. Dit keer met de fanfare uit Milheeze. 1978 Al een aantal jaren riepen enkele leden om een uitwisseling met een korps uit het buitenland, bijvoorbeeld Duitsland of België. In september 1978 was het zover en ging Musis Sacrum naar het Zuid-Duitse Talheim. Toen ze in Talheim arriveerden stond de plaatselijke ‘Musikverein’ klaar om een spontane (erg valse) serenade te brengen. Over de overnachtingsmogelijkheden liepen de meningen uiteen. De één had alleen een tweepersoonsbed en de ander sliep met tweeën in een eenpersoonsbed. Over eten en drinken valt in Duitsland natuurlijk niets te klagen. Dagenlang grote hoeveelheden bier, worst en meer zaken die een typisch Duits uiterlijk veroorzaken. In de sporthal gaf Musis Sacrum een geweldig concert onder leiding van “Doctor Hoebert Brouwer”, althans zo werd hij aangekondigd door zijn vrouw. Na afloop speelde de ‘Drivers’ uit Bakel, een dansorkest bestaande uit de drumbandleden Cor van Dinther, Ad Janssen en Marius Brzoskowski. Toch was dit buitenlandse optreden voor veel leden een bijzondere gebeurtenis waar leuke herinneringen van werden bewaard. Er werden goede afspraken gemaakt tussen drumband en fanfare over de verdeling van het spelen op straat. Vooral tijdens optochten liet men de drumband lange stukken spelen waar geen publiek stond en stond er publiek dan speelde de fanfare. De drumband ging op concours in Lierop en promoveerde naar de eerste divisie. Er zat duidelijk enig schot in het peil van de tamboers. De drumband bestond 25 jaar en tijdens het feestweekend ten gevolge van 105 jaar fanfare zou men ook de nodige aandacht krijgen. Die 105-jarige bestaansviering werd een heel gebeuren. Op vrijdag 11 mei, presenteerde de fanfare en drumband zich voor het eerst in de nieuwe uniformen tijdens een muzikale wandeling. Er was flink actie gevoerd voor vernieuwing van de uniformen. De ouden waren inmiddels 10 jaar oud en zo goed als versleten. Het nieuwe uniform was een grijze broek met zwarte bies, een zwarte colbert met rood embleem van Musis Sacrum (ontworpen door drumbandlid Henk Somers), een lichtgrijs overhemd en een zwart/wit/rood genopte das. De tamboer-maître droeg als enige een rode jas en een hoofddeksel. Ook presenteerde zich op die avond het nieuwe Bakelse majorettenpeleton onder leiding van Petra van Kraaij. De zilveren drumband hield een receptie die erg druk werd bezocht. Als grote verrassing brachten een grote groep oud-drumbandleden als “oude hap” een spontane serenade en boden de drumband een nieuwe trom aan. Ook de fanfare kreeg een groot aantal instrumenten aangeboden van gulle gevers. Het damescomité had achter de schermen weer veel werk verricht. De zaterdag stond in het teken van de uitwisseling met ‘Musik Verein Talheim’, die samen met Musis Sacrum een concert verzorgde. Zondag, 13 mei, begon met een indrukwekkende mis met fanfarebegeleiding, een vendelgroet door het St.Willibrordusgilde en de huldiging van een hele rij jubilarissen, waarbij Jacques Beijers en Willem Joosten allebei de eremedaille in zilver ontvingen verbonden aan de ‘Orde van Oranje Nassau’. Het Duitse gezelschap kreeg een officiële ontvangst op het gemeentehuis, waar veel plaatselijke geschenken werden uitgewisseld. Toen het gezelschap huiswaarts keerde was men zeer tevreden over de hartelijke ontvangst in Bakel. Huub Brouwer was ook dirigent van het ‘Helmonds Muziek Corps’, kortweg H.M.C. Samen met Bakel had men in april 1979 al een indrukwekkend concert verzorgd in zaal ‘Traverse’ in Helmond, waar de pers erg lovend over was. Nu, op de laatste dag van het feestweekend, kwam het H.M.C. in Bakel een groots sluitingsconcert verzorgen. Het feestweekend was vanwege de uitwisseling met Talheim verschoven naar mei. Zonder het te weten was dit jubileumfeest de enige keer dat het op de juiste oprichtingsdatum gevierd werd, te weten: 12 mei. De drumband kreeg vanwege de behaalde successen een uitnodiging voor de Brabantse kampioenschappen in Son en Breugel, maar kwam helaas enkele punten te kort. Het bestuur besluit om de opleiding vanaf september 1979 in eigen beheer te gaan verzorgen. Voorheen werd dit gedaan door muziekschool ‘Aaltje Noordewier’ uit Deurne. Enkele voordelen van een eigen opleiding zijn natuurlijk meer tijd voor de leerlingen, een nauwer contact met de leraren en hopelijk een beter resultaat.