Musis Sacrum Bakel

MSB historie 1900 – 1939

De periode 1900 – 1939.

Deze belangrijke periode van de eeuwwisseling tot aan de Tweede wereldoorlog geeft een mooi beeld van de ontwikkeling van de Bakelse fanfare in een tijd die lang niet zo snel was als vandaag. Ook hier is weer gekozen voor een chronologische opzet van het verhaal waarin we de talloze activiteiten van de fanfare de revue laten passeren. Om het niet te laten lijken op een lange reeks jaarverslagen van de fanfare secretaris, zijn niet alle jaarlijks terugkerende activiteiten vermeld. Alleen als er sprake is van bepaalde ontwikkelingen is dit toegepast. Tijd maakt tradities. De stapsgewijze vermelding van die vele fanfaregebeurtenissen brengt vaak de oorsprong van die tradities aan het licht. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de toneeluitvoeringen van de fanfare. Wat aan het eind van de 19e eeuw begon als een klein stukje vermaak in de pauze van het fanfareconcert, groeide in enkele jaren uit tot een grotere publiekstrekker dan het fanfareconcert zelf. Rond het fanfareverhaal zijn op een kroniek-achtige wijze enkele wetenswaardigheden vermeld om de lezer een juist beeld van het Bakel van toen te schetsen. De bronnen van die vooroorlogse periode bestaan grotendeels uit kranteartikelen, kas en notulenboeken en soms een vage herinnering van een oud fanfarelid!Samen levert dit een redelijk compleet verhaal op, al zijn er natuurlijk altijd enkele dunne jaren bij!De 20e eeuw is een eeuw vol veranderingen en ontwikkelingen in een tempo dat de mens nog nooit kende. Door die snelle ontwikkelingen zijn veel gebruiken die vroeger heel normaal waren, verloren gegaan. Boze tongen beweren dat ze ook niet meer in onze snelle tijd zouden passen, maar wie het verleden van Musis Sacrum onder de loep neemt komt soms nog van die gebruiken tegen van vroeger, die spijt oproepen omdat ze vandaag niet meer bestaan. Een van die gebruiken was het volgende:

1900
Op 5 mei1900 waren Peter Smits en Maria Sanders op het gehucht Molenhof in Deurne 50 jaar getrouwd. Ze vierden dit ’s morgens in Bakel met een Heilige Mis. Ze woonden wel in Deurne, maar de Molenhof is sterk op Bakel georiënteerd en behoort zelfs tot de parochie Bakel! Na de mis reden de feestvierende krasse oudjes naar huis waar de jongelingen en jongedochters de buurt netjes in een feestdos hadden gestoken. Er waren een laan van groen en drie erebogen opgericht (iets wat men vandaag nog wel kent bij gouden bruiloften). Toen men de bogen gepasseerd was, bereikten ze “het feestterrein”. Het was stralend weer. Voor het huis waren banken getimmerd met tafels. Er was doek gespannen en alles was gekroond en versierd! De kok oogstte veel eer voor zijn heerlijk diner. Er werd opgewekt feestgevierd, cadeaus werden aangeboden, aanspraken opgezegd, versjes gereciteerd en er werd geklonken en gedronken. “Na ’s middags bracht fanfare Musis Sacrum het gouden paar eene serenade” en dan komen we aan het helaas in onbruikgeraakte ritueel! Na de uitvoering van een flinke marsch nam de fanfare plaats op de voor haar gereserveerde ruimte! Daarna trad de president van de fanfare vooruit en feliciteerde het gouden paar namens de leden! Menige Marsch werd in de loop van de namiddag nog uitgevoerd en menig mopje nog voorgedragen. De gulle gastheer liet de bierkan druk rondgaan! Dus de fanfare luisterde de hele middag zo’n gouden bruiloft op en was dus een soort bruiloftsorkest. Wel voldaan over de hartelijke ontvangst en het genot op de Meulenhof gesmaakt, trad tegen den avond de fanfare weer huiswaarts. Op een afstand van de woning der feestvierders werd nog een marsch uitgevoerd. Het was, als wilde de fanfare de goede oudjes uit de verte nogmaals de woorden toeroepen van het opschrift uit den eersten eereboog: Leef Gouden Paar, nog menig jaar! Op 29 juni 1900 vierde fanfare Phileutonia uit Helmond haar 50jarig bestaansfeest. Phileutonia greep elk feest of jubileum aan om een festival te organiseren. En gezien het aantal deelnemers, was dit in die tijd een populaire bezigheid. Musis Sacrum nam ook deel aan het festival. Men telde 20 leden en voerde twee nummers uit.

1901
Op 15 juni 1901 gaf Musis Sacrum een concert bij “Schietbaan Van Gerwen” Op 30 juni 1901 vierde het Helmondse St. Catharina Gilde haar 5e eeuwfeest. Men organiseerde een groot internationaal concours voor gilden en schutterijen. Er was natuurlijk een grote optocht met maar liefst 59 deelnemende gezelschappen. Er liepen zes muziekgezelschappen mee, waaronder Musis Sacrum. Tijdens de schietwedstrijden gaf elk muziekgezelschap om de beurt een concert. Omdat er nog geen geluidsinstallaties waren uitgevonden, was dit een uitstekende manier om zo’n feestterrein van muziek te voorzien. Vroeger hield zo’n feest op als het donker werd, maar sinds 1890 werden de feestterreinen ‘savonds verlicht “a giorno” wat zoveel betekent als “wanneer het donker wordt”. Die verlichting bestond meestal uit gas- of olielampen of lampions. Later werd dit elektrisch licht. Men was dus in staat om evenementen langer te laten doorgaan dan het daglicht toeliet. Vaak werd zo’n feest afgesloten met een groot vuurwerk, waarbij elke pijl die men de lucht in stuurde apart op het programma stond vermeld. 15 januari was er bij Joh. Vermulst een concert van de fanfare met medewerking van enkele “dilettante toneelspelers!” De entree was vrij en alleen toegankelijk voor heren. Dit was gebruikelijk in die tijd. De vrouwen pasten op de kinderen en deden het huishouden en de mannen gingen naar een concert van de fanfare. De zondag was ook de enige dag van de week dat men naar het café ging. Vooral na de Heilige Mis dronk men een borrel en dat was de gelegenheid om het nieuws aan elkaar uit te wisselen van wat er die week was gebeurd. Het verschijnsel Muziek en Toneel begon rond de eeuwwisseling een vast begrip te worden. Niet alleen in Bakel maar in de hele streek. De toneelstukjes, komische voordrachten en dergelijke vormen van vermaak, werden ingestudeerd door de fanfareleden. Dit vormde een extra vorm van vermaak tijdens zo’n concert en werd opgevoerd in de pauze. Was er een concert met toneel, dan werd dit in de aankondiging ook vermeld.

1902
Op maandag, 31 maart 1902, bijvoorbeeld gaf de fanfare bij Joh. Vermulst alleen een concert. In juni 1902 was de kastelein Joh. Vermulst 25 jaar getrouwd. En omdat zijn café de thuishaven van de fanfare was, bracht men op woensdagmiddag een serenade en gaf men daarna een concert op de wijze zoals beschreven bij de gouden bruiloft uit 1900. Opmerkelijk is natuurlijk dat, als zo’n kleine fanfare op woensdagmiddag tijd heeft voor een serenade en een concert, er nog geen sprake was van fanfareleden die in andere plaatsen werkten of van overvolle agenda’s met altijd een chronisch tijdgebrek. De tijd was een stuk rustiger en elk fanfarelid woonde en werkte in of rond het dorp. Op zondag, 23november1902, was er weer een concert te beluisteren bij Vermulst. In 1902 besluit de gemeenteraad een subsidie-aanvraag te honoreren van het Burgerlijk Armbestuur, een instantie die opkwam voor de armen. In veel plaatsen uit de buurt, bijvoorbeeld Helmond en Aarle-Rixtel, gaf de plaatselijke fanfare elk jaar een armenconcert waarvan de opbrengst uiteraard bestemd was voor de armen. Bakel kende geen armenconcert. Op 27 november 1902 vierde de heer Johannes van de Poel het feit dat hij 50 jaar organist was van de Bakelse kerk. Naar alle waarschijnlijkheid was hij de vader van Janus van de Poel, want die heette Johannes. Janus van de Poel was later de kerkorganist van Bakel. Het ging van vader op zoon. Zo valt ook te verklaren waar Janus zijn muzikale kennis vandaan had: van zijn1903 vader!

1903
Van 1903 is alleen bekend dat er op 25 januari een concert werd gegeven door de fanfare en enkele dilettante toneelspelers.

1904
Het jaar 1904 was voor Musis Sacrum een gedenkwaardig jaar. Nu de ontwikkeling van de dilettante toneelspelers een vlucht had genomen en de concerten van de fanfare werden afgewisseld met “amusante voordrachten”, die voor volle zalen zorgden, zag het fanfarebestuur wel brood in die combinatie en ging over tot het heffen van entree. Op 9 januari 1904 was het eerste concert met toneel waar men entreegeld vroeg! “1e rang 10 cent, 2e rang vrij zodat de minder bedeelden toch toegang hebben (en dan zoals al gezegd minder bedeeld werden)!” In de Bakelse buurgemeenten werd in 1904 een muziekbond opgericht die tot doel had onderling festivals te organiseren en voordeel te hebben bij bijvoorbeeld instrumenten- en muziekaankopen. Die bond heette Onderling Genoegen. De leden waren een zevental harmoniën en fanfares uit de buurt. In 1896 had de Boekelse fanfare al eens een oproep gedaan om een dergelijke bond op te richten, maar vreemd genoeg was men in 1904 zelf geen lid. Wel lid waren harmonie De Goede Hoop uitAarle-Rixtel, fanfare St.Cecilia uit Lieshout, fanfares Entre Nous en St.Cecilia uit Gemert, fanfare Oefening Baart Kunst uit Erp en de beide korpsen fanfare St.Leonardus en harmonie Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk. Elk lid mocht om de beurt een festival organiseren. Harmonie Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk mocht vanwege haar 12,5 jarig bestaansfeest het eerste festival organiseren wat zou plaatsvinden op 30 mei 1904. Het was een daverend succes, zoals later bleek! Musis Sacrum was geen lid van de bond Onderling Genoegen en het ontbrak waarschijnlijk aan informatie over de datum van het eerste bondsfestival, want Musis Sacrum besloot haar 30 jarig bestaan te vieren met een festival en jawel, ook op 30 mei! Eerst schreef men optimistisch in de krant: “het festival belooft interessant te worden omdat er vele verenigingen aan deel zullen nemen”. Later bleek dat minstens vier gezelschappen niet konden komen op 30 mei, vanwege het andere (bonds-)festival in Beek en Donk, waar ook aantrekkelijke medailles te winnen waren. Het bestuur besloot het festival in twee dagen te splitsen, 30 mei en 19 juni 1904. Toch heerste er op de eerste dag van het festival een “buitengewone gezellige drukte in ons dorpje”. Het festival verliep keurig. Elke deelnemer voerde haar nummers uit en trok daarna in een optocht door de Bakelse straten. Tot slot volgde de prijsuitreiking waar elke deelnemer “onder toepasselijke aanspraak de herinneringsmedaille ontving. Het gezelschap Oefening en Uitspanning uit Tongelre, ontving de medaille voor het verst komend gezelschap, wat in die tijd gebruikelijk was. De vier gezelschappen die op 30 mei niet konden komen, beloofden drie weken later op het tweede deel van het festival aan te treden. Het festival was zonder ruzie verlopen, wat lang niet altijd het geval was. De krant schreef: “ook geen twistwoord is zelfs gevallen of gehoord, alhoewel men die zou kunnen verwachten bij een samenloop van volk van verschillende dorpen”. Toch gebeurde er ’s avonds nog een incident.Een feestganger liep omstreeks 22:00 uur te voet naar Milheeze vanuit Bakel en hoorde achter hem snelle voetstappen naderen. Bij de molen van Milheeze bleef hij wachten om samen met zijn achtervolgers naar huis te lopen. Toen zijn achtervolgers bij hem arriveerden, sloegen ze hem hard op zijn hoofd en brachten ze hem enkele messteken toe, waarbij de man het bewustzijn verloor. Hij lag badend in zijn bloed. Later vond iemand hem, transporteerde hem met veel moeite naar zijn huis, waschte het bloed er af en verbond hem. Daarna legde men hem te bed! De zaak is in handen van de politie. Drie weken later, op 19 juni 1904, volgde het tweede deel van het festival, waarbij Musis Sacrum, fanfare St.Cecilia uit Milheeze, harmonie De goede Hoop, liedertafel De Klokkengieters uit Aarle-Rixtel en zangvereniging St. Gregorius uit Helmond aanwezig waren. Alle lof ging die dag naar de liedertafel De Klokkengieters uit Aarle-Rixtel, wat later een erg beroemd koor zou worden. Het was niet zo druk als de eerste festivaldag, maar men was tevreden. Op 20 augustus 1904 brachten Koningin Wilhelmina en haar echtgenoot Prins Hendrik, een bezoek aan Helmond. Het was een bezoek van twee uur en een kwartier en men had een fors programma af te werken. De koningin arriveerde per stoomtrein en ging per koets door Helmond. Alles was versierd en voor het station stond een compleet regiment huzaren te paard uit Venlo, de fanfare uit Aarle-Rixtel en een zangkoor. Er was een grote optocht door de stad o.a. over de “gedempte Ameide”, een riviertje dat vroeger dwars door de stad liep. Vanwege het bezoek van de koningin werd deze gedempte Ameide later omgedoopt tot Koninginnewal. Alle gilden uit de streek waren aanwezig en in totaal zo’n elf muziekkorpsen, waaronder ook Bakel en Milheeze. Bij het stadhuis op de Markt, ongeveer op de plaats waar vandaag de ingang van de passage is, verscheen het koninklijke gezelschap op het balkon. Ze vervolgden de rondrit door de stad, en bezochten een tentoonstelling van de produkten die Helmond, als industriestad, produceerde. Op de hoek van de Markt / Veestraat, was een grote kiosk gebouwd, waar de Bakelse fanfare was ingedeeld, samen met Beek en Donk, Gemert, Asten, Deurne en het Helmondse Phileutonia. Het was enorm druk tijdens die rondrit. Toen de koningin Helmond weer verliet werden er door de huzaren bij het station nog enkele saluutschoten gelost. In 1904 sloeg Dorus van de Poel de grote trom (hij was de vader van Ferd van de Poel). Iemand met een rechte rug liep voor hem en droeg de grote trom. Die zogenaamde tromdrager werd betaald, want het was geen pretje om die zware koperen trom door het dorp te sjouwen! Tijdens een muzikale wandeling viel die tromdrager, ongeveer voor de pastorie. Dorus van de Poel was onverstoorbaar en sloeg gewoon verder! Later gaf hij zijn stok over aan postdirecteur Van der Heijden. In 1904 overleed het Bakels hoofd der school, Meester Antoon Ceele. Hij was lid van het kerkkoor en zeker niet op de laatste plaats een geweldig fanfarelid. “Dof klonk de zware sendor, gebrom der groote doodsklok, tussen de sombere tonen der harmonie” . Een lange zwarte stoet ging van het schoolhuis naar de grijze dorpskerk. Heel Bakel was op de begrafenis aanwezig. Ook de schoolkinderen. Hij was een gezien persoon en had wat van de dorpsschool gemaakt. “Treed zijne school binnen en zijt ge ook een leek op onderwijsgebied, dan zult ge zeggen: Hier is gearbeid, niet alleen in, maar ook buiten de schooluren. Hij was een vaderfiguur voor zijn leerlingen. Vraag dat aan de arme bloedjes die langs de vereen weg in felle winterkoude, dun gekleed en slecht gevoed ter schole kwamen! O en als meester Ceele zich nederzette tot vertellen, dan heerschte er eene nachtstilte in de klasse en allen hingen aan zijn lippen” . Dit zegt voldoende over wat voor mens hij was. De fanfare leed door zijn overlijden een geweldig verlies. Meester Ceele was al ziekelijk toen hij in 1886 in Bakel werd aangesteld. Zijn ziekte was hem fataal geworden en hij werd slechts 45 jaar. Om een beeld te schetsen hoeveel ontberingen men in die dagen leed, of hoe weinig men kende, het volgende verhaal. In 1904 schreef iemand een cynisch verhaal in de krant: Een man die ’s avonds van Deurne naar Bakel liep, klopte op een gegeven moment aan – vol schrammen en helemaal bemorst – bij een huis, waar hij een spaarzaam licht ontwaarde en vroeg: Wie is uwen gaslantaarnaansteker? Het antwoord luidde: Niemand, we hebben zelfs geen gaslantaarn. Bakel was na zonsondergang een donker dorp! De man uit Deurne verwonderde zich over het ontbreken van enig licht, want zelfs een dorp of gehucht als bijvoorbeeld De Mortel had zelfs drie gaslantaarns. Een week later schreef een inwoner van Bakel in de krant dat een paar lantaarns toch wel fijn zouden zijn.

1905
1905 was geen bijzonder jaar voor de fanfare. In januari en februari was er een concert met toneel om wat kleur aan de saaie wintermaanden te geven. In de aankondiging stond dat er in het programma een aantal mooie muzieknummers voorkwamen, afgewisseld met “komieke voordrachten” en andere lollige stukken. Het zou naar verwachting weer erg druk worden, wat aangeeft dat zo’n avond erg in de smaak viel. Toch was dat lang niet overal het geval, want in 1905 schreef men dat de Deurnese fanfare ook concerten met komische voordrachten gaf, maar dat die voordrachten vaak bleken te bestaan uit “gemeene en onfatsoenlijke liederen”, die lang niet altijd door de kunstminner werden gewaardeerd. Ook de naam van het café steeg niet in aanzien, als de fanfare weer eens zo’n zogenaamde lollige avond organiseerde, waarop men via voordrachten zijn verwensingen ging uiten. Maar van dergelijke toestanden is in Bakel niet veel bekend. Verder moest men nog in juli 1905 “ten blakke” voor een serenade aan de pas tot priester gewijde J. Joosten. Het was voor Bakel een bijzonder feest, omdat het 63 jaar was geleden, dat de vorige priesterwijding had plaatsgevonden. In november was er bij Joh. Vermulst nog een muziek- en toneelavond, die nogal succes had, want “de ruime zaal was stampend vol en het overtalrijk publiek toonde door luide bijvalsbetuigingen, dat men bijzonder tevreden was van de muziek en vooral ook van de schoon uitgevoerde toneelvoordrachten”. Werden er bij Musis Sacrum nieuwe instrumenten gekocht, dan kocht men die vanaf het begin van de eeuw bij Kessels in Tilburg. In ons bezit is nog steeds de catalogus uit 1906 waarin een keur aan instrumenten staat afgebeeld die men in Tilburg fabriceerde. Omdat de firma Kessels een grote rol in de harmonie- en fanfarewereld speelde, even een stukje historie. Jos en Matthijs Kessels kwamen uit Heerlen en waren werkzaam in de muziekwereld als cellist, componist, muziekhandelaar en dirigent. Ze kwamen op het idee om een instrumentenfabriek op te richten op een centralere plaats dan Heerlen. Vanwege de lage grondprijs en het goedkope personeel viel de keuze op Tilburg. In 1880 begonnen ze met enkele Saksische vaklieden aan de produktie van koperen blaasinstrumenten. De kwaliteit was goed en de fabriek groeide snel uit tot een veelzijdig bedrijf. Het assortiment instrumenten omvatte o.a. blaas-, strijk- en snaarinstrumenten en zelfs piano’s. Veel instrumenten werden in produktielijnen gefabriceerd. Rond 1900 was men hofleverancier van het Nederlandse hof en van zowel het Nederlandse als het Nederlands Indische leger, het Belgische leger, het Russische leger, het Roemeense en het Portugese leger. Men had dus een heel groot aandeel in de markt. Op diverse tentoonstellingen werden Kessels instrumenten bekroond met medailles en diploma’s. Ook fabriceerde men harmonika’s, die voor elke doelgroep anders werden versierd, bijvoorbeeld voor zeelui met zeemeerminnen of zeehelden, voor kolonialen uit Nederlands-Indië met hun favoriete generaals etc. Ook bezat het bedrijf een eigen gravure-afdeling die veel eigen composities en arrangementen uitgaf. Het scala van Kessels omvatte bijna alles wat met muziek te maken had. Zelfs het koekoek-geluid uit de bekende Zwitserse klokken werd bij Kessels gemaakt. Een pas opgericht korps kon bij Kessels op gunstige betalingsvoorwaarden rekenen als men er instrumenten kocht. Een bekende Tilburgse harmonie ‘De Nieuwe Koninklijke Harmonie’ stond onder leiding van Jos Kessels. Jos verhuisde naar Brussel om de bekende muziekuitgeverij Metronome te gaan leiden en nog later verhuisde hij naar Midden-Amerika waar hij kapelmeester werd in San Salvador en later zelfs inspecteur van de militaire muziek. Matthijs Kessels bezocht in 1900 een optreden van het orkest van de Amerikaanse componist en bandleider John Philip Sousa. Waarschijnlijk tijdens het concert kreeg hij het idee om in Tilburg een eigen korps op te richten. Dat korps werd erg beroemd in de eerste tien jaar van de 20e eeuw en luisterde naar de naam ‘Harmonie der Koninklijke Fabriek van Muziekinstrumenten M.J.H. Kessels te Tilburg’ en telde bijna 70 muzikanten. Het was eFen keurig korps en voor die tijd zeer bijzonder. Men had namelijk uniformen. Het instrumentarium was natuurlijk afkomstig uit de eigen fabriek. De gebroeders Kessels waren ook organisatoren van de bovenste plank en formeerden bij diverse gelegenheden blaasorkesten van zo rond de 2000 man. Bijvoorbeeld bij het bezoek van de vorstinnen Emma en Wilhelmina aan Tilburg in 1895 en bij het huwelijk van koningin Wilhelmina en prins Hendrik in 1901. Met die 2000 man bracht men toen op paleis Noordeinde in Den Haag een serenade. Wat tegenwoordig het Cecilia-blad is voor de blaasmuziek, bestond rond de eeuwwisseling in de vorm van het blad ‘De Muziekbode’, een in die tijd erg populair blad voor muzikanten dat werd uitgegeven door Kessels. Bij Musis Sacrum waren ook enkele leden geabonneerd. De fabriek werd in 1908 een Naamloze Vennootschap en beleefde in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog haar grote bloei! Men bood werk aan 250 man. Via de relaties die de fabriek met de Bank van Ommeren onderhield werd rond 1914 een uit Nederlands-Indië teruggekeerde tabaksplanterszoon in de directie geschoven wat spoedig tot grote problemen leidde. Matthijs Kessels verliet de fabriek op staande voet. Zijn fabriekskorps ging ter ziele en de nieuwe directeur die in de fabriek de leiding kreeg bakte er niet veel van. Kessels was tegenover zijn oude fabriek een nieuw bedrijf begonnen en wist geleidelijk enkele personeelsleden voor zich te winnen. Rond 1920 richtte hij zijn tweede eigen korps op dat wederom veel succes oogstte. Wegens zijn invaliditeit was hij echter genoodzaakt om ermee te stoppen. De glorietijd van zijn fabriek was toen ook voorbij. In de 30-er jaren werd de Tilburgse fabriek geliquideerd en opgekocht door de jongste zoon van Matthijs Kessels. Het er tegenover gelegen eigen bedrijf kwam in handen van Matthijs zijn zonen! Die konden het echter niet goed met elkaar vinden en werden elkaars concurrenten. Het vervolg laat zich raden. Alles moest wegens de sterk teruggelopen zaken worden gesloten. Het terrein kwam na een weinig verheffende onteigeningsprocedure in handen van de firma Van Gend en Loos en werd in 1959 gesloopt. Een speciaal punt waar Kessels – zelfs lang na zijn dood – beroemd door is geweest, was de leermethode die door enorm veel beginnende muzikanten werd gevolgd. Het was een boekje dat stapsgewijs een beginnend muzikant op weg hielp met onder andere het notenschrift. Later werd bij bijna elk korps de regel van kracht dat men als muzikant was aangenomen als men de “leermethode van Kessels” had doorlopen. Janus van de Poel hanteerde ook die regel en veel andere muzikanten bij Musis Sacrum zijn op die wijze begonnen. Een andere leermethode was er ook niet en Kessels had duidelijk in een behoefte voorzien. De in het begin van dit verhaal genoemde catalogus uit 1906 bevat een aantal opmerkelijke dingen. Ook de rekeningen van Kessels waren kunstwerken!

1906
Het jaar 1906 was voor Musis Sacrum een jaar vol van concerten en toneeluitvoeringen die volgens de krant van toen goed in de smaak vielen want “aan het bravo en bis-geroep kwam haast geen einde”.

1907
Hetzelfde geldt voor 1907: ook weer concerten met toneel. Ergens rond deze tijd verhuist de fanfare van het repetitielokaal in de oude school achter het kerkhof naar het repetitielokaal boven de bakkerij. Dat repetitielokaal was speciaal voor de fanfarerepetities gebouwd. De directeur van de fanfare, Janus van de Poel, en zijn broer, Piet van de Poel, hadden een bakkerij die lag tussen het huidige café De Kroon en café Het Gammele Geval. Boven op die bakkerij stond het repetitielokaal. Een hoog gebouw met kerkachtige ramen er in en een harp op de voorgevel. In de jaren 50 is het gebouw, wat nog jaren in gebruik was als duiventil en meelopslag, gesloopt. Vanwege enkele meningsverschillen zou de fanfare nog enkele malen terug verhuizen naar de oude school, waar het allemaal was begonnen. Op 26 oktober 1907 verloor Musis Sacrum een erg verdienstelijk lid, namelijk: Peerke Spoormakers. Gistermiddag had alhier een droevig ongeval met dodelijk gevolg plaats, dat alweer te wijten is aan het roekloos omgaan met vuurwapens! De genaamde P. Spoormakers, die blijkbaar in het middaguur een haas wilde schieten, had te dien einde zijn geweer neergelegd op de kar van een landbouwer die zich naar het veld begaf. Toen men een bosje passeerde, waar de boomtakken misschien gevaarlijk waren voor het geweer, sprong Spoormakers van de kar en trok het geweer met de loop in de hand naar zich toe. Waarschijnlijk bleef de haan hierbij ergens aan haken en Spoormakers kreeg de volle lading in de buik. Terwijl het paard bij de knal zodanig schrok, dat het begon te hollen. Hoewel zo ernstig gewond dat de ingewanden zichtbaar waren, had Spoormakers nog de kracht en de tegenwoordigheid van geest, om de voorman, die inmiddels het paard tot stilstand had gebracht toe te roepen dat hij naar de pastoor om hulp zou gaan. Zo spoedig mogelijk kwam toen de geestelijke hulp en kon de ongelukkige nog voorzien worden van de Heilige Sacramenten, waarna hij overleed. Dr. Ledel uit Helmond, die direct ontboden was, kon slechts de dood constateren. Spoormakers was een oppassende man en hoopte eerlang in het huwelijk te treden. Moge dit droevige ongeval nu eens een waarschuwing zijn, welke door betrokken personen ter harte genomen wordt . Op 15 december gaf Musis Sacrum bij Vermulst een uitvoering met behulp van Heeren Komieken. Wij hopen dat het weder gunstig mag zijn opdat vele buitenlui aan dezen genotvollen avond kunnen deelnemen. Dit bewijst dat de aantrekkingskracht voor dergelijke avonden erg groot was, temeer omdat het aanbod van amusement in die tijd erg mager was.

1908 en 1909
De jaren 1908 en 1909 kennen voor de fanfare geen bijzonderheden. Er worden de jaarlijkse winteruitvoeringen met toneelvoordrachten gegeven. Veel fanfareleden waren jongemannen van ergens in de 20. Ze waren de kern van de toneelafdeling van de fanfare! Die jongemannen deden in hun vrije tijd aan sport en dat resulteerde in de zomer van 1909 in de oprichting van de Turnvereeniging Kracht Door Volharding (K.D.V.). De leiding lag in handen van Tien van de Bosch. Hij was de instructeur. Antoon Vermulst was de president. Er werden diverse vrije en orde oefeningen ingestudeerd en na een half jaar was het tijd voor een uitvoering! Een van de leden van K.D.V. was Marinus Goossens. Thuis hadden ze een café en daar vond op 15 december 1909 de eerste uitvoering plaats. De vrije en orde oefeningen werden onberispelijk en netjes uitgevoerd, terwijl het laatste nummer van het programma een mooie opgestelde groep van de leden, met Bengaals vuur verlicht, een prachtig gezicht opleverde” . De fanfare zorgde voor de muzikale afwisseling tussen de turnnummers. Dit was het begin van veel uitvoeringen met de turnvereniging en was een totaal nieuwe vorm van amusement, dat voor de fanfare, die er altijd bij aanwezig was, een nieuwe publiekstrekker vormde.

1910
januari 1910 gaf Musis Sacrum haar tweede winteruitvoering in de zaal van M. van Tiel. Men had verschillende mooie muzieknummers ingestudeerd, zodat de muziekliefhebbers weer eens konden profiteren. Ook waren er weer komische voordrachten door de dilettante leden der toneelvereniging wat aangeeft dat die voordragers en toneelspeler een aparte status hadden verworven binnen de fanfare! Op 6 april was er een tweede versie van de gezamenlijke uitvoering van de turnvereniging Kracht Door Volharding onder leiding van Tien van de Bosch. De uitvoering vond plaats in de grote zaal van Joh. Vermulst. Men schreef: Was onze verwachting bij de eerste uitvoering vorig jaar verre overtroffen, deze keer belooft het programma weer iets dergelijks zodat het te verwachten is dat de jonge krachtige vereniging nu niet minder flink voor de dag zal komen!” Ook hier werden tussen de turn- en muzieknummers enkele komische voordrachten gehouden om het publiek te vermaken en dan te bedenken, dat ruim 80 jaar later het bestuur van de fanfare meende dat men origineel was toen men het eerste Concert Carnavaleske organiseerde. De entree van de turnuitvoering en het fanfareoptreden was bewust laag gehouden zodat bijna iedereen in staat was om van deze uitvoering te profiteren”. Een dag later, op zondag 7april, gaf de fanfare haar derde winteruitvoering. Tijdens deze winteruitvoering bij Joh. Vermulst werd besloten om ‘szomers deel te nemen aan het concours dat in Helmond werd gehouden ter gelegenheid van het 60-jarig bestaansfeest van het inmiddels tot harmonie omgevormde Phileutonia. Voor de leken even een kleine verduidelijking! Om als blaasorkest te laten zien wat men kan worden er vaak wedstrijden georganiseerd waar men (tegenwoordig) een verplicht werk en een vrij keuzewerk uitvoert. Zo’n wedstrijd heet concours. Elke fanfare of harmonie die op concours gaat heeft meestal veel extra repetities om het muziekwerk zo goed mogelijk uit te voeren. Zo’n concours is een slopend karwei. Er werden vroeger ook andere uitvoeringen gehouden met een wedstrijdelement, het zogenaamde festival. Een festival is veel minder officieel dan een concours maar toch een mooie gelegenheid om aan iedereen te laten zien en horen wat men als fanfare of harmonie in huis heeft. De prijzen die tijdens zo’n festival te winnen waren, werden vroeger meestal verloot. Het festival gold onder de fanfares en harmonieën als uitstapje waar men veel plezier had. In vroeger tijd, zo rond de eerste helft van de 20e eeuw, waren er enorm veel festivals! Het concours in Helmond werd georganiseerd onder de beginselen van de pas opgerichte Nederlandse Federatie van Harmonie en Fanfare gezelschappen. Die federatie was een neutrale bond die niet gebonden was aan enige levensovertuiging (de oprichting van de katholieke federatie kwam pas veel later). De Federatie zorgde voor een uniformering van de regels. Elk deelnemend korps werd ingedeeld in een afdeling die paste bij het niveau wat men had. Er werden regels opgesteld die voor elk deelnemend korps golden en vooral ee nvan de positieve resultaten was, dat er op elk concours van de Federatie op dezelfde wijze werd gejureerd! Het ontbreken van een uniforme regeling voor de jurering had in het verleden nogal eens geleid tot heftige conflicten. Een hele vooruitgang dus en elk korps had duidelijkheid voor wat betreft het muzikale niveau. Of Musis Sacrum in 1910 lid was van die federatie is niet bekend. We vermoeden van wel, want in een kasboek van enkele jaren later, namelijk van 1915 tot 1920, staat er elk jaar een bedrag van Fl. 3,40 voor De Federatie. Uit de periode rond 1910 zijn geen kasboeken bewaard gebleven. Een ander argument dat voor het lidmaatschap van de federatie pleit is natuurlijk de indeling van Musis Sacrum in de derde klasse fanfare. Hoe wist men anders dat men in die afdeling thuishoorde? Een van de nieuwigheden die de federatie met zich meebracht was het voorschrijven van verplichte werken voor zo’n concours. Veel korpsen van toen konden daar maar moeilijk mee omgaan, omdat die muziek vaak niet aansloot bij de bestaande bezetting, zodat men veel moest schuiven met partijen en soms bij andere korpsen geschikte muzikanten moest lenen! Musis Sacrum nam dus deel en ging flink aan het repeteren. Drie keer per week op algemene repetities en vaak aparte groepsrepetities. Daar kwam de normale ’s zondagse repetitie van 17:00 tot 20:00 uur nog bij. Degene die wenste na te repeteren kon nog een uur doorgaan met oefenen. Al die repetities stonden onder leiding van Janus van de Poel. Tijdens die repetitiemarathon was er op 30 mei 1900 ook nog een gouden bruiloft in Bakel waar, zoals gebruikelijk was, de fanfare een serenade bracht en de hele middag zou opluisteren! Degene voor wie al die repetities nog niet genoeg waren, kon op zondagmiddag tussen half twee en half drie nog terecht bij Janus van de Poel, zolang het maar om de concourswerken ging! Gewoonlijk was P.L. Nooyen, de burgemeester van Bakel, bij alle repetities aanwezig en maakte na afloop van elke repetitie zijn bevindingen kenbaar! Die waren niet altijd even goed, hoewel zijn kritiek wel opbouwend was! Hij was zelf eens een prima muzikant en omdat hij de burgemeester was, meenden de muzikanten dat hij er alles vanaf wist. Echter, Janus van de Poel – als directeur – gaf hem niet altijd gelijk, wat vaak tot uiting kwam in: Wie is er nou directeur, u of ik?. Dan was alles weer bijgelegd en ging men weer verder met repeteren. Om tot een goede bezetting te komen waren er nogal wat omzettingen nodig en enkele groepen konden zelfs helemaal niet worden bezet! Na veel wikken en wegen werden er bij de bevriende fanfare St. Cecilia uit Milheeze twee muzikanten geleend, de broers Piet en Antoon Klaassen. Men ging tenslotte met 18 man naar Helmond en de bezetting was als volgt: directeur Janus van de Poel 1e piston Martinus van de Poel solo bugel Piet Klaasen (uit Milheeze) 1e bugel Joost Manders 2e bugel Neelke Nooyen 2e bugel Bertje Goossens 1e alto Hein Vermulst 2e alto Sjef Goossens 1e cor Hannes Jaspers 1e bariton Marinus Goossens 2e bariton Janus van de Lievenoogen 1e trombone Driek Royackers 2e trombone Graard Beyers 1e tuba Piet van de Poel 2e tuba Antoon Klaasen (uit Milheeze) bas Ferd van de Poel grote trom M. van der Heyden kleine trom Antoon Vermulst De repetities waren goed verlopen. Er was enige discussie over een maat van de grote trom die wel op de muziekpartij van de grote tromslager stond maar niet op de directiepartij! De zich met alles bemoeiende burgermeester P.L. Nooijen adviseerde “nooit slaan”! Op de dag van het concours 15 augustus 1910 moest men om 12 uur in Helmond aanwezig zijn in het aangewezen café. Om half 12 ging men vanuit Bakel op pad. De instrumenten prachtig gepoetst op de rug en dan op de fiets over het deels karrenspoor, deels grindweg naar Helmond. Ferd van de Poel blies de bombardon of ringbas en was vanwege de slechte weg verplicht zijn jas aan te houden omdat hij anders een gekneusde schouder zou oplopen. Het was die dag schitterend weer en hij kwam dus nogal bezweet in Helmond aan. Zelfs de Bakelse Dijk en de Heistraat waren van slechte kwaliteit en niks als gat en bult. Er was geen zuchtje wind en de temperatuur steeg naar zo’n 35 graden. Het was verboden om alcoholische dranken te nuttigen. Wel kwast met water, want limonade kende men nog niet. Roken was ook verboden (geen sigaren want sigaretten kende men in 1910 nog niet). Dit alles op uitdrukkelijke wens van de directeur Janus van de Poel. Vooraf aan het concours werd er een optocht door de stad gehouden om het concours aan te kondigen bij het publiek. Om 13:00 uur moest men opstellen bij het café waar het concours werd gehouden, namelijk bij café Berkers op het Binderseind. Er namen 15 korpsen deel aan het concours. Alleen harmonieën en fanfares, want koren zag men ook als muziekgezelschappen en die namen ook vaak deel aan concoursen of festivals (zoals bijvoorbeeld in 1904 in Bakel). De optocht was een heel eind en liep via de Markt, Veestraat, Steenweg, 2e Haagstraat en dan weer terug via de Markt, Ameidestraat, Molenstraat, Tolpost en Heistraat naar het Binderseind. Duseigenlijk de hele toenmalige stad rond en dat bij 35graden! Op de hoek van de Steenweg kreeg men een glaasje zure aangelengde wijn te drinken. Daarbij moest men natuurlijk om beurten marsen blazen, zodat men na de optocht totaal uitgeput was. Het gemopper tijdens de optocht was dan ook niet van de lucht. “Het leek wel een levenskwestie!” Na de optocht was er gelegenheid om zich op te frissen, een boterham te eten en dan begon het concours. Men kon nog even repeteren voor het concours. De zware optocht had onder de leden van Musis Sacrum geen noemenswaardige schade aangericht, zodat men met een gerust hart op concours kon gaan. Voor men optrad moest men beloven geen fraude te hebben gepleegd met de opgaaf van de leden. Iets dergelijks bestaat vandaag nog! De kiosk stond in de tuin van café Berkers en de jurytent stond er tegenover en was van speciale constructie, namelijk rondom dicht en alleen van boven open, zodat de jury de muzikanten niet kon zien. Omdat er per afdeling werd geloot wie er moest optreden,wist de jury ook niet wie er zat te spelen, eigenlijk best eerlijk voor die tijd. De jury bestond onder andere uit kapitein Pell, de dirigent van de kapel van het 2e regiment infanterie uit ‘s-Hertogenbosch, toen een bekend orkest, en de heer Van de Linde, directeur van het opera orkest uit Amsterdam, dus illustere namen. De tuin waarin de kiosk stond was afgesloten en niemand kon hem tot op 10 meter naderen. De kiosk bestond uit twee delen, zodat tijdens het spelen van de een, de ander kon opstellen. Burgemeester P.L. Nooyen stond in de tuin van de buurman. Niemand kon hem zien. Alleen de fanfareleden op de kiosk. Het grote moment was aangebroken. Men moest twee verplichte werken uitvoeren, waarvan een groot en een klein. De uitvoering ging niet slecht. Er was tijdens zo’n concours een jurering door drie juryleden en men moest om de eerste prijs te winnen voor het kleine werk 48 punten halen en voor het grote werk 52 punten. Er was per afdeling maar een eerste prijs te behalen. Verder kon geen enkel korps aan die punten komen, dus een was er de beste! Bakel behaalde voor het kleine werk 48 punten en voor het grote 51 punten en kreeg de tweede prijs, achter Budel. De meeste korpsen waren maar in staat zo’n 45 punten voor het kleine werk te halen dus Musis Sacrum bracht het er niet slecht af. Zelfs gerenommeerde grote fanfares zoals Grevenbricht uit Zuid-Limburg met 32 muzikanten behaalde slechts 47 punten. Een van de juryrapporten van Bakel vermeldde dat, als die ene grote tromslag achterwege was gebleven, men zeker een eerste prijs had gewonnen (dus de burgermeester had toch gelijk). Elk deelnemend korps ontving een prachtig diploma wat u hierbij ziet afgebeeld en wat nog steeds in ons bezit is. Na de prijsuitreiking moesten de twee hoogste prijswinnaars elk een mars blazen wat dan door het publiek werd beloond met applaus. Diegene met het meeste applaus mocht ’s avonds gaan luisteren naar het concert van het beroemde orkest van de Kessels Muziekinstrumentenfabriek uit Tilburg. Alhoewel Budel 35 muzikanten had en Bakel slechts 18 was het applaus duidelijk ten gunste van Bakel en mocht men dus ’s avonds naar het concert. Een ander juryrapport over de deelname van Musis Sacrum aan het concours vonden we in het archief van Phileutonia in Helmond en de jury schreef als volgt: “Over het geheel genomen is dit ook een verdienstelijk corps. Het klankgehalte is echter wat te scherp en minder goed als bij het vorige corps, doch de uitvoering draagt ‘een stempel van muzikaliteit’. Enkele instrumenten vibreren te veel, vooral is dat het geval met de piston. De groote trommist gaf niet alleen een slag op de trom te laat evenals zijne collega’s zulks gedaan hebben, maar deed er bovendien de bekkens nog bij! De inzet van het tweede werk was weer erg scherp, vooral in de hooge instrumenten. En daarbij was het tempo ook wat stijf. Ook in de rondo’s was dit het geval. De gepunteerde noten werden niet zeer juist uitgevoerd. Bij meer nauwgezette en ernstige studie zal dit corps er wel komen. Dit gezelschap verwierf dezen prijs met 41 punten zijnde Musis Sacrum te Bakel.” Het nadeel van zo’n kleine fanfare was natuurlijk dat een muzikant die harder of opvallender blies ook direct opviel. Die vibrerende pistonspeler had al eens vaker kritiek geoogst! Toch was men niet ontevreden. Opmerkelijk was het feit dat de jury in haar rapport een vergelijking maakt met het “vorige korps”. Dus wie een goed orkest voor zich trof op een concours kon wel inpakken. De jury zag het optredend gezelschap dan wel niet, maar hoorde wel degelijk of er verschil was. Bombardonspeler Ferd van de Poel hield aan het concours ook nog een aardigheidje over, want hij kreeg van slager Helsper een gerookte worst van 50 centimeter, omdat hij met zijn 19 jaar de jongste basblazer van het hele concours was. Moe en voldaan keerde iedereen weer naar huis. In augustus bracht men vanwege het behaalde succes in Helmond een bezoek aan zustervereniging St. Cecilia in Milheeze en schreef: “wij twijfelen niet of dit bezoek zal St.Cecilia zowel als andere inwoners van Milheeze hoogst aangenaam zijn. Daar zij dan met volle teugen kunnen genieten van de fijne muziek welke Musis Sacrum ten gehore brengt.” Op 19 november 1910 gaf de turn- of gymnastiekvereniging Kracht Door Volharding weer een uitvoering en men sprak zelfs al van haar eerste winteruitvoering, dus het was al snel een vaste vorm van vermaak die bij het publiek goed in de smaak viel. Het zal ook wel een fraai schouwspel zijn geweest. Al die in zwart-wit gestreept uniform geklede jongemannen die daar keurig hun zogenaamde “ordeoefeningen” uitvoerden. De uitvoering was bij L. Goossens. Ter afwisseling zou de fanfare enkele muzieknummers uitvoeren. Enkele fanfareleden waren ook lid van de turnvereniging, zoals Hein en Toon Vermulst, Marinus Goossens, Ferd van de Poel en Sjef Goossens. Er waren nog meer fanfareleden die toen bij andere verenigingen gezamenlijk lid waren. In 1900 bijvoorbeeld brak er bij het St.Willibrordusgilde, ofwel de Rooi Schut, een conflict uit waarbij enkele leden zich afsplitsten in een tweede schut, het zogenaamde Hubertusgilde ofwel de Gruun Schut. Ook enkele fanfareleden waren lid van de Gruun Schut, te weten: Marinus Goossens, Hein en Toon Vermulst en Neelke Nooyen. Een dag na de uitvoering van de turnvereniging was het de beurt aan de fanfare om haar eerste winteruitvoering te verzorgen. Men speelde nog een keer de concoursnummers uit Helmond en vanzelfsprekend ontbraken de komische voordrachten niet.

1911
Op donderdag, 9 januari 1911, hield Musis Sacrum haar jaarlijkse teerdag. Men begon ‘smiddags om twee uur met een muzikale wandeling, iets wat men tot ongeveer 1970 jaarlijks deed op de teerdag. Dat jaar was de teerdag bij het café van L. Goossens! Onder het genot van een potje bier, bracht men er de avond door. De fanfareleden droegen zelf menig komisch stukje voor, zoals dat op een teerdag gebruikelijk was! Alleen de honoraire leden hadden toegang tot dit onderlinge feestje. Jammer dat Musis Sacrum zo weinig honoraire leden telde, schreef men in de krant en dat de meeste onkosten door de werkende leden betaald moesten worden. “Ware dit anders, zeer zeker zou dit de bloei van dit gezelschap bevorderen”. Dus de financiële situatie was nog steeds niet rooskleurig in 1911. Op 28 januari was de tweede winteruitvoering in de zaal van M. van Tiel, waarvoor een paar mooie muzieknummers werden ingestudeerd en de komische voordrachten zouden zelfs een paar duetten bevatten! Begin mei ging de fanfare altijd mee tijdens de processie naar Handel. Omdat het fanfarearchief veel beschrijvingen van oud-leden bevat hebben we een prachtig verslag van zo’n bedevaart met de fanfare geplaatst. Het is geschreven door Ferd van de Poel en hij beschrijft zo’n dag in +1911. Memoires van F.A. van de Poel. Overgenomen uit originele handgeschreven teksten van F.A. van de Poel. Plaats en datum van handeling Bakel. 1911. Inzake: Bedevaart naar Handel. Mei 1911. Op de dag als de processie van Bakel te bedevaart naar Handel ging (gewoonlijk in mei), moest men ‘smorgens om 7.00 uur met gepoetste instrumenten aanwezig zijn, om met marschmuziek de vertrekkende voetgangers uitgeleide te doen tot het pastoorsbos. Daarna door veel muzikanten met instrumenten in de hand bas op de rug, met begeleidende tonen de processieliederen op te luisteren, en het lopen te vergemakkelijken, tot begin Mortel. Hier werd halt gehouden en moest de fanfare weer geformeerd worden om met marschmuziek door de Mortel te trekken. Tot de Stap. Hier ging het binnendoor. Over Berglaren en Oliekelder naar Lodderdijk en werd de fanfare weer als geheel ontbonden, ofschoon de meeste muzikanten weer muziek maakten ter begeleiding van de Maria liederen. Dit ging zo door tot Pelgrimslust. Hier werden de voetgangers gescheiden. Heilige Familie en Maria congregatie, twee aan twee, links en rechts van de weg. Daar tussendoor fanfare met marschmuziek of begeleidende Marialiederen in optocht naar Handel. Tot bij boerderij Bouw. Hier werd halt gehouden en werd de stoet ontbonden, om daarna weer in processie verband de Marialiederen te begeleiden (gewoonlijk waren alle leden van de fanfare op deze muzikale dag aanwezig) tot in de kapel, waar een Heilige Mis werd opgedragen. Na de Heilige Mis werd weer een processiestoet geformeerd, waarna de fanfare muzikanten weer luister deed bijbrengen door Litanie van de Heilige Rozenkrans (later een Marialied) met muziek te begeleiden. Na afloop van de processie, werd weer marschmuziek gemaakt voor café Kees van der Aa, waar de fanfare een consumptie werd aangeboden door de zwager van Janus van de Poel. Deze Kees van der Aa, vroeger woonachtig in Bakel en mede oprichter van de fanfare (als roffelaar) had gewoonlijk geen klagen over de muzikanten, want het bleef dikwijls niet tot de aangeboden consumptie. Het smaakte gewoonlijk naar meer. Dan was er pauze en kon men eten. Om half twee moest men weer bij café Van der Aa present zijn om met marschmuziek naar de paters te trekken (dit was een uitstapje dat men nooit vergeet). Daar aangekomen bij de paters werd nog expres een marsch geblazen voor de gekken op Huize Padua die onder het spelen door de gekste grimassen maakten, terwijl ze niet bij de muzikanten konden komen door sterke bewaking van de broederverplegers. Men kan begrijpen dat onder de muzikanten onder het blazen menige lachbui losbrak, om daarna weer in de maat te komen, wat niet altijd lukte, zodat, als de marsch teneinde was, er muzikanten waren die nog een paar maten bliezen alvorens zij de marsch uit hadden. Hierna gevraagd antwoordde de muzikant “ik vond het zo aardig ik kon niet ophouden”. Onder hilariteit van de omstanders ging men binnen in het klooster van de paters Capucijnen. In de recreatiezaal van het klooster nam men plaats en onder het spelen van marschmuziek werd bier geoffreerd uit eigen brouwerij. Met het drinken van dit bier vergiste men zich sterk. Wie dit nog niet had meegemaakt was al gauw genoeg half aangeschoten en hierin hadden de oudere broeders en paters lol. Bakels fanfare was ook de enige fanfare die dit gezellig uurtje mocht meemaken. Vanwege de eerste processie naar Handel. Als men daar ongeveer drie kwartier gezeten had met muziek en bier, moest men nog een rondgang maken door de afgesloten tuingang. Wat lang niet gemakkelijk was, omdat men maar met hoogstens drie man naast elkaar kon lopen en er vele bochten in voorkwamen. Zodat het corps lange en onsamenhangende passen moest maken (omdat het bier ook al een beetje meewerkte) kon men begrijpen dat de muzikaliteit niet altijd perfect was. De paters stonden hier en daar in de deuropening van hun cel het geroezemoes van de voorbijtrekkende muzikanten af te luisteren en klapte genoeglijk in hun handen en riepen dan “tot ziens heren, tot weerziens volgend jaar en veel devotie vandaag”. Na de rondgang in het klooster ging men even binnen in de kapel van de paters om een persoonlijk gebed te bidden. Daarna weer geformeerd door de fanfare en trok men in optocht met marschmuziek weer naar café Van der Aa. Waar de stoet weer werd ontbonden voor het bijwonen van het lof. Na het lof weer processie rond de kapel, waar de muzikanten van de fanfare weer muziek begeleiden voor de Marialiederen. Tot de Stap in de Mortel. Hier werd de fanfare weer opgesteld om gelijk ‘smorgens weer met marschmuziek door de Mortel te trekken tot de grindweg. Daarna kon ieder huiswaarts keren. Tot de Neerstraat. Hier vanaf tot het Pastoorsbos werden weer Marialiederen gezongen, begeleid door de muzikanten. Hier werd weer de fanfare opgesteld om met marschmuziek door de straat naar de kerk te trekken. Dan was er een kort lof en daarna opstelling van de fanfare en met marschmuziek trok men naar het dorpshuis Familie van de Poel. Om ongeveer zeven uur namiddag gewoonlijk werd er door pastoor Van Bokhoven (beschermheer van de fanfare) een halve ton bier aangeboden aan leden van de fanfare. Hier werd dan gretig gebruik van gemaakt en zodoende was pas in de late avonduren de bedevaartsdag naar Handel afgelopen. De pastoor en de kapelaan namen zelf ook deel aan de traktatie en werd verzocht de processie met hetzelfde elan weer op te luisteren het volgende jaar. In Bakel bestond in 1911 een wielerclub, die naar de veelzeggende naam De Gezelligheid luisterde en die haar clubhuis had bij Joh. Vermulst die zijn café achter in de Dorpsstraat had verruild met het pand waar vandaag nog steeds café Vermulst ofwel herberg De Zwaan is gevestigd. Die wielerclub organiseerde op zondag, 9 juli 1911, een grote wielerwedstrijd, waarvoor maar liefst 16 prijzen waren uitgeloofd in 7 series. Er was een 250 meter lange wielerbaan aangelegd in de bossen, vijf minuten uit het centrum, en men sprak van een “prachtig baantje”. De wielerwedstrijden waren erg populair in die tijd en werden al tegen het eind van de 19e eeuw georganiseerd. Men reed op harde banden! Voor de wedstrijd in Bakel was er een optocht naar het wedstrijdterrein. Musis Sacrum ging voorop, gevolgd door de deelnemers, bruidjes en fanfare St. Cecilia uit Milheeze.

1912
In februari 1912 gaf Musis Sacrum een uitvoering bij café M. van Tiel en dat die café dan eivol was blijkt wel uit het bericht in de krant van toen, die spreekt van het feit dat de fanfare enkele mooie nieuwe nummers heeft ingestudeerd zodat het te verwachten is dat de fanfare ook weer bij deze gelegenheid haar oude roem zal handhaven. Als het weer zou meewerken zouden er zeker diverse belangstellenden uit de naburige gemeentes aanwezig zijn om van deze muziekuitvoering te profiteren. Ook ontbraken natuurlijk de komische voordrachten en komediestukken niet. /> Een week eerder viel tijdens een concert van fanfare St. Cecilia uit Milheeze een brandende lamp tussen de spelende muzikanten en er ontstond een begin van brand dat door de snelle reactie van de muzikanten werd geblust. Het concert werd vervolgd bij het licht van enkele fietslampen. Elektrisch licht was nog niet voorhanden. Gelukkig zijn er enkele verhalen van oud-fanfareleden op papier gezet, zodat we een klein beetje inzicht hebben in zaken die vroeger heel normaal waren. Zo ook het verhaal van Just Kanters, die ons vertelt hoe hij bij de fanfare terecht was gekomen. Toen hij in 1907 de school had verlaten, mocht hij met zijn ouders naar Bakel kermis. Daar zag hij de fanfare spelen en vroeg zich af of hij dat ook zou kunnen leren. De buurman, Thomas Joosten, was ook fanfarelid en blies de ringbas of bombardon. Dikwijls had hij naar de buurman zijn instrument gekeken en wou dat hij die ook kon blazen! Als in de meimaand vanwege de processie naar Handel, de zusjes van de buurman het instrument moesten poetsen, vond Just dat erg mooi. Na het poetsen probeerde men of de ventielen nog goed liepen. Just had het al een paar keer aan zijn vader gevraagd, maar die vond hem te jong voor de fanfare. Hij moest eerst maar eens naar de landbouwschool waar hij in 1912 slaagde. Het bleef hem echter interesseren en na veel vragen kreeg hij van zijn vader toestemming, mits hij oppaste. Hij meldde zich bij de directeur van de fanfare. Die zei dat hij wat moest zingen, zodat hij kon zien of hij “oren had”. Het zou wel lukken en Janus zou de schoolkinderen wel een briefje meegeven wanneer hij tijd had voor muziekles! Men wist nooit wanneer dat zou zijn, want Janus had maar weinig tijd. Het briefje kwam, en zo af en toe had Janus tijd om Just het noten leren bij te brengen. Just schrijft: “Het ging maar slapjes, dat noten leren en over een instrument werd nooit gesproken. Maar in 1913 kreeg hij toch een instrument. Meester Martinus van de Poel kwam vaak bij Just thuis en blies dan wat op Just zijn instrument. Just kon niet begrijpen wat hij daar allemaal uithaalde en dat zonder papier waar noten op stonden. ‘sZomers was er nooit muziekles want dan moest er worden gewerkt op het land!

1913
Begin 1913 vierde men de teerdag op de gebruikelijke wijze met een muzikale wandeling en een “fijn souper”. ‘sAvonds trad er een in die tijd beroemde komiek op, Jac Heywegen uit Helmond, die een lijst met wapenfeiten meebracht, waarop alle wedstrijden die hij als “karakterkomiek” had gewonnen stonden vermeld. Waar het gezellig is vliegt de tijd en de krant schrijft dan ook: “Jammer dat gezellige ogenblikken zoo gauw vervlogen zijn en het uur van scheiden zoo gauw daar is”. Zoals al vele jaren gebruikelijk was, werden de mensen die de fanfare financieel steunden als honorair lid, ook uitgenodigd op de jaarlijkse teerdag. Daar werd dan gegeten en gedronken en er werd een soort voorproef gegeven van de werken die de fanfare die winter tijdens de concerten zou uitvoeren. Over dat eten en drinken staat ergens in de notulenboeken de vraag “of het noodzakelijk is dat de honoraire leden hiervoor worden uitgenodigd, omdat er diverse honoraire leden waren die veel meer consumeerden dan ze financieel aan de fanfare afdroegen!” Enkele weken later, op 25 januari 1913, gaf men bij de zaal van M. van Tiel de eerste winteruitvoering. De toneelspelers leverden steeds grotere prestaties, want voor deze winteruitvoering werd zelfs een compleet kluchtig blijspel opgevoerd. “Een bezoek zal dus de moeite overwaard zijn”. In 1913 was Janus van de Poel 25 jaar lid van Musis Sacrum en ontving ter ere van dit zilveren jubileum een zilveren medaille die nu, na jaren, weer in het bezit is van Musis Sacrum. Het was voor Janus niet het enige feest wat er in 1913 te vieren was want Musis Sacrum ging op concours. Op 1 juni organiseerde fanfare Oefening en Uitspanning uit Goirle een “Marschwedstrijd”, waar Musis Sacrum deelnam in de 2e afdeling. Ze werden beloond met een 3e prijs en een zilveren medaille. Ook kregen ze, zoals toen gebruikelijk was, weer een pracht van een diploma en zelfs nog een bedrag van Fl.25,-. “Het is ook wel flink dat deze vereeniging ook in den vreemde een goed figuur maakt en ondanks haar kleine ledental niet ten achter behoeft te staan! Eene en wel de voornaamste oorzaak van de goede conditie waarin het gezelschap verkeert is wel te danken aan de degelijke leiding van den directeur den heer M.A. van de Poel” . Op zondag 5 juli pronkte de fanfare met haar veroverde zilveren medaille tijdens een muzikale wandeling ter ere van het behaalde succes door het dorp. Op 3 september 1913 werd de geestelijk adviseur en beschermheer van de fanfare, pastoor B.J. van Bokhoven, begraven. Hij was een groot muziekliefhebber geweest en had weinig bezwaren tegen de talrijke uitvoeringen van de fanfare wat in andere parochies voor veel problemen zorgde! Hij was in 1884 kapelaan geworden in Bakel en in 1888 pastoor. Hij stichtte in Bakel het liefdehuis en restaureerde de kerk. Heel Bakel was op de begrafenis en ook de fanfare bewees de overledene de laatste eer “met hare treurende tonen”. Op 24 september bracht fanfare St. Cecilia uit Milheeze een bezoek aan haar zustervereniging waar onder het spelen van verschillende nummers de namiddag op aangename wijze werd doorgebracht! De contacten met de fanfare uit Milheeze waren intensief. Men had elkaar ook vaak nodig. De financiële situatie van de Milheezer fanfare was net als in Bakel verre van rooskleurig. Ook daar studeerden leden enkele voordrachten in om tijdens de teerdag op te voeren. De armoede schreef men ook in de krant want omstreeks 1912 stond er: “het is te betreuren dat de financiën de fanfare niet toelaat dat er voor de leden een flinke teerdag op over schieten!”. In 1913 werden de fanfareleden uit Milheeze dan toch onthaald op enige potjes bier, waarbij Harrie Rongen uit Milheeze en Marinus Goossens uit Bakel enkele voordrachten opvoerden. Harrie Rongen was zijn hele leven een bekendheid vanwege zijn voordrachten. De beide fanfares uit Bakel en Milheeze hadden in 1913 nog meer optredens. Op 22 oktober vierde men in Nederland het feit dat men 100 jaar onafhankelijk was van de Fransen. Het zogenaamde “onafhankelijkheidsfeest”. Er werd een optocht gehouden met deelnemers uit Bakel en Milheeze. Om negen uur ‘smorgens trokken alle deelnemers elkaar tegemoet, zodat het opstellen tussen Bakel en Milheeze plaatsvond. De beide fanfares liepen ook mee in die optocht. De optocht was indrukwekkend voor die tijd en trok door Bakel en Milheeze. Het was jammer dat het al voor de middag begon te regenen, zodat men genoodzaakt was de verdere feestelijkheden af te lasten. Die bestonden uit volksvermakelijkheden en kinderspelen en werden verschoven naar zondag, 26 oktober. Op die zondag werd er voor aanvang van de feesten nog snel een foto gemaakt voor café De Kroon, het stamhuis van de fanfare. Links op het podium staat de fanfare, die er na een uitvoering van de turnclub een mooi concert zou geven! De combinatie van muziek met voordrachten of toneeluitvoeringen was een verschijnsel dat vanaf het begin van de 20e eeuw in de mode raakte en zou dat een hele tijd blijven, tot na de Tweede Wereldoorlog. Het toneelspel of de komische voordrachten begonnen omstreeks 1895 als kleine korte intermezzo’s tijdens een concert van de fanfare. Maar rond 1913 voerde men reeds complete toneelstukken op met een paar muzikale onderbrekingen van de fanfare. De rollen waren omgedraaid. Toen in 1909 de gymnastiek of turnvereniging Kracht Door Volharding werd opgericht, ontwikkelde dat zich snel tot een nieuw soort volksvermaak. Regelmatig gaf men uitvoeringen samen met de fanfare. In werkelijkheid waren de leden van de fanfare, de toneelvereniging en de turnvereniging allemaal dezelfde mensen. De fanfare vervulde tijdens zo’n turn- of toneeluitvoering de rol van het orkest dat ter afwisseling enkele muzikale nummers ten gehore bracht. De muzikanten die dus tevens turnden of toneel speelden, hadden ongetwijfeld een drukke avond. Maar ze oogsten wel veel succes gezien de vele berichten uit die tijd die allemaal spreken over “eivolle zalen”! Door de vele optredens ontwikkelden de turn- en toneelvereniging zich tot geroutineerde spelers! In 1913 verschijnt er een bericht in de krant dat de toneelvereniging K.D.V. (Kracht Door Volharding) een winteruitvoering geeft bij Bertje Goossens. Dus ze gebruiken de naam van de turnvereniging! Omdat het dus dezelfde mensen waren zal daar niemand van opgekeken hebben en wat maakt het dan eigenlijk nog uit of men turnt of toneel speelt. Wel staat er in dat bericht dat er een paar mooie nummers ten gehore worden gegeven. Of dit nu een optreden van de fanfare was (die dus ook weer uit diezelfde mensen bestond) is niet duidelijk, maar wel denkbaar! Dat geeft dan aan, dat het toneelspel van de fanfareleden het muziek maken had overtroffen! Honoraire leden hadden gratis toegang, andere belangstellenden betaalden een lage entreeprijs. De veelzijdigheid van die kleine fanfare die in een handomdraai veranderde in een turn- of toneelvereniging geeft aan hoe klein de leefgemeenschap toen was. En hoe men met beperkte middelen en mankracht toch probeerde wat vermaak aan het volk te verschaffen! Doordat de provincie de zogenaamde kunstwegen had overgenomen en bezig was grind aan te voeren voor aanleg en reparatie, liep er in Bakel een tijd een stoomtram door de straten die het grind vervoerde vanaf Sluis VII naar Bakel! Voor de paarden was die stoomtram geen genot want menig paard werd bang bij het passeren van zo’n sissend monster!

1914
Begin 1914 stond in de Zuid-Willemsvaart een bericht dat in de loop van dat jaar fanfare Musis Sacrum haar 40-jarig bestaansfeest diende te vieren. Maar van een feestelijke herdenking hoorde men nog niets. Of zou misschien weer tot de laatste dag gewacht worden om dan alles op stel en sprong te doen! Dit was een niet mis te verstane boodschap aan het bestuur dat in het verleden waarschijnlijk op bovenstaande wijze te werk was gegaan. Enkele weken later werd besloten om “ter feestelijke herdenking van het 40-jarig bestaan” een groot festival te houden voor harmonie en fanfarekorpsen en wel op 1 juni 1914! “De ingezetenen van Bakel hadden door milde steun deze vereniging in staat gesteld om dit feest flink te kunnen vieren!” Dus dit festival geen zangverenigingen maar louter blaasmuziek. Er werd een speciaal feestcomité in het leven geroepen. Om een fatsoenlijk festival te kunnen organiseren moest er ook een kiosk worden gebouwd. In het hoekje van het repetitielokaal langs café Piet van de Poel stond een houten podium waarop de fanfare regelmatig haar buitenoptredens verzorgde, maar voor een festival was het helaas niet geschikt en ook veel te klein. De president schreef een brief naar Phileutonia in Helmond of Musis Sacrum voor haar festival de demonteerbare kiosk van Phileutonia kon huren. Dit bleek inderdaad mogelijk. Als men de vrachtkosten zelf betaalde en de eventuele stukken wilde repareren, zou de huurprijs Fl.10,- bedragen. Men had van de Bakelse bevolking “milde steun ontvangen” dus besloot het bestuur om de kiosk maar te huren. De krant schreef een paar dagen voor het festival: “een prachtig versierde kiosk is reeds verrezen”. Phileutonia had wel van tevoren gesteld: “na het feest van 1 juni de kiosk direct terugbrengen”. Op Tweede Pinksterdag kwamen alle deelnemende korpsen om half een samen op het dorpsplein voor het opstellen van de traditionele optocht, waarna om half twee de muziekuitvoeringen begonnen. Het slot van het festival werd verzorgd door de Deurnese harmonie die een concert blies met een “rijk programma”. Het festival werd druk bezocht, ondanks het feit dat het ‘smorgens nog regende. “Ons anders zo stille dorp trok maandag zoo’n groote massa volk als we hier nog zelden gezien hebben”. Zo’n festival bracht vaak nieuwe uitnodigingen met zich mee en zo ging Musis Sacrum op 28juni 1914 ook naar het festival van fanfare Somerenslust. Op 13juli 1914 toog men weer naar St. Oedenrode voor deelname aan het festival van fanfare Nos Jungit Apollo. Bakel won de derde prijs tijdens de verloting. Ook hier was er ‘savonds weer een concert van het korps van Kessels Instrumentenfabriek uit Tilburg, wat geweldig in de smaak viel. Dit orkest gold als grote voorbeeld voor velen en werd zodoende ook veel gevraagd. Inmiddels waren in Europa de spanningen flink opgelopen en brak in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit! Nederland slaagde erin haar neutraliteit te behouden en buiten het conflict te blijven. Toch werd het leger gemobiliseerd en bewaakte vier jaar lang de grenzen. Het land schakelde over op een oorlogseconomie met bon-distributiesystemen en strenge controle op im- en export. Een neutraal land in oorlogstijd kan meestal profiteren van de gebreken aan materiaal en voedsel van de oorlogvoerende landen, maar Nederland leed zelf aan voedselgebrek en koopkrachtdaling. Er waren in 1914 ongeveer een miljoen Belgische vluchtelingen in Nederland. In Bakel verbleven 17 Belgische kinderen. Neelke Janssen, de opa van de schrijver van dit boek, woonachtig op de Benthem in Bakel, is in Bakel bekend om zijn handgeschreven dagboeken, die de periode 1914 – 1937 omvatten en waar de toestanden van de Eerste Wereldoorlog uitvoerig in worden beschreven. Om een indruk van die armoedige tijd te schetsen hebben we een kleine samenvatting gemaakt die toch boekdelen spreekt.

DE EERSTE WERELDOORLOG
Op 1 augustus 1914 begon de oorlog. De prijzen stegen enorm. Stof voor kleren bijvoorbeeld kostte voorheen 30 cent per el. Dat steeg naar Fl.4,- per el. Het stof voor een winteroverjas steeg in prijs van Fl.2,50 naar Fl.23,- per el. Onbetaalbaar dus. Enkele mensen droegen zelfs papieren kleren en papieren zolen. Brandstof voor de kachel werd op bonnen verstrekt, maar echter alleen als de voorraad “klot” was geslonken tot drie karrevrachten! Het licht in huis was meestal afkomstig uit olielampen als er tenminste olie te krijgen was. Anders werd het kaarslicht of carbid. Mensen bakten zelf hun brood van de opbrengst van het veld, maar in de oorlog moest men daar verzoeken voor indienen. Later verscheen de broodverstrekking op bonnen, 200 gram per man per dag! Vlees was ook op de bon tegen hoge prijzen en slechte kwaliteit. Een stukje spek bezijden de knie en een stukje vlees gelijk een luciferdoos, geeft aan dat men alles opat wat eetbaar was. De eigen koeien moesten worden geleverd aan de regering. Wekelijks kon men ze vrijwillig leveren anders kwam men ze zelf halen. Men kreeg geld volgens een klasse-indeling van de dieren, die in Helmond ruwweg werden gewogen. De varkens moest men opgeven in aantal. Men mocht zelf slachten. Slachtte men er twee dan moest men er een leveren aan de regering. Door zo’n vordering was de regering in staat om hongerlijdend Nederland een beetje te voorzien, want aan alles was een gebrek. Ook was er de scheurwet, die beval dat de opbrengst van een deel van de landbouwproducten werd gevorderd voor de volksvoeding. Boeren moesten volgens die scheurwet een deel van hun grasland “scheuren” en inzaaien met graansoorten die men kon gebruiken voor de broodproduktie! Koolzaad was vanwege de olie een veel verbouwd gewas en de velden waren ‘szomers ook vaak felgeel gekleurd door bloeiende koolzaad. Bijna elke dag moest men op het raadhuis gaan melden wat er was geoogst en hoeveel. De opbrengst van het eigen tuintje mocht men zelf houden, mits het een klein tuintje was. Aan het einde van de oorlog moest men van een hectare rogge zo’n grote opbrengst leveren dat zoveel op een hectare niet kon groeien! Wie een paard bezat moest tijdens het gebruik maken (tijdens het varen) een kentekenbewijs kunnen overleggen dat elke drie maanden door de gemeente komiezen werd verlengd. Het vet van een geslacht varken moest worden ingeleverd waar men een soort boter van maakte, de zogenaamde botermelange. Die smaakte erg vies en veel mensen gebruikten het als wagensmeer. Later, toen er geen vet meer te krijgen was, zou men het vet van de as gegeten hebben. Roken deed men toen uiteraard ook al en in 1914 kostte een pakje tabak 45 cent. In 1918 kostte dit Fl.2,80 per pak. De tabak was in de Eerste Wereldoorlog van zeer slechte kwaliteit en was niet van tabaksbladeren gemaakt maar van lindebladeren, bonenloof en andere droge soorten bladeren. Enkele mensen rookten zelfs boekweitkaf. Pruimen op pruimtabak was toen ook erg in de mode maar vanwege het tabaksgebrek waren er mensen die op bladeren of zelfs papier pruimden. De Eerste Wereldoorlog was voor de fanfare een tijd van behelpen. Door de mobilisatie waren veel fanfareleden in militaire dienst. Een van die leden was Just Kanters. Tijdens zijn diensttijd kwam hij bij de “waterlinie” terecht. De kapitein die er de leiding had, richtte een muziekkorps op ter vermaak van de soldaten en vooral om de tijd te doden. Nederland was dus neutraal gebleven en van oorlogsgeweld was niks te bespeuren. Just had nog maar weinig muzikale ervaring en durfde zich aanvankelijk niet voor het muziekkorps aan te melden, maar deed het later toch. Zijn “dunne” muziekkennis werd door zijn medemuzikanten bijgespijkerd en Just blies mee! De muzikanten die in dienst moesten en bij zo’n muziekkorps terechtkwamen mochten hun instrument van thuis meebrengen (als ze er al een hadden). De militaire autoriteiten vonden het maken van muziek een prima idee en gaven ondersteuning door met behulp van de afdeling Onderwijs en Ontspanning van het leger bladmuziek aan te kopen! Tijdens de repetities was men vrij van dienst. Het muzikale peil van zo’n militair orkest steeg aanzienlijk door de vele repetities en na de oorlog kwam dit weer ten goede aan de korpsen waar men in het burgerleven lid van was! Men besloot dus om door te repeteren want het kasboek uit 1915 schrijft dat het salaris van de directeur Fl.1,50 per maand bedraagt. Veel goedkoper overigens dan de eerste directeur, Goossens uit Deurne, die maar liefst Fl.2,- per repetitie ontving. Het salaris van de directeur werd erg wisselvallig betaald. Soms elke maand, dan weer per half jaar. Het orkest van voor de Eerste Wereldoorlog was al niet groot. Tijdens de oorlog werd het nog kleiner. Omdat het orkest flink was uitgedund en lang niet elke partij was bezet moest men een oplossing vinden om toch concerten te kunnen geven. Die oplossing vond men door een oude bekende uit de kast te halen, namelijk het uitvoeren van “eenige zangstukken”. Veel fanfareleden waren ook lid van het kerkkoor dus zingen kon men wel. Op 16 januari 1916 gaf men een concert met de fanfare, afgewisseld met “eenige zangstukken”. “Alhoewel wegens de mobilisatie verschillende leden onder de wapenen zijn, werd toch hele goede muziek gemaakt. Trouwens van Musis Sacrum zijn we niet anders gewoon” . De belangstelling in zaal Vermulst was niet gering want men ontving aan entreegelden Fl.2,50. Een dag later vierde de fanfare haar “jaarlijks teerfeest”. Zoals gebruikelijk was met een muzikale wandeling en een keurig souper bij café Piet van de Poel. ‘sAvonds trad er weer de bekende komiek, Jac Heywegen, op met zijn zoon waarbij de honoraire leden werden uitgenodigd. Die honoraire leden brachten tijdens de Eerste Wereldoorlog meer geld binnen dan de contributie, want veel leden verbleven niet in de gemeente en hoefde geen contributie te betalen. Die komiek was niet goedkoop en vroeg maar liefst Fl.7,50 (daar moest de directeur vele maanden voor dirigeren). Just Kanters kreeg later in zijn diensttijd veel landbouwverlof om thuis op de boerderij te gaan helpen, want de volksvoeding was ook landsbelang! Zo was Just in 1917 vaak in Bakel en was zo in de gelegenheid om de repetities van de fanfare (die gewoon doorgingen) bij te wonen. Hij kreeg aanvullende muzieklessen van Janus van de Poel en werd in 1917 geballoteerd als lid. Hij blies 2e piston. Wie als lid werd geballoteerd moest het zogenaamde inleggeld betalen. Dit was eenmalig Fl.2,-. Dit was bedoeld om een komen en gaan van leden tegen te gaan. Doordat de oorlog Nederland ongemoeid liet keerden meer fanfareleden die onder dienst waren zo nu en dan naar Bakel terug. De globale bezetting uit 1917 is bekend. Wel moet worden opgemerkt dat de bezetting lang niet altijd constant was. Enkele fanfareleden keerden zelfs tijdens de hele mobilisatietijd niet naar Bakel terug, wat natuurlijk ook aan de militaire functie lag en de plaats van legering. De fanfarebezetting uit 1917: Janus van de Poel Directeur Corn. Jonkers 2e alto Ferd van de Poel ringbas Corn. Nooyen 1e bugel Piet van de Poel 1e tuba Joost Manders solo bugel Janus van Tiel schoudertuba Sjef Goossens 2e bugel Corn. Joosten 1e trombone Frans Nooyen 2e bugel Antoon Vermulst 2e trombone Just Kanters 2e piston Hannes Jaspers 1e bariton van der Heyden grote trom Nard van de Eikhof 2e bariton Willem Vermulst kleine trom Hein Vermulst 1e alto In 1917 bracht men een serenade tijdens de opening van het pakhuis en ging men op processie in Handel, wat elk jaar toch ook weer Fl.5,- opleverde. Soms betaalde de pastoor een jaar vooruit of achteraf. Ook vierde men weer de teerdag. Dit keer met een nog duurdere komiek. Die vroeg zelfs Fl.12,50 en bracht een pianist mee van Fl.4,-. Om dit forse bedrag enigszins te compenseren, werd er geen souper gekookt maar at men boterhammen met koffie! De uitgaven waren in oorlogstijd, vanwege het kleine aantal optredens, erg laag en het banksaldo nam toe. Op 9 april 1917 kocht men zelfs een nieuwe instrument voor Fl.51,65. 1918 Begin 1918 gaf men weer een concert waar het enorm druk moet zijn geweest, want er staat een inkomstenbron in het kasboek van Fl.8,75 aan entree Honorair lid, burgemeester P.L.Nooyen, gaf ook nog eens een bedrag van Fl.6,-, dus men kon met een gerust hart de jaarlijkse teerdag vieren. Er werden komieken besteld met een pianist en een gehuurde piano. Het plezier op zo’n teerdag was dan ook enorm! De Eerste Wereldoorlog werd beëindigd met de vrede van Versailles, eind 1918. De diensttijd voor veel fanfareleden werd tijdens de zogenaamde demobilisatie opgeheven en men keerde naar huis terug. Vier jaar ouder als toen men ging. De fanfare bestond nog toen men thuis kwam en doordat men steeds hard gerepeteerd had, was het geen verwaarloosd orkest wat die terugkerende fanfareleden aantroffen. Dat gaf hen weer een impuls om zo snel mogelijk weer mee te komen blazen. Fanfares waren vanwege hun bezetting duidelijk in het voordeel tijdens zo’n periode waar veel leden ontbraken. Men kon ook gewoon doorblazen. Voor harmonieën werd dit een stuk moeilijker, omdat de combinatie van bezetting en klankverhouding ernstig was verstoord. Enkele orkesten kwamen de Eerste Wereldoorlog niet te boven en werden opgeheven.

1919
Op 21 januari 1919 gaf men een winterconcert, wat aan entree maar liefst Fl.24,50 opbracht. De beslissing om entreegelden te heffen tijdens concerten had de fanfare geen windeieren gelegd. Er werd besloten om in juni deel te nemen aan het festival van fanfare De Vooruitgang in Nuenen. Voor deelname aan zo’n festival moest men zogenaamd inleggeld betalen, in dit geval Fl.5,-. Tijdens zo’n festival waren er vaak geldprijzen te winnen, zodat men op creatieve wijze de kas kon spekken. In 1919 teerde men op 29 januari en vierde uitbundig feest: een komiek, een pianist, veel bier en boterhammen met koffie. Men kocht een “marsch” voor een gulden. En voor de processie naar Handel, in mei, werd Harrie Rongen uit Milheeze gevraagd om met Musis Sacrum mee te gaan. Men kocht weer een nieuw instrument en een week later nog een. Dat was ook nodig, want na de oorlog waren er enkele nieuwe leden de fanfare komen versterken, onder anderen Johan Kanters, broer van Just, Johan van den Broek en de beide broers van Hannes Jaspers, Fried en Marinus, bliezen een tijdje mee. Willem Vermulst was voor en tijdens de oorlog kleine tamboer geweest, maar werd in 1919 vervangen door Marinus Berniers, die tijdens zijn diensttijd een “vakman” was geworden. Het gouden bruiloftsfeest van Mathijs Cornelissen en echtgenote wat in februari zou worden gevierd, werd wegens de “ongesteldheid van Mathijs” twee keer verplaatst. Maar begin april was het dan zover. Na de Heilige mis was er een feeststoet die met de fanfare voorop door het dorp trok. ‘sAvonds bracht de fanfare nog een serenade. Men had als fanfare dus een drukke dag bij zo’n gouden bruiloft! Een jaar na de vrede van de Eerste Wereldoorlog werden er in Deurne in december zogenaamde vredesfeesten gehouden. Heel Deurne was versierd. Er was een feestelijke optocht en op de markt werden kinderspelen georganiseerd. /> Musis Sacrum gaf een concert op de kiosk. De krant schreef over dit concert: “Al beschikt dit gezelschap natuurlijkerwijze over geen zware bezetting, niettemin werd het programma dat o.m. eenige zeer aardige nummers bevatte, zeer goed uitgevoerd. Een feit is dat we Musis Sacrum van Bakel nu en altijd bewonderen om zijne zuivere stemming”. Dit geeft aan dat Musis Sacrum, hoewel niet groot, toch weldegelijk iets voorstelde. Musis Sacrum verwierf het niet geringe bedrag van Fl.30,-.

1920
Het festival in Nuenen werd wegens familie-omstandigheden van enkele leden van de fanfare afgemeld en om toch in 1920 nog aan een festival deel te nemen ging men in 1920 naar een festival in Helmond en won zowaar Fl.25,-. Dat festival in Helmond werd gehouden ter ere van het 70-jarig bestaan van de Koninklijke Stadsharmonie Phileutonia. Ook werd er een “Groote oranje optocht” gehouden ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Wilhelmina. Musis Sacrum telde in 1920 slechts 18 musicerende leden. Andere korpsen waren veel groter. Bijvoorbeeld Aarle-Rixtel had 34 leden en Lieshout 31 leden. Men gaf in Deurne ook nog een concert wat de som van Fl.25,- opleverde. Die financiën waren enorm welkom, want de penibele financiële situatie van de fanfare was al jaren niet verbeterd. Bij Joost den Bakker (Manders) had men geld geleend en dat kostte elk jaar een flinke duit aan rente. Toch steeg in 1920 het saldo van het kasboek. In 1920 bestond in Bakel en Milheeze een afdeling van de burgerwacht, een soort reserve-leger! Die burgerwacht bouwde in het bos, waar tegenwoordig St.Jozefsheil ligt, een eigen schietbaan waar men schietoefeningen hield. Die schietbaan werd in juni geopend door de beide burgerwachtafdelingen uit Bakel en Milheeze, elk begeleid door hun fanfares. De schietsport, in welke vorm dan ook, was al lang een populaire vorm van vermaak, dus een schietbaan was erg welkom! De schietsport zoals voornoemd, bestond meestal uit hand- of kruisboog, maar met geweren schieten, wat men bij de burgerwacht deed, was nieuw. De openingstoespraak werd gegeven door M. van der Heyden, de grote tromslager van de fanfare, die tevens president van de burgerwacht was. Na de officiële opening gingen de leden van de burgerwacht naar de baan om te schieten. “Daar allen nog haast nieuwelingen zijn, kwamen er nogal eens afzwaaiers voor”. Ondertussen speelden de beide fanfares om beurten een aardig stukje muziek. De kermis in 1920 betekende voor de fanfare dat er elke dag werd gespeeld: of een concert of een muzikale wandeling. Die kermis stelde helemaal niets voor in die tijd. Er stond geen enkele attractie. Men ging naar het café om wat te drinken. Buiten de muziek van de fanfare was er verder geen muziek toegestaan! Soms stond er bij café De Kroon een kraampje, waar men kon koekhakken. Maar verder was er niks. Een schril contrast met de ons omringende plaatsen waar de stoomcaroussel en de schommels al jaren druk bezochte attracties waren.

1921
In januari 1921 vierde de fanfare bij café Van de Poel haar jaarlijkse teerdag. Dit keer hadden de eigen leden enkele voordrachten ingestudeerd en werd er geen komiek besteld. Wilde men wat geld sparen, dan moest men voorzichtig zijn. De honoraire leden hadden toegang! Zo’n teerdag bracht vaak ook nog geld op, waarschijnlijk in de vorm van giften, want in 1921 ontving men zelfs Fl.99,50. Op 29 januari hield men een concert voor de honoraire leden. Verdere belangstellenden betaalden entree. Omdat Janus van de Poel al een hele tijd dirigent was in Bakel, was hij zo langzaamaan een bekendheid geworden in de streek. En zijn kwaliteiten als dirigent waren tot in de verre omtrek bekend. In Gemert werd in 1919 uit de resten van fanfare Entre Nous een nieuwe fanfare opgericht die de naam Excelsior droeg. Gemert had al lang een blaasorkest en de fanfare Apollo’s Lust, die zich later St. Cecilia ging noemen had bestaan tot aan de Eerste Wereldoorlog, maar had deze helaas niet overleefd. Men zocht in Gemert voor de fanfare een directeur en vond deze in de persoon van Janus van de Poel. Hij volgde zijn voorganger Koenders op. Excelsior begint in 1921 onder Janus van de Poel pas echt goed te draaien. We zien vaak in de krant de opmerking dat “onze fanfare Excelsior goede vorderingen maakt onder hare nieuwe directeur de heer Van de Poel”. Op de vergadering in het voorjaar van 1921 had Musis Sacrum besloten weer aan enkele festivals deel te nemen. Het eerste festival was ter ere van het 25 jarig bestaansfeest van fanfare St.Cecilia uit Milheeze. Op 16 mei organiseerde men een festival waaraan zeven gezelschappen deelnamen. Onder de deelnemers waren veel jonge gezelschappen. Musis Sacrum kende net als de meeste fanfares geen uniformering. Om toch netjes voor de dag te komen kocht men voor iedereen nieuwe boorden! Op 29 juni gaf Musis Sacrum in Gemert een concert om te laten zien wat de Bakelse fanfare onder leiding van Janus van de Poel presteerde. Het bracht het leuke bedrag van Fl.30,- op en Gemert zou in de toekomst met fanfare Excelsior zeker een tegenbezoek aan Bakel brengen. Het tweede festival waaraan de fanfare deelnam was in Mierlo. Daar bevond zich het zogenaamde lustoord Molenheide, een soort pretpark waar men in het weekend vertier vond. Molenheide had ook een vliegveld. In de zomer van 1921 organiseerde men daar een “groot permanent festival voor harmonieën en fanfares” in de periode van 22 mei tot 21 augustus. Bakel gingen op 3 juli naar Mierlo en won het geldbedrag van Fl.25,-! Opmerkelijk detail was dat het “mogelijk was om over het terrein vliegtochten te maken met de machine van den beroemde aviateur STRASZER”. Deze aviateur gaf in zijn Fokker-machine ook vliegdemonstraties waarbij hij onder andere valvluchten, ‘looping the loop’ en kurketrekkers uitvoerde! Op 13, 14 en 15 augustus 1921 was het groot feest in Bakel. Gilde St. Willibrordus bestond 625 jaar en vierde dit met een groot gildefeest. Langs de grindweg van Bakel naar Milheeze had men bij landbouwer Lauwers een weiland gehuurd en ingericht als feestterrein. De fanfare was nauw betrokken bij het gildefeest. Op 13 augustus haalde de fanfare het feestvierende gilde af bij het gildehuis De Gouden Leeuw en maakte een muzikale wandeling door het dorp. Daarna gaf men een concert ter ere van het gilde. Op zondag, 14 augustus, organiseerde het gilde de zogenaamde personele wedstrijden. Een soort solistenconcours voor gilden. Daarna marcheerde de fanfare en het gilde naar de Bakelse brug om daar harmonie Phileutonia af te halen, die in Bakel een concert gaf. Het echte grote gildefeest vond op 15 augustus plaats. De optocht, die bij zo’n gildefeest gebruikelijk is, werd muzikaal ondersteund door de harmonie uit Aarle-Rixtel en de fanfares uit Bakel en Gemert (dit natuurlijk omdat Janus van de Poel er dirigent was). De deelname onder de gilden was groot. Er volgde een aantal toespraken van Tweede-Kamerleden uit de buurt, waarna men met vliegende vaandels en slaande trommen aan de wedstrijden begon. Op 2 september viel in die jaren Koninginnedag dat door de fanfare met een muzikale wandeling werd herdacht. Op 7 september 1921 werd Bakels burgemeester, P.L. Nooyen, voor de 7e maal herkozen als burgervader van de gemeente Bakel en Milheeze. Die burgemeester was een opmerkelijk figuur. Zo ging hij elke zondag rond het middaguur naar het café en joeg persoonlijk iedereen die nog binnen was naar huis omdat de vrouw thuis zat te wachten met de soep! Vanwege het succes van het gildefeest, waren de contacten tussen de fanfare en het St.Willibrordusgilde erg goed. Tijdens de kermis van 1921 ging men voor de eerste keer samen in optocht door de straten voor het zogenaamde vogelschieten, wat tot op vandaag nog steeds elk jaar plaatsvindt. De fanfare ontving er een jaarlijkse vergoeding van Fl.5,- voor. Voorheen ging elk zijn eigen weg. De fanfare trok van café naar café en gaf een concert. Het gilde gaf vendeldemonstraties en ging vogelschieten. Van het bestuur van Musis Sacrum zijn slechts enkele flarden bekend vooral van de periode van de oprichting tot aan de Tweede Wereldoorlog. In de periode 1921 – 1922 was de samenstelling als volgt: Adr. van de Poel Directeur Marinus Goossens President / voorzitter Mar. Manders 1e commissaris Ant. Vermulst 2e commissaris M. Muffels 1e secretaris Ferd. van de Poel 2e secretaris Hub. Donkers penningmeester We zien dat de in het verleden gecombineerde functie van secretaris / penningmeester is gesplitst. De president, Marinus Goossens, zou een jaar later zijn voorzittershamer overdragen aan M. van der Heyden, het hoofd van het Bakels postkantoor, wat stond op de huidige plaats van kapsalon Manders in de Schoolstraat.

1922
Joost van Ansem, een oudgediende in het bestuur, werd in 1922 penningmeester. Iets wat hij in het begin van het bestaan van Musis Sacrum ook al eens was. Musis Sacrum telde in 1922 26 werkende leden. Omdat de fanfare bijna een halve eeuw oud was, telde men ook voortaan rustende leden die lang niet altijd een muzikaal verleden hadden. Rustende leden konden zich namelijk ook inkopen, net als honoraire leden (die men in 1922 44 telde). Enkele honoraire leden kwamen uit Gemert, wat natuurlijk weer kwam door Janus van de Poel die er dirigent was. De fanfare ontving ook jaarlijks een bijdrage van bierbrouwer Verbakel uit Gemert. Waarschijnlijk een zwager van kastelein en fanfarelid Piet van de Poel (zijn vrouw heette Verbakel). In januari 1922 vond er bij café Piet van de Poel (de Kroon) een uitvoering plaats van de fanfare voor haar honoraire leden en donateurs. Die hadden wegens ziekte van enkele fanfareleden wel even op hun concert moeten wachten. Op dat gebied was een kleine fanfare als Musis Sacrum erg kwetsbaar. Het aantal soorten ziektes die in Nederland voorkwamen en waarop de medische wetenschap niet direct een antwoord had was toen veel groter dan nu! Op 11 februari 1922 was er een gewone uitvoering bij café Van de Poel, afgewisseld met voordrachten. “Daar de entree zeer matig is twijfelen wij niet, of het zal er stellig druk worden”. Op 24 maart kreeg de gemeenteraad een verzoek van de fanfare om een lokaal van de oude school beschikbaar te stellen voor het houden van repetities. Of men ruzie had met kastelein Piet van de Poel is niet bekend. Wel staat er in het verslag van de gemeenteraad dat de oude school al wordt bevolkt door vier of vijf verenigingen voor het houden van cursussen en als ze samen maar niet vechten is het mij goed, aldus de burgemeester. De raad vond het ook goed dus de fanfare kon verhuizen. De verhuizing heeft maar kort geduurd, want een half jaar later vinden we in november in het kasboek de notitie: “Muziekzaal gehuurd! November 1922 tegen 12 maanden Fl.25,- is gerekend per maand Fl.2,08 cent. Tevens verschuldigd aan huurbaas: 50 cent voor vuur en licht per bijeenkomst op de zaal. Onverschillend of geheel of gedeeltelijke bijeenkomst van muzikanten, bestuur of toneel in winter of zomer” . Men ging dus blijkbaar snel terug van de oude koude school naar de warme comfortabele muziekzaal langs café Van de Poel! De winter diende zich aan. Het huurcontract met Van de Poel werd opgesteld een paar dagen na het concert dat de Gemertse fanfare Excelsior in Bakel gaf onder leiding van Janus van de Poel ! Excelsior had onder Janus van de Poel “zeer grote vorderingen gemaakt!” Een mooie gelegenheid om de onenigheid die er waarschijnlijk was bij te leggen en terug te keren naar de zelfs speciaal voor de fanfare gebouwde muziekzaal. Welke fanfare kon dat zeggen? Op 5 juni 1922 vierde het Gemertse Anthonius en Sebastianusgilde haar 650-jarig bestaansfeest met een groot gildefeest. Vanwege het dirigentschap van Janus van de Poel in Gemert was het een normale zaak dat Musis Sacrum ook aan de feestelijkheden zou meewerken! En het overzicht van deelnemende gezelschappen vermeldt dan ook “Muziekvereeniging Bakel”.

1923
In januari 1923 kocht Musis Sacrum bij Kessels vijf nieuwe instrumenten waaronder drie saxofoons: een sopraan, een alt en een tenor. Een lang gekoesterde wens ging in vervulling. Het bedrag was niet gering en Kessels had een kredietwissel afgegeven zoals men bij elke fanfare of harmonie deed. Musis Sacrum wenste dat echter niet en wilde in twee keer betalen, Fl.200,- vooraf en de rest op 1 januari 1924 tegen 6% rente. Kessels vond het goed als men de Fl.200,- direct zou overmaken. Toen de fanfare dit beloofde ontving men de nieuwe instrumenten. Enkele weken later stuurde Kessels een brief aan Musis Sacrum. Men schreef dat de beloofde Fl.200,- nog niet binnen was en men veronderstelde dat het geld misschien abusievelijk aan een verkeerd adres was verzonden. Uiteindelijk kwam het toch goed. Men had gewoon nog niet betaald. Begin februari werd aan de donateurs en honoraire leden een concert met toneel aangeboden. Men kon merken dat de vele repetities van de laatste tijd niet tevergeefs waren geweest. De fanfare had een veel rijkere klank met haar nieuwe saxofoons. “Men kon goed hooren hoe de saxophones bij een fanfare thuishoren”. Om het aan iedereen te laten horen werd er op vastenavond, maandag, bij Van Tiel een concert gegeven tegen een “matigen entree”. Bij de voordrachten en toneel wat op het concert voor honoraire leden werd vertoond, werden diverse grimeerspullen en hulpmiddelen gebruikt. Zo kocht men voor het toneel in 1922 Neuzen en Baarden. Ook de voordrachten werden gekocht en kostten negentig cent per stuk. Bakel had haar saxofoons en het nieuws verspreidde zich snel. Enkele weken later schonk iemand uit Gemert drie nieuwe saxofoons aan fanfare Excelsior. Zo werd ook een zustervereniging geholpen. Muziekpartituren werden in die tijd al gekocht bij Tierolf Muziekcentrale in Roosendaal. Op het festival in 1923 in Beek en Donk werd nog een prijs van Fl.25,- gewonnen. Begin 1923 werd er besloten om de gemeente te “electrificeren”. Bij café Vermulst kwam een voorlichter van de PNEM en een 40-tal mensen gaf zich op om elektriciteit te ontvangen in hun huis. Op 21 februari 1923 was Janus van de Poel 25 jaar getrouwd. Hij ontving van de fanfare een cadeau wat maar liefst Fl.16,40 had gekost. Er werd niet gefeest. Dat gebeurde pas als de vasten voorbij was. Op zondag, 11 augustus 1923, brachten de beide fanfares van Bakel en Milheeze een bezoek aan café Vriends aan de Bakelse weg. Musis Sacrum trok naar de molen in Milheeze waar ze haar zustervereniging afhaalde en men samen naar het genoemde café trok, waar men de middag onder afwisseling van muziek doorbracht. Daarna trok men naar café Piet van de Poel waar men ook weer enkele werken blies. Een aangename manier om de zondag door te komen. Op 2 september gaf Musis Sacrum een concert in Deurne, wat weer Fl.25,- opleverde. En op 1 september ontving men van Hannes Jaspers een lening van Fl.260,-, want aan geld was bij de fanfare altijd een gebrek en het was een uitkomst om nota bene bij een eigen lid geld te kunnen lenen! Op 29 en 30 september 1923 herdacht men het feit dat koningin Wilhelmina 25 jaar vorstin was. En Bakel timmerde veel erebogen in de straten en bouwde een kiosk. Het feest werd geopend door het lossen van saluutschoten. Dan volgde er een optocht door Bakel en Milheeze met medewerking van beide fanfares en veel praalwagens op 29 september. Elke praalwagen of groep werd gefotografeerd of beter zoals men toen schreef “gekiekt”. De fanfare gaf op aangename wijze een concert op een prachtig versierde kiosk. “Tot laat in de avond heerste er een opgewekte stemming”. Op 30 september arriveerde de Gemertse fanfare in Bakel en na het lof maakte ze samen met Musis Sacrum een muzikale wandeling door het dorp en gaf van zeven tot half negen nog een concert. “Van heinde en verre was het publiek toegestroomd zodat de passage in de kom van het dorp bijna onmogelijk was”. De fanfare van Bakel was tijdens deze optocht speciaal gekleed met oranje mutsen! In september werd in Helmond ook het koninginnefeest gevierd met een grote optocht, waarbij Musis Sacrum werd gevraagd. Het bracht Fl.55,- op. Al die bedragen die in die jaren werden betaald zijn in het boek vermeld om een beeld te geven hoe vaak Musis Sacrum werd gevraagd. In 1923 liet de fanfare briefkaarten drukken om de honoraire leden uit te nodigen voor het jaarlijkse concert. Dit kwam bij die honoraire leden erg professioneel over. Op 25 november 1923 was het weer tijd voor het bekende winterconcert bij café Vermulst. Dit keer werd het concert aangevuld met zangstukken en komische voordrachten. De entree was inmiddels verhoogd naar 25 cent. “Honoraire leden hebben zoals steeds vrijen toegang”.

1924
In 1924 begon de fanfare langzaam te groeien. De muzikale wandeling die jaarlijks ter begroeting van de “schoone meimaand” werd gehouden telde zeven nieuwe fanfareleden. De drie saxofoons deden flink hun best. Het was voor Musis Sacrum ook een bijzonder jaar, want in 1924 ging men het 50-jarig bestaansfeest vieren. Het werd in mei al flink aangekondigd. Er werd een festival georganiseerd op 1e en 2e pinksterdag. “Duizenden vreemdelingen bezochten tijdens het festival ons dorpje. ‘sAvonds, op 1e pinksterdag, werd op het gunstig gelegen en prachtig versierde feestterrein een wel geslaagd concert gegeven door de harmonie Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk. Iets van dit concert te zeggen was onnodig!” Het festival werd bezocht door de fanfares uit Someren, Ommel, Vlierden, Zeilberg, Milheeze en Oploo, dus louter regionale korpsen. Het begon zoals gebruikelijk met een optocht, die bij het verenigingsgebouw, zoals men de muziekzaal noemde, halt hield. Alle besturen werden binnen verzocht. Er volgde een hele serie toespraken, waarbij de voorzitter, Beijers, namens de Milheezer fanfare iedereen de loef afstak door een toespraak van 20 minuten te houden. Daarna bood men de “eerewijn” aan. De optocht ging naar het feestterrein, dat gunstig lag, omdat men geen last had van verkeerslawaai. Het festival verliep erg goed en het talrijke publiek genoot. Tot slot gaf de harmonie Deurne een schitterend sluitingsconcert, dat door 3000 á 4000 mensen werd bijgewoond. Het hele dorp stond vol met bussen uit alle hoeken van de Peel. Het was een feest dat met gouden letteren in de annalen van Musis Sacrum mag worden opgetekend. Elke deelnemer aan het festival ontving een schitterende herinneringsmedaille. Eén van de fanfareleden, de bombardonblazer Ferd van de Poel, was in het dagelijks leven smid en begon enige handigheid te krijgen in het repareren van defecte instrumenten, zodat men voor kleine reparaties bij hem terecht kon. Het festival was voor de fanfare een financieel succes geweest. Dat was lang niet altijd het geval, want als het slecht weer was, bleef het grote publiek thuis. Veel achterstallige rekeningen werden betaald. Zaalhuur, salaris directeur, enzovoorts. In 1924 had Musis Sacrum dertig werkende leden. Omdat in 1924 nog meer fanfares 50 jaar bestonden, had Musis Sacrum nog een heel programma af te werken. Fanfare Somerenslust was ook in Bakel op het festival geweest. Daarom was het niet meer dan normaal dat Musis Sacrum het festival in Someren bezocht. Opmerkelijk was, dat tijdens het festival in Someren een comité actief was, dat zich bezighield met “het keuren van de vaandels”. Eigenlijk iets wat men kent in de wereld van de gilden. Na afloop werden de prijzen verloot en Musis Sacrum won een “luxe voorwerp”. Wat dit was is niet bekend. De andere twee 50-jarigen, Deurne en Aarle-Rixtel, gaven ook een festival. Aan het festival van harmonie De Goede Hoop uit Aarle-Rixtel, kleefde een schoonheidsfoutje. “Van meerdere zijden werd het betreurd dat bij zo’n gelegenheid schommels met een orgel waren toegelaten. Het verhoogt het muzikale gevoel absoluut niet en is erg hinderlijk. Bovendien is het een allermiserabelst gehoor, vlak na mooie concerten van bijvoorbeeld Deurne en Beek en Donk. Ineens nog geen seconde later zo’n orgel te horen steunen en weeklagen” . Een van de uitstapjes die elk jaar op het programma stond was het uitstapje naar de Bakelse brug. Vandaag rijdt iedereen erlangs, zonder te weten dat dit stukje Bakel (wat al eeuwenlang als een soort gehucht apart op landkaarten staat vermeld) vroeger een gewilde stopplaats was voor reizigers, koetsen, kooplui, enzovoorts. Er waren vroeger enkele herbergen die de reiziger van een natje en droogje konden voorzien. De fanfare bezocht dit buurtschap elk jaar en zorgde samen met de kasteleins voor enkele gezellige uurtjes. Zo waren er nog meer van die uitstapjes die elk jaar plaatsvonden. Onder andere een bezoek aan café Manders, wat vandaag weer het opschrift draagt van het vroegere café De Reizende Man op de Oldert richting Deurne café Dennelucht, het paddestoelvormig gebouw vooraan in Helmond, wat vroeger gemeente Bakel was en het jaarlijks concert in Milheeze. De kermis van 1924 was een stille aangelegenheid. Het ontbrak nog steeds aan enige attracties. “Alleen de schut en de fanfare brachten nog wat leve”.

1925
1925 begon voor de fanfare op plezierige wijze met de jaarlijkse teerdag. Om twee uur ‘smiddags begon men met een muzikale wandeling. Om vijf uur “schaarden zich allen om een welverzorgde tafel en werd den inwendigen mensch terdege versterkt”. Zoals gewoonlijk werd dit diner gekookt door mejuffrouw Van de Poel, een van de dochters van Piet van de Poel. Men vervolgde om zes uur met een klein concert, wat men ondanks de volle maag toch keurig uitvoerde. Daarna werden er door enkele leden voordrachten en komediestukjes uitgevoerd. De teerdag was toegankelijk voor leden, rustende leden en honoraire leden en was elk jaar voor de fanfare een gepast moment om vooral tegenover de honoraire leden te laten zien wat men kon op muzikaal en toneelgebied. De honoraire leden hadden op de teerdag de primeur van wat er die winter werd uitgevoerd op de publiekelijk toegankelijke avonden. Als de honoraire leden vol lof waren over de voordrachten en uitvoeringen op de teerdag, dan waren de openbare avonden ook goed bezet. In 1925 schreef men over de muzikale uitvoering dat deze correct werden uitgevoerd en blijk gaven dat onder goede leiding en door geregelde oefening heel wat verkregen kon worden. De voorzitter, M. van der Heyden, werd in 1925 hoofdkantoorhouder van het postkantoor in Heeze en ging Bakel en dus ook de fanfare verlaten. Hij was een belangrijk figuur in het dorp en was onder anderen mede-oprichter van de eiervereniging en van het boerenpakhuis, voorzitter van de burgerwacht, lid van de gemeenteraad, bestuurslid van de bouwvereniging, voorzitter van de fanfare, enzovoorts. Bij de fanfare sloeg hij ook nog de grote trom. In de herfst van 1925 waren er ook weer muziek- en toneeluitvoeringen met veel publiek. Ditmaal bij café Van Tiel (de Gouden Leeuw). Er was ook nog een nieuwe tuba gekocht, kosten Fl.93,62! Soms was er ook nog iemand te vinden die als donateur iets wilde geven aan de fanfare. Zo gaf in 1925 notaris Sprengers als donateur zelfs Fl.20,-.

1926
In 1926 was het laatste weekend van januari vol fanfareactiviteiten. In het café van Piet van de Poel gaf men een “groote muziek- en toneeluitvoering. Het programma bevat behalve een vijftal flinke muzieknummers de kluchtspelen ‘Johan als rentenier’, ‘Leer om leer’ en ‘De gefopte veldwachter’. Het zal er stellig druk worden”. In 1926 had Musis Sacrum 36 werkende leden, dus weer een groei van het orkest, wat ook weer gepaard ging met de aankoop van instrumenten. In het kasboek uit 1926 staan registers geschreven die bijhielden hoe vaak men een repetitie of een muzikale wandeling verzuimde! Hieraan was volgens het “reeglement” uit 1874 een boete verbonden en dat bracht zo per jaar toch een aardig centje op. Het traditionele concert op de eerste zondag in mei kon wegens het “gure weder” niet doorgaan en werd verplaatst naar de donderdag erop. “We wenschen fanfare en muziekvrienden aangenamen weder toe”. In 1926 werden enkele bijzondere mensen lid van Musis Sacrum, onder anderen Willem de Vries, het hoofd der school, en zijn gezworen vriend Van der Asdonk. Burgemeester P.L. Nooyen werd in 1926 door de koningin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Musis Sacrum bracht de geridderde een serenade. Hij was tenslotte ook honorair lid. Zijn dank voor deze ovatie stak de burgemeester niet onder stoelen of banken en schonk de fanfare maar liefst Fl.30,-. De fanfare had ook nog zaken buiten Bakel af te werken. Zo bezocht men in Helmond de Katholiekendag en won men Fl.10,- op het festival in Veghel. Door al die muzikale activiteiten was het vaandel aan een opknapbeurt toe, want het kasboek schrijft in 1926 “Drapeau reparatie Fl.25,10”. De donateurs of honoraire leden worden in dat jaar “kunstlievende en honoraire leden” genoemd! Men zag kans door wat extra inkomsten in 1926 om flink wat nieuwe muziek aan te schaffen bij Kessels in Tilburg. De fanfare was in enkele jaren uitgegroeid tot een volwaardige fanfare!

1927
In 1927 was hoofd der school, Willem de Vries, al opgeklommen tot president van de fanfare en was een waardig opvolger van de heer Van der Heyden. Hij was een muzikaal man en blies tenorsaxofoon bij de fanfare. Ook zijn interesse voor de zangkunst was enorm. Willem de Vries kwam uit Nederwetten en zou voor het culturele leven van Bakel van groot belang worden. Zijn band met Nederwetten was nog hecht en via zijn contacten trad jarenlang het zanggezelschap Euphonia Caecilia uit Nederwetten op in Bakel bij café Van de Poel. Op 15 februari 1927 was er in dat café Van de Poel een uitvoering van Musis Sacrum voor “hare donateurs, honoraire en rustende leden. De fanfare opende met eenige nummers prachtige muziek”. Daarna bracht men de bekende komische voordrachten die werden afgewisseld door een solo van de vijf solisten die de volgende dag deel zouden nemen aan de solistenwedstrijden in Son. Ze werden begeleid door pianist M. Gruithuizen uit Nederwetten, die met zijn prachtig pianospel het publiek in verrukking bracht. De solisten namen in Son voor de eerste keer deel aan een solistenwedstrijd en hadden goed gescoord! Vier van de vijf keerden met een prijs huiswaarts. Niet slecht voor de eerste keer. In die week werd er ook nog geteerd en vond er de uitvoering plaats voor het betalende publiek, dus niet mis voor een week. In 1927 gaf men in het dorp een serie zomerconcerten. Ook in de Rips verzorgde men een concert voor de plaatselijke bevolking. Daar werd zelfs speciaal een kiosk getimmerd voor het concert. “De kiosk zal opgesteld worden in de prachtig gelegen weide van den heer Drent tegenover de rooms-katholieke kerk. Naar men ons verzekerde is er door de genoemde fanfare flink gestudeerd”. Het was erg druk De kermis van 1927 werd door de fanfare gevierd met op zondag een muzikale wandeling en op dinsdag “een concert op het plein in de straat”. De uitdrukking “in de straat” is bij echte Bakelse mensen heel normaal. “De straat” is de Dorpsstraat (als je tegenover vreemden deze uitspraak doet lijkt het net of Bakel maar een straat heeft). Opmerkelijk feit was dat tijdens het kermisconcert “enkele jongedames bloempjes zullen verkopen”. Oktober was weer de tijd om een bezoek te brengen aan “de brug”. “Vanaf 5 uur zullen daar eenige nummers ten gehore worden gegeven waarna terugmarsch naar het dorp”. De resultaten van de solisten van afgelopen winter spoorden aan tot navolging en in november gingen zelfs acht leden van Musis Sacrum op solistenconcours in Heeze. Ze vormden twee kwartetten. Het eerste kwartet bestond uit: Marinus Goossens, piston Theo van Lamoen, alto P. Kanters, bariton en Willem Raymakers, tuba. Het tweede kwartet bestond uit: A. van der Asdonk, bugel Jan Joosten, altsax Willem de Vries, tenorsax en C. Joosten, tuba. Daarnaast deden Willem de Vries en Jan Joosten, beiden op sax, ook nog een keer mee als duo. Toch een hele zet om zomaar op solistenwedstrijd te gaan. Dit geeft goed aan dat de ervaring en de durf waren gegroeid, want voor solistenwedstrijden heb je beiden zeker nodig! “Wij wenschen de ondernemende muzikanten het best succes op den wedstrijd”. In 1927 besloot de gemeenteraad om aan de fanfares van Bakel en Milheeze een subsidie toe te kennen van Fl. 2,50 per werkend lid, per jaar. De subsidie werd betaald op 31 december, dus net op tijd. Tijdens de winteruitvoering van november 1927 traden er voor het eerst betaalde komieken op uit de stad. Die stadse komieken werden normaal gesproken alleen op de teerdag gevraagd. Het waren beroepskomieken en niet bepaald goedkoop. Maar ze trokken wel publiek, dus dat maakte weer veel goed.

1928
In januari 1928 schrijft het kasboek een uitgave van Fl.22,50 voor “medaljes”. Wat er te vieren was is niet bekend, maar niet ondenkbaar is dat de succesvolle solisten werden gehuldigd. Op het zomerfestival in Beek wist de fanfare een geldprijs van Fl.10,- in de wacht te slepen. In 1927 was er een handboogvereniging opgericht die zich Neerlandia noemde. Ze waren mede opgericht door de fanfare president Willem de Vries. Het jonge gezelschap organiseerde in 1928 een groot schietconcours met maar liefst 81 deelnemers. “Iedereen moest bekennen nog nooit op eenig concours zoo’n grote drukte gezien te hebben”. Tijdens de schietwedstrijd zorgde de fanfare voor “vroolijke toonen”. In september gaf de fanfare uit Milheeze een concert in Bakel. Net zoals Musis Sacrum elk jaar wel een keer naar Milheeze trok. In die jaren kende Bakel nog geen eigen arts en werd een beroep gedaan op Dr. Hendrik Wiegersma uit Deurne. Hij hield zijn spreekuur in De Gouden Leeuw waar hij vaak te paard arriveerde. Dat paard bond hij aan een ring die om een boom voor De Gouden Leeuw was bevestigd. Hendrik Wiegersma kwam oorspronkelijk uit Lith aan de Maas en kwam in 1917 als arts naar Deurne. Hij schilderde en was iemand met een groot cultureel hart. Hij was beschermheer van het St.Willibrordusgilde en in 1928 schonk hij aan het gilde een nieuw vaandel. Het aanbieden van dat vaandel gebeurde op plechtige wijze. De fanfare was erbij aanwezig en Wiegersma gaf een kernachtige toespraak, waarna “voor de oogen van het talrijke publiek zich het heerlijke doek ontplooide”. Hij werd uitvoerig bedankt voor zijn gift, ook namens de verenigingen, want niemand klopte ooit tevergeefs bij Wiegersma aan. Dr. Wiegersma zou een jaar later erelid worden van Musis Sacrum. Rond die tijd werd er een scheiding aangebracht tussen honoraire en ereleden. Ereleden werden nog belangrijker dan honoraire leden en betaalden Fl.5,- per jaar, terwijl honoraire leden slechts Fl.3,- per jaar betaalden. Op 29 september 1928 gaf de fanfare na het Lof een gratis concert. Dieconcerten waren door de gemeente als voorwaarde gesteld voor de verstrekte subsidie.

1929
In februari 1929 waren er weer winteruitvoeringen bij café Piet van de Poel. “Beide dagen was de zaal propvol”. De fanfare werd na elk nummer beloond met luid applaus. Ook de teerdag met het optreden van de Helmondse komieken ontbrak niet. In 1927 waren dat de heren Ermens en Van Zandvoort. Niet alleen de fanfare organiseerde toneel- en muziekavonden, want een week later organiseerde het St.Willibrordusgilde bij Van Tiel “een mooie muziek- en tooneeluitvoering. Een paar eersteklas komieken zullen het publiek aangenaam bezighouden”. Het gilde had natuurlijk gezien dat dergelijke avonden veel betalende mensen op de been bracht. In mei ging de fanfare weer mee met de processie naar Handel. Op 20 juli werd er een zomerconcert gegeven “op het plein in de straat”. Na afloop van dat concert gaf de fanfare nog een muzikale wandeling ten beste om te zorgen dat de bewoners van Bakel “met opgewekte stemming het zware oogstwerk van de komende weken tegemoet gaan”. In augustus ging de fanfare naar café Dennelucht “nabij de waterleiding”. Zo’n concert trok bij goed weer veel wandelaars uit Helmond. In de krant van 14 september 1928 verscheen een artikel over de kermis in Bakel die over enkele dagen te vieren zou zijn! “Ook voor ons dorp is de kermis weer in aantocht. Hier echter niet zoals overal elders het drukke gesjouw en gesleep met krakende en door overbelasting doorgezakte kermiswagens. Geen geroep en geschreeuw van zwoegende kermisklanten. Niets van dat alles. Bij ons kunnen ze het zonder dat stellen. Voor de jeugd lijkt de kermis niet bestemd. Geen enkele vermakelijkheid die hun hier enige gelegenheid tot ontspanning biedt”. Aan publiek zou het op Bakel kermis niet ontbreken. Bovendien liet fanfare Musis Sacrum elke dag haar “lieflijke toonen weerklinken om de goede kermisstemming op te wekken”. Ook de schut is altijd aanwezig. Alleen al die twee verenigingen zouden volk genoeg op de been brengen. De jeugd vond op de kermis niks anders dan een snoepkraam om vlug het kermisgeld op te snoepen en voor de rest van de dag zat men op de stoep voor de cafés, om daar allerlei fraais aan te horen en te kijken naar de spullen die in de kraam lagen uitgestald. “Met tuschenpozen even achteruit stuivend als de baas hen aanmaant plaats te maken voor nieuw aangekomenen die een gezicht zetten alsof ze iets wenschen te koopen”. Inderdaad, er was niks te beleven op de Bakelse kermis. Alleen de fanfare en het gilde met het nieuwe standaard paard trokken in 1929 grote belangstelling. Op 19 oktober 1929 trouwde de tamboer van de fanfare, Marinus Beniers, met mejuffrouw J.Adriaans, beter bekend als Hanne de Mulder. De fanfare bracht natuurlijk een serenade en bood het prille paar een prachtige leunstoel aan. Op zondag, 20 oktober, moest de fanfare zich verzamelen bij het bijna voltooide juvenaat Christus Koning langs de weg Helmond – Deurne. De bisschop van ‘s-Hertogenbosch, mrg.Van Diepen, was op weg naar Asten en zou ondertussen een bezoek brengen aan Brouwhuis, toen ook gemeente Bakel. De bisschop arriveerde per auto en stapte over in een rijtuig. Onder de tonen van Musis Sacrum begaf zich de stoet naar de plek waar de eerste steenlegging van het zusterklooster zou plaatsvinden. Ook zou hij een bezoek brengen aan de kerk. Op 28 november 1929 werd tijdens de ledenvergadering besloten dat de voorzitter of president, Willem de Vries, benoemd werd tot tweede directeur. Janus van de Poel wilde het wat rustiger aan gaan doen en een opvolger die rustig aan zou beginnen was welkom. Willem de Vries had de kwaliteiten in huis en was een stuk jonger dan Janus van de Poel. Er werd afgesproken dat ze om de beurt een keer de repetitie zouden leiden. “Indachtig het spreekwoord afwisseling behaagt mogen we veilig aannemen dat onze populaire fanfare Musis Sacrum onder deze dubbele leiding een nieuw tijdperk van bloei tegemoet gaat. De toneelavond van het gilde was in het voorjaar een succes geweest, dus organiseerde men er in november nog een bij café Van Tiel. De begeleiding van de komieken werd op de piano verzorgd door Janus van de Poel! De voorganger van de huidige Katholieke Plattelandsjongeren (K.P.J.) heette R.K.J.B.S. ofwel Rooms-Katholieke Jonge Boeren Stand. Het was een actieve club die al in de jaren twintig ter gelegenheid van vastenavond (zoals men carnaval toen noemde) diverse uitvoeringen gaven met toneel en voordracht. In 1929 was men in december duchtig aan het oefenen voor de komende vastenavond. Ook de fanfare zou in de komende zondagen na Kerstmis een uitvoering geven waarvoor men flink oefende. Omdat Willem de Vries tweede directeur was geworden, kwam er een vacature in het bestuur. Die werd opgevuld door Harrie van der Asdonk, een bugelspeler. Afgesproken werd dat De Vries voor de muziek zou zorgen en tevens president bleef en Van der Asdonk voor het geld, wat hem goed lukte.

1930
In januari 1930 vond in het café van Piet van de Poel de serie winteruitvoeringen plaats met diverse nieuwe muzieknummers. De twee directeuren hadden schijnbaar snel vruchten afgeworpen. De toneelafdeling bracht een drama in vijf bedrijven: “Pierre de galeiboef”. De zaal van café Van de Poel was niet groot en daarom al snel ‘eivol’. Wegens de kleinde ruimte werd werd het toneel pas in orde gemaakt als de fanfare haar muzieknummers had uitgevoerd. Er werd voor die complete toneelstukken een speciale grimeur ingehuurd. De krant was vol lof over de uitvoering en schreef: De fanfare, Musis Sacrum, heeft in ieder geval eer van haar werk en het kan niet anders of zulke avonden zijn propaganda avonden die veel zullen bijdragen tot groei en bloei van de fanfare en tot de waardering van haar beschavingsarbeid” . Op de teerdag voerden enige leden de klucht “Een half uurtje bij de kapper” uit. Die dag was er ook de gebruikelijke muzikale wandeling waarbij men de donateurs caféhouders met een bezoek vereerde. De rest van de cafés niet. De toneelavond van het St.Willibrordusgilde met muzikale begeleiding van Janus van de Poel op de piano begon ook een vaste gewoonte te worden. Die avonden waren ook bomvol. Daarbij opgeteld de toneeluitvoering van de Jonge Boeren Stand betekende het een winter waarin het aantal amusementsavonden behoorlijk toenam. De eerste zondag in mei werd de traditionele muzikale wandeling bijgewoond door tien nieuwe fanfareleden en dat was natuurlijk goed hoorbaar. “Moge de fanfare, nu haar weer nieuw leven is ingeblazen, voortgaan in groei en bloei, opdat we steeds op deze voor een dorp vooral zoo schitterende vereeniging met trotsch mogen neerzien”. De fanfare ging in mei ook op bedevaart naar Handel. Destijds was er een soort wegenbelasting verplicht voor ieder die van de provinciale wegen gebruik maakte, de zogenaamde “weggeldkaart”. Toen de stoet van Handel terugkeerde, was er onderweg een controle door de veldwachter op het dragen van de weggeldkaart. Velen kregen een bekeuring. Tijdens het verblijf in Handel werd altijd een bezoek gebracht aan de “kluis”, het huidige Huize Padua. In het verslag uit 1911 kunt u lezen dat de paters dan trakteerden op eigen gemaakt bier en de gekken “rare grimassen” uitvoerden. Bakel mocht als enige fanfare zo’n bezoek afleggen, omdat Bakel de eerste bedevaartstoet was. In 1930 was het zelfs de 52e maal dat de fanfare een serenade bracht aan de paters. Het werd steeds bonter in het klooster. Enkele muzikanten werden verrast door de sterkte van het eigen gemaakte bier met alle gevolgen van dien en toeters vol deuken. Er werd op last van de pastoor een jaar overgeslagen, omdat hij het niks vond, zo’n serenade met dat gezuip. Een jaar later probeerde de fanfare het toch nog een keer, maar de paters hielden de deur op slot. Einde van een leuke traditie. Begin juni 1930 gaf de fanfare op het podium voor De Kroon een zomerconcert. Vanwege het dreigende weer was het helemaal niet druk, maar later werd dit toch goedgemaakt. De regen waaide over. De PNEM kreeg van het gemeentebestuur in 1930 opdracht om Bakel aan te sluiten op het electriciteitsnet. Voorheen waren enkele mensen aangesloten op een particulier elektriciteitsnet. “We verwachten dat reeds voor de winter van het electrisch licht gebruik zal gemaakt kunnen worden, zoodat onze gemeente alsdan uit zijne eeuwenlange duisternis is verlost”. Die duisternis was in het verleden vaak aanleiding tot spotverhalen. Een zeer bekend verhaal is de Bakelse lantaarn, waarbij een hemd van een boer diende als licht in het donker.

1931
Op 10 mei 1931 organiseerde het HelmonFanfare der Koninklijke Nederlandsche Machinefabriek. Later werd het korps zelfstandig onder de naam Helmonds Fanfarekorps en nog later, toen het een harmonie werd, ontstond het Helmonds Muziek Corps, ofwel H.M.C.! In de zomer van 1930 ontstond er een ernstig conflict in de fanfare. Willem de Vries, de tweede directeur en Harrie van der Asdonk, twee gezworen kameraden die samen de leiding van de fanfare hadden, kregen ruzie. Dat liep zo erg uit de hand dat de leden besloten dat ze Willem de Vries niet meer als tweede directeur en president konden handhaven en Harrie van der Asdonk moest het bestuur verlaten. Goede raad was duur en na enig overleg nam Janus van de Poel de dirigeerstok weer op en stond er alleen voor. De nieuwe voorzitter werd J. Manders, Joost den Bakker! Op 1 september nam Musis Sacrum deel aan het festival van stadsharmonie Phileutonia uit Helmond, die haar 80-jarig bestaan vierde. Als men toen lid was van de muziekbond, de Nederlandse Federatie, werd dat bij het korps vermeld. De twee korpsen die in Helmond optraden na Musis Sacrum, namelijk Oefening en Uitspanning uit Beek en Donk en Sophia’s Vereeniging uit Loon op Zand waren dat wel, Musis Sacrum niet. De kermis verliep weer als vanouds, zonder enige attractie voor de jeugd. Het commentaar van het publiek werd steeds luider en de kranteartikelen gewijd aan dit gebrek werden ieder jaar langer. “Wanneer zal men gaan inzien dat een dergelijke kermis een onding is?” Van die kermis uit 1930 is in 1997 een prachtig stukje film ontdekt waarop de fanfare en het gilde te zien zijn tijdens het haanschieten bij de molen. 1931 Begin januari 1931 werd de autobusdienst Helmond – Boxmeer wegens chronische slapte weer opgeheven. Ergens in oude kranteartikelen staat een toepasselijke zin uit 1931: “De teerdag van de fanfare vond in goede harmonie plaats”. De winteruitvoeringen vonden weer plaats met muziek en ingehuurde komieken. Dit keer het duo Diddens en Van Lieshout, die ook op de teerdag optraden. De kwaliteit van die betaalde komieken was beter dan de eigen toneelafdeling van de fanfare. Omdat het gilde ook diverse avonden organiseerde voor betalend publiek waaraan betaalde komieken meewerkten, kon de fanfare niet achterblijven. Het publiek genoot. De Jonge Boeren Stand hield haar jaarlijkse feestvergadering met toneeluitvoering tijdens de vastenavond. De avond werd besloten met radiomuziek. De techniek deed langzaam haar intrede in Bakel. In 1929 zou er zelfs al film worden vertoond en radio’s begonnen langzaam in de huizen te verschijnen. De fanfare hield ter gelegenheid van vastenavond een muzikale wandeling die veel bekijks trok. Die vastenavondwandeling deed men overigens al jaren. In plaatsen als bijvoorbeeld ‘s-Hertogenbosch was aan het eind van de 19e eeuw al een carnavalsoptocht te zien. In april 1931 is er een poging ondernomen om een onafhankelijke toneelclub op te richten. Er was belangstelling genoeg, zelfs 19 spelers waren present. Een bestuur echter werd nog niet gekozen. Daar kwam men de volgende keer voor terug. Ook werd er nog niks opgericht. De processie naar Handel werd dit jaar door zowel fanfare als gilde opgeluisterd. Op 28 mei was gildebroeder P.M. van Tiel 50 jaar lid van het St.Willibrordusgilde. Hij had de wens te kennen gegeven dit zo stil mogelijk te vieren. Dat mislukte grandioos. De beschermheer, dr.Wiegersma uit Deurne, bood na de mis een leren fauteuil aan en een prachtig zilveren schild. De fanfare kwam de jubilaris een serenade brengen en bracht met haar muziek het hele dorp op de been. Dus geen viering tussen vier muren! In de jaren dertig begon het drukker te worden op de wegen en er moesten enkele regels worden ingevoerd in verband met de veiligheid. Zo verscheen in de krant elke week op welk tijdstip men de verlichting van het voertuig moest ontsteken. Dit gold ook voor fietsen. De kermis van 1931 was nog steeds zonder vermakelijkheden, maar wel werden er voor de jeugd kinderspelen georganiseerd. Iets waar men al jaren om had gevraagd. Het werd een groot succes. De fanfare verzorgde tijdens die spelen de muziek. Zouden de kermisattracties spoedig volgen? De gemeente telde op 1 september 1931 totaal 3133 inwoners. Als de kermis voorbij was, had de fanfare de goede traditie om de zondag erna de kermis met een muzikale wandeling te sluiten. Dit bleef ze doen tot in de jaren zestig. Soms viel er in de periode van de Bakelse kermis een verplichte vastendag, waarop het kermisvieren op last van de pastoor niet door mocht gaan. Men deed dan gewoon een dag niks en ging daarna weer verder met kermis vieren. De “handboogvereeniging Neerlandia” hield gewoontegetrouw tijdens de kermisdagen haar onderlinge schietwedstrijd. De schut schoot het vogelschieten op de wieken van de molen! (hierover later meer). De toneelvereniging werd uiteindelijk toch opgericht en droeg de naam O.R.K.P.en gaf in oktober 1931 haar eerste uitvoering bij Vermulst. In 1931 werd in Bakel de nieuwe burgemeester geïnstalleerd. Zijn naam was Willem Wijtvliet. Na zijn installatie tijdens een aparte raadsvergadering, betrad de verse burgemeester het balkon van het gemeentehuis en gaf aan de bevolking een vlotte toespraak. De beide fanfares waren op het kerkplein aanwezig en zorgden voor feestelijke muziek. Burgemeester Wijtvliet had een groot muzikaal gevoel en was bij de fanfare van Bakel erg gezien. Hij werd later zelfs erevoorzitter. Als men ergens in de buurt een concert gaf, werden de instrumenten en de houten lessenaars meegenomen op een vrachtwagen, want in de kasboeken vinden we regelmatig “vracht lessenaars…”. Ook de stoelen nam men zelf mee naar een concert: “vracht stoelen…”. Die stoelen had de fanfare gekocht om in de muziekzaal te zetten en als café Van de Poel ze nodig had (bijvoorbeeld met de kermis) dan huurde hij die stoelen van de fanfare. Het repetitielokaal werd schoongehouden door Sien Maas! In de rekeningen uit de jaren dertig komt regelmatig “rietjes en lakstaaf” voor als een vaste combinatie. Rietjes waren natuurlijk voor de saxofoons, maar lakstaaf was ons onduidelijk tot een oud-bestuurslid ons vertelde dat in vroegertijd belangrijke brieven verzonden werden met een zegel erop, de zogenaamde zegelbrief. Zo’n lakstaaf was van kaarsvet en werd gebruikt om de zegels te maken. Grappig detail is dat de rietjes en lakstaaf werden geleverd door Henk van Beers (dezelfde naam als de latere Bakelse burgemeester). Wat opvalt is dat het aantal tromvellen wat in 1931 werd gekocht veel meer was dan andere jaren. Was de tamboer te wild, was de kwaliteit van de vellen slecht, of was de trom versleten en krom? Waarschijnlijk het laatste, want rond die tijd vermeldt het kasboek: opgehaald voor de trom Fl.62,60!

1932
Het bedrag wat de ereleden moesten betalen werd in 1932 verlaagd van Fl.5,- naar Fl.4,-. Het was crisistijd. In 1932 ontstond er tijdens de jaarlijkse teerdag een conflict tussen enkele fanfareleden, waaronder Marinus Goossens en Piet van de Poel (de kastelein). Het conflict liep zo uit de hand dat de fanfare het repetitielokaal boven de bakkerij verliet en voor de derde keer terugkeerde naar het lokaal waar in 1874 de repetities begonnen, de oude school achter het kerkhof. Een oud boek schrijft: “21 december zijn wij in de school gekomen. 21-12-1932 was de eerste repetitie.” (Tien jaar eerder was men vanwege de opkomende winter van die school naar de muziekzaal verhuisd, dus men zou iets tegen de kou moeten doen). De koude oude school werd ‘swinters verwarmd door een kachel die slecht was. Nu de fanfare vertrokken was uit de muziekzaal, moest men zelf voor stook en licht zorgen. De kolen voor de kachel haalde men bij kolenboer Van Tiel, die ook lid was van de fanfare. En van de PNEM kreeg men de rekening voor het licht. Enkele oude fanfareleden weten zich nog de repetities in die oude school te herinneren(het was er koud!) Voor het opluisteren van feestelijkheden van de toenmalige voetbalclub, B.S.V., ontving de fanfare een bedrag van Fl.5,-. De onderlinge verhoudingen tussen enkele fanfareleden waren al langer gespannen. Piet van de Poel en Marinus Goossens: dat ging niet samen. Marinus was schilder en Piet was bakker en kastelein. Tijdens de repetities zaten die twee vaak tegen elkaar te vitten. “Jij wel”, zei Piet, “met uw kwast.”, waarop Marinus dan antwoordde: “Jij wel met uw deeg!” waarop Janus van de Poel dan altijd ingreep en de zaak suste. Omdat men was vertrokken bij café Van de Poel, werd ook de teerdag ergens anders gevierd, namelijk bij Vermulst! Kastelein Piet van de Poel bleef overigens gewoon werkend lid van de fanfare. 1933
In mei 1933 waren er de gewoonlijke muzikale wandeling en enkele weken later een buitenuitvoering. “Jammer dat we hier geen kiosk rijk zijn daar nu de leden maar op den begane grond moesten staan of zitten! Was het niets om een kiosk comité op te richten? Ons dunkt dat er wel geld los te krijgen zou zijn”. Het podium dat jarenlang langs de muziekzaal heeft gestaan, werd nu natuurlijk ook niet meer gebruikt. En de fanfare ging tegenover café De Kroon op de hoek van de straat zitten spelen! In juli kwam de fanfare uit Milheeze in Bakel weer een concert verzorgen. Na de feestelijke intocht van St. Cecilia ontstond er een fikse ruzie tussen een aantal mensen in het publiek. De reden was minnenijd. Een van de vechters werd op vijf plaatsen verwond! De kermis van 1933 verliep weer zonder enige attractie. Enkele festivals werden door de fanfare bezocht, onder andere Overloon, Erp, Vlierden. De verlichting in de oude school was onvoldoende, dus werd er een “lichtpunt bijgelegd”. We vinden in de oude geschriften vantoen enkele opmerkelijke zaken, zoals de vondst van een “valsch kwartje”. En wat dacht u van het “bespeelbaar maken van een kromme tuba”. Ook vinden we vaak een uitgave voor koperpoets. Al die koperen instrumenten werden natuurlijk snel lelijk en moesten op tijd worden gepoetst. Een van de oplossingen was het laten vernikkelen, wat rond die tijd in de mode kwam. Zo liet Musis Sacrum een bombardon en een trombone vernikkelen in 1933. Die koperen instrumenten werden lelijk door de vochtige lucht en als men ze had vernikkeld was dit probleem opgelost. Het gebruik van koffers voor de instrumenten was onbekend. De instrumenten werden onbeschermd meegedragen en zaten vaak vol deuken. In de jaren dertig schaft de fanfare voor het eerst “instrumentzakken” aan voor de pas vernikkelde bombardon. In augustus 1933 bestond het Helmonds Muziek Corps 50 jaar en gaf een festival waaraan zowel Bakel als Milheeze deelnamen. Een jaar later zou Musis Sacrum 60 jaar bestaan en het bestuur besloot om voor wat extra geld in kas te zorgen en organiseerde een loterij, waarbij men 1402 loten verkocht die samen Fl.350,50 opbrachten, terwijl men Fl.83,- uitgaf aan prijzen. De trekking vond plaats op 2e kerstdag in de oude school.

1934
In januari 1934 gaf de fanfare toch weer een uitvoering bij café Van de Poel met twee betaalde komieken. Omdat men door de loterij wat financiële armslag had gekregen, besloot men dat het festival ten gunste van het 60-jarig bestaan kon doorgaan. Er werd een feestcomité opgericht met niemand anders dan Willem de Vries als voorzitter. Ook was er een erecomité waarin de pastoor, burgemeester, het oud hoofd der school en de gemeentesecretaris zaten. Dat was natuurlijk een erg strategische zet, zodat er geen problemen ontstonden op het gebied van vergunningen en toestemmingen. In maart wist het feestcomité al te melden dat op de uitnodigingen die waren verstuurd al twaalf verenigingen positief hadden gereageerd! Op tweede paasdag opende de fanfare het nieuwe voetbalveld van Bakel. In april was het feestcomité al zover dat de feestgids naar de drukker kon. Begin mei nam de fanfare een kleine voorsprong op de feestelijkheden en gaf een “buitengewoon concert”. Er was echter nog voor het fanfarejubileum een ander feest aan de beurt. Op 19 mei was pastoor Van Zeeland uit Bakel 40 jaar priester. De feestelijkheden begonnen al ‘smorgens om 6 uur met een Heilige Mis. Rond de klok van 3 uur werd de jubilaris door de fanfare afgehaald en begaf men zich naar de hoek van de huidige Van de Poelstraat, waar het Heilig Hart monument werd aangeboden aan de jubilerende pastoor. Dat Heilig Hart monument is begin jaren negentig verplaatst naar de achterkant van de pastorietuin, achter de Rabobank en in 1997 werd het nogmaals verplaatst naar de Gemertse weg. De fanfare had begin 1934 een groepsfoto laten maken tegen de zijkant van de kerk. Die foto stond ook afgebeeld in het programmaboekje. Om zo veel mogelijk publiek op het festival toegang te verschaffen was de entreeprijs laag gehouden en had men zelfs speciale gezinskaarten. Jan van de Poel werd gevraagd om het licht aan te leggen op het feestterrein. Tijdens het festival ontving voorzitter Joost Manders een kunstig gemaakte ledenlijst ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan, gemaakt door Wim van de Lievenoogen. Het feestterrein waar de fanfare haar 60-jarig bestaan zou vieren lag op de plek van de huidige Midnight-bar in de Dorpsstraat. Daar waar de gemeente er tijdens de kermisdagen nooit in slaagde enige attracties naar Bakel te krijgen, had de fanfare meer succes. Tijdens het festival stonden er onder andere een “feesttent”, een “zuurkraam”, een “viskraam” en nog enkele kramen meer wat men toen toepasselijk “kramerij” noemde. Er was ook een kiosk gebouwd en elke deelnemer zou een medaille ontvangen! ’s Zaterdags, 19 mei, begon men om 6 uur met een muzikale wandeling, samen met de fanfare uit Milheeze. Daarna opening van het feestterrein en een concert door beide fanfares. Bakel voerde er de door Janus van de Poel geschreven Festivalmarsch uit. Zondag, 10 mei, namen korpsen uit de volgende plaatsen deel aan het festival: Milheeze, De Mortel, Gemert, Lieshout en Mierlo-Hout. Na afloop speelde men gezamenlijk de Festivalmarsch. Het sluitingsconcert werd verzorgd door de Koninklijke Stadsharmonie Phileutonia uit Helmond onder leiding van de beroemde dirigent P. Kwakernaat. Op maandag was er langs de deelnemende fanfares en harmonieën uit Vlierden, Aarle-Rixtel, Erp, Stiphout en Overloon nog een opmerkelijke deelnemer aan het festival, namelijk de accordeonclub Crescendo uit Helmond met 25 leden. Tijdens hun optreden stroomde uit alle hoeken van het dorp het volk samen bij de kiosk. “Het terrein was te klein. Iedereen wilde de wakkere in uniforme kleeding gestoken muzikanten zien spelen” De Deurnese harmonie gaf een klinkend sluitingsconcert wat door de Deurnese burgemeester zelf werd aangekondigd. Na afloop gebeurde er nog iets opmerkelijks. De fanfare had in haar programmaboekje laten drukken dat de prijzen die er tijdens het festival waren te winnen, of verloot of in gelijke delen werden verdeeld onder de deelnemers. De voorzitters mochten dit beslissen. De meerderheid stemde voor verloting. De harmonie De Goede Hoop vierde in 1934 ook haar 60-jarig bestaan met een festival. Op 10 juni trok Musis Sacrum met 30 muzikanten naar Aarle-Rixtel en won er tijdens de prijzenloterij Fl.10,- en in Deurne won men Fl.5,- tijdens het festival. Toch verliep de kermis van 1934 weer zonder attracties voor de jeugd. Naast een concert in Milheeze en een uitvoering met de nieuwe Bakelse toneelclub was het verder in 1934 erg rustig voor de fanfare! Het festival had veel zaken opgeschoven, zoals de teerdag. Die vierde men pas in november bij café Van Tiel.

1935
Was een uitzonderlijk droge zomer, zodat heel Bakel kampte met drinkwatergebrek. Een waterleidingnet was nog niet voorhanden. Iedereen had een put of pomp. Eind 1934 werden bij de fanfare nog snel wat financiële zaken afgewerkt. Er werden weer wat instrumenten vernikkeld en slager Veldpaus, de eigenaar van het feestterrein, ontving van de fanfare een “stoel” als dank voor het gebruik van het terrein. De broers Jan en Albert Jaspers waren beiden lid van de fanfare. Jan ontving eens een nieuw instrument en hield het oude instrument thuis. Als er iets te doen was waar de fanfare bij aanwezig was blies hij altijd op zijn oude instrument. Het nieuwe instrument was voor ‘szondags. Jan zat vaak op zijn instrument te oefenen. Zo kwam er eens een keer bezoek en die trof langs Jan met zijn instrument nog twee mensen uit Bakel aan met de ogen vol tranen. Op de vraag of de muziek zo droevig was, antwoordde iemand: “Nee, Jan heeft de deur van de kachel open staan. Onze tranen komen van de rook”. Op 2 februari 1935 teerde de fanfare alweer, want het was immers een nieuw jaar. De komieken van dat jaar kwamen dit keer uit Gemert. De carnaval van 1935 werd door de fanfare opgeluisterd met een muzikale wandeling. De Rooms-Katholieke Jonge Boeren Stand gaf bij Vermulst een feestvergadering wat men kan zien als een primitieve vorm van een carnavalszittingsavond. Tijdens die feestvergadering voerde Willem de Vries, het hoofd der school, enkele zangnummers uit en dirigeerde hij het kinderkoor. Hij was iemand met grote passie voor de zangkunst en was dan ook een van de oprichters van de in begin 1935 opgerichte zangvereniging Kunst en Vermaak. Hij werd tevens de eerste dirigent. Na zijn ruzie bij de fanfare, die hem zijn dirigentschap kostte, was hij nog voorzitter van het feestcomité geweest ten gevolge van het 60-jarig bestaansfeest, maar verder was hij niet meer bij de fanfare betrokken. Toch was de verstandhouding tussen de zangvereniging Kunst en Vermaak en de fanfare erg goed. Men gaf samen veel uitvoeringen. In die tijd wordt het donateurschap van de fanfare ingesteld. Men kent voortaan: ereleden Fl.4,- per jaar, donateurs Fl.2,50 per jaar en honoraire leden Fl.1,50 per jaar. Voor elk wat wils. In die tijd werden er regelmatig bloemen verkocht door de fanfare, wat behoorlijk wat geld opleverde. In mei en augustus nam de fanfare deel aan festivals in respectievelijk Stiphout en Helmond. Op 7 juli ging men eindelijk weer eens op concours in Venray, georganiseerd door de Venrayse harmonie, waar Bakel in de derde divisie een eerste prijs won. Het vele repeteren was niet voor niets geweest. Toen de fanfare aan de rand van het dorp aankwam stonden er de voetbalclub en de schut te wachten om de fanfare te huldigen. Men had het clublokaal met licht en guirlandes versierd. In optocht trok men door het dorp en men kreeg een hele serie bloemenmanden aangeboden. Destijds een normaal gebruik. Het was nog lang gezellig in de cafés, want er was een “onbeperkte verlenging van het politie-uur afgegeven”. Een ongekende luxe destijds. In juli 1935 ging de fanfare op festival in Milheeze ter gelegenheid van het 40-jarig bestaansfeest van fanfare St. Cecilia. Ook Kunst en Vermaak nam deel en trad voor de eerste maal op! Net als de fanfare van Milheeze in Bakel op feesten kwam ondersteunen, moest Musis Sacrum dit keer naar Milheeze. In augustus werden tijdens het concert op het “marktplein” in Bakel op veler verzoek nog een keer de twee concourswerken van het concours te Venray uitgevoerd. Ook verkocht men weer bloemen! In oktober vierde Phileutonia uit Helmond haar 85-jarig bestaansfeest met een serie concerten, waaraan Musis Sacrum uiteraard haar medewerking verleende. Het programma noemt MUSIS SACREM onder leiding van M. van de Poel (duidelijk door een Helmonder geschreven). Een van de jaarlijks terugkerende zaken voor de fanfare is de intocht van St. Nicolaas. Al vele jaren begeleidt de fanfare de goedheiligman tijdens zijn intocht. Die goedheiligman was dan weer heel groot met een echte baard, dan weer heel klein met een zichtbare nepbaard, soms met een zware basstem, dan weer een iel piepstemmetje! 28 december gaf de fanfare een concert wat kwalitatief sterk verbeterd was. Het publiek was vol lof. Het toneel werd verzorgd door de Gemertse toneelvereniging De Vrije Uren. Rond de eigen toneelafdeling was het opmerkelijk stil geworden bij de fanfare.

1936
Februari 1936 werd de teerdag bij caféé Manders gevierd. Men had er een “lustigen abend”. In mei luisterde Musis Sacrum een gekostumeerde voetbalwedstrijd op in Brouwhuis. Omdat Brouwhuis geen eigen fanfare had, trok men zeker enkele keren per jaar naar dit kerkdorp om het een of ander op te luisteren. Op 24 mei organiseerde fanfare De Vooruitgang uit Nuenen een concours. Bakel nam deel. Dit keer in de tweede afdeling. Men won een lauwerkrans, destijds een veel verstrekte prijs. Op 16 juli werd Wim van Helden, de broer van de bekende onderwijzeressen uit Bakel, tot priester gewijd. Het hele dorp liep uit, dus ook de fanfare. Toen de mis uit was, zijn er enkele foto’s gemaakt vanuit het raam van een kamer van De Gouden Leeuw. Later bracht de fanfare een serenade op de Helmondse weg bij de woning van Van Helden. In de zomer van 1936 bezocht men het festival van Heeswijk Dinther. De loterij van enkele jaren eerder had de fanfare flink wat geld opgeleverd, dus besloot men in 1936 nog maar eens iets dergelijks te organiseren. De trekking werd een aantal keren opgeschoven, waarschijnlijk omdat het niet wilde vlotten met de lotenverkoop. Wederom waren op de kermis geen vermakelijkheden te vinden, dus men was verplicht om het vertier in het café te zoeken. Daar trad voor het eerst een muziekclubje op van de harmonie. Een initiatief van enkele leden die ook wel wat meer leven op de kermis wensten. Dit muziekclubje ging later vanwege het succes wat men had verder en noemde zich de Musis Sacrum Boys. De winteruitvoeringen van de fanfare hield men in het parochiehuis. De afwerking was nog niet helemaal klaar. De aanwezige filmcabine voldeed niet aan de eisen van de veiligheidswet en het bovenstuk van het toneel ontbrak. Ook de eigen toneelafdeling bracht een stuk want in zo’n prachtig gebouw was het goed spelen, zo vond men.

1937
Men gaf in 1937 concerten in de Rips en in Bakel op het dorpsplein. De fanfare van Milheeze kwam een week later naar Bakel voor een concert. Opmerkelijk is het feit dat de dochter van kastelein Piet van de Poel in 1936 de repetitieruimte in de oude school schoonhield en de kachel aanmaakte als dit nodig was. Dit ondanks het feit dat de fanfare met ruzie bij Piet van de Poel was vertrokken. De gemeentesubsidie is in de loop der jaren niet verhoogd maar zelfs verlaagd. Voorheen ontving men Fl.2,50 per werkend lid per jaar. In 1937 ontving men Fl.1,50 per lid per jaar. Op het festival in Mierlo lootte men het vorstelijke bedrag van Fl.35,-. De toneel- en muziekuitvoeringen vonden plaats in het parochiehuis in november. Eerst voor de heren en de dag erna voor de dames. Vermeldenswaardig is dat de entreeopbrengst bij de dames hoger was. Omdat de afwerking van het toneel toch wel lang op zich liet wachten kocht de fanfare zelf enkele toneelschermen. Voor de toneeluitvoering kocht men in 1937 een pistool! Ook bezocht men het festival in Horst-America, waar men een fraaie medaille won. Rond 1937 werden door Janus van de Poel de eerste contacten gelegd met de heer A. van Leest uit Eindhoven. Hij had een eigen muziekzaak (die overigens nog steeds bestaat) en was een verdienstelijk componist. Hij zou later in Bakel nog even dirigeren! In die jaren was men al verplicht om auteursrechten te betalen aan de BUMA. In 1938 was er van alles te vieren, dus werd in de herfst van 1937 het instrumentarium in orde gemaakt bij Kessels in Tilburg. De helft van de fanfare zat een paar weken zonder instrument. Voor het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard werd speciale muziek aangeschaft. In 1937 werd de Katholieke Bond voor Muziekgezelschappen opgericht. Bakel wordt lid met veertig musicerende leden Fl.10,- per jaar. De intocht van St. Nicolaas in 1937 verliep een beetje vreemd. De fanfare en de jeugd stonden klaar in het dorp om de goedheiligman in te halen toen, tot ieders teleurstelling het bericht kwam dat de sint wegens het slechte weer niet kon komen. Iedereen ging weer naar huis. “Zoodat geen toon geen lied den sint ter eere werd gehoord”. De goede sint was Bakel echter niet vergeten. Een dag later, op 6 december, reed hij vergezeld van zijn knecht alleen door Bakel, gezeten op zijn paard, zonder fanfare. Net voor Kerstmis werd er een vergadering belegd om te bespreken op welke wijze men het 50-jarig lidmaatschap en het 45-jarig dirigentschap van Janus van de Poel zou gaan vieren in 1938. Men besloot onder andere een festival te houden.

1938
Begin 1938 besloot men dat, als er een prins of prinses werd geboren, de beide fanfares een muzikale wandeling zouden houden. Op 15 januari teerde de fanfare bij Piet van de Poel. Enkele humoristen vermaakten het publiek en de Musis Sacrum Boys verzorgden de muziek! Ze speelden “Jasz muziek” schreef de krant. Het gilde, St.Willibrordus, vierde in 1921 haar 625-jarig bestaansfeest en 27 jaar later het 650-jarig bestaansfeest. De fanfare werd verzocht om een concert te verzorgen. Ook de schut zorgde voor vertier tijdens de gildefeesten, want er stonden diverse kramerijen. Tijdens de feestvergadering van de Jonge Boeren Stand met vastenavond, traden de Musis Sacrum Boys weer op. Het werd een veelgevraagd gezelschap, wat met de gespeelde jazzmuziek blijkbaar enorm succes had. In mei lootte de fanfare op het festival in Geldrop de 2e prijs en keerde met Fl.40,- op zak terug naar Bakel. De zusters van het Franciscushuis schonken de fanfare jaarlijks Fl.10,- Op 26 juni nam Musis Sacrum deel aan het festival van de toen al legendarische harmonie St.Michael uit Thorn. Of ze geld wonnen weten we niet. Wel hield men er een mooie medaille aan over. Het was een hele afstand naar Thorn en voor veel leden een leuk uitstapje. Er ging toen ook al publiek mee, want het kasboek van toen vermeldt een ontvangen bedrag van de “meegaande menschen”. Op 29 juni 1938 vierde Janus van de Poel zijn 50-jarig lidmaatschap van Musis Sacrum. Hij was op die dag ook jarig. Zijn jubileum was al weken van tevoren in de kranten aangekondigd met veelbelovende artikelen die de wijze schetsten waarop men het feest zou vieren. De fanfare bood de jubilaris een receptie aan van 15.00 tot 16.00 uur. De fanfares uit Bakel en Milheeze maakten beiden een muzikale wandeling door Bakel en brachten de jubilaris een serenade. Toen ontving Janus van de Poel van burgemeester Wijtvliet een Koninklijke onderscheiding. Die had hij dan ook wel verdiend na al die jaren. In de tuin van de familie Van de Poel zouden de beide fanfares een concert verzorgen. Tijdens de receptie had Janus talrijke bloemenmanden ontvangen en achter café De Kroon was het met die manden een heel geschikte plek om een familiefoto te maken. Zijn vrouw was overleden, dus poseerde hij met de familie van zijn broer, Piet van de Poel. Toen de concerten waren afgelopen bood het speciaal opgerichte huldigingcomité namens de fanfare de jubilaris een “gouden bril” aan. Ook de fanfareleden zelf hadden geld verzameld voor een cadeau aan een speciaal gemaakte dirigeerstok met opschrift. Aan die dirigeerstok kleeft nog een verhaal waarover verderop in dit boek meer. Om het feest voor Janus van de Poel compleet te maken, werd er voor café De Kroon nog een groepsfoto gemaakt. Het was een erg drukke dag voor de jubilaris en na het nemen van de foto maakte hij op zijn gemak een praatje met burgemeester Wijtvliet. Het feestconcert was tegen entree toegankelijk voor publiek. Er stond ook een “vischkraam”, iets wat men niet dagelijks in Bakel zag. Ook werden er weer bloemen verkocht. Zo had de fanfare een leuke bijverdienste. Het parochiehuis was voor de fanfare een ideale plek voor haar winteruitvoeringen. Zo ook in november 1938. De toneelgroep voerde een drama op.

1939
In 1939 zou men in Bakel de Willibrordusfeesten gaan vieren ter ere van de 1200-ste sterfdag van Willibrordus. En om alles in goede banen te leiden werden er diverse comités opgericht. Begin 1939 waren er in het parochiehuis weer winteruitvoeringen met toneel, een drama en een klucht. Men kocht in die tijd van Piet van de Poel een lessenaar en een kachel. Die kachel had in de muziekzaal gestaan en was een stuk beter dan de kachel in de oude school. De fanfare zou toch niet meer terugkeren naar de muziekzaal van Van de Poel. Die muziekzaal is later nog een tijd gebruikt als opslag voor meel, wat men gebruikte in de eronder gelegen bakkerij. De lessenaar was ook een welkome aanwinst, want de fanfare was in ledental flink toegenomen, maar het aantal lessenaars niet. Pastoor Van Zeeland was over de inzet van de fanfare dermate goed te spreken dat hij hen Fl.10,- cadeau deed. Janus van de Poel was ook de directeur van het Bakels kerkkoor en de organist van de kerk. Elke dag zat Janus al vroeg in de kerk om de eerste mis van muziek en zang te voorzien. Vaak alleen. Met de komst van de elektriciteit was er op den duur een elektromotor aan het orgel gemaakt, zodat men niet meer met de voeten hoefde te pompen. De jonge Frans Goossens en Jacques Beyers hadden een keer aan Janus van de Poel de sleutel van het kerkorgel gevraagd, om op een middag wat orgel te spelen in de kerk. Tijdens het spelen barstte er een noodweer los met zwaar onweer. De bliksem sloeg op de kerktoren en vernielde de elektromotor. Alles in het orgel lag vol stukjes bakeliet. Hoezeer ze tegen Janus ook beweerden niks aan de vernielde motor te kunnen doen, de sleutel voor het orgel hebben ze nooit meer gekregen. Het Willibrordusfeest werd vastgesteld op 4 juni 1939. Er zouden diverse fanfares en harmonieën aan meewerken, zo luidde de aankondiging. De eerste zondag in mei was voor de fanfare een typische traditie geworden. Men gaf vaak concerten of men hield muzikale wandelingen, maar in 1939 zou het op bijzondere wijze worden gevierd. Met een muziekfeest in de tuin van de vroegere burgemeester P.L. Nooyen. Dit huis lag schuin tegenover de pastorie aan de Helmondse weg. De entree voor dit muziekfeest was gratis. Zowel de fanfare als gemengd koor Kunst en Vermaak gaven een concert. Het weer was bijzonder goed, zodat de tuin goed was bezet. Tijdens dit concert werd zowel aan de fanfare als aan het koor een nieuw vaandel aangeboden. Onder het spelen van het Wilhelmus werden de vaandels in optocht door enkele dames binnengebracht. Mejuffrouw G. Reijnders gaf een mooie toespraak en bood de fanfare een nieuwe drapeau en twee vlaggen aan. De burgemeester was erevoorzitter van de fanfare en nam de vaandels in ontvangst in naam van het bestuur en de leden. “Hij bracht hulde en dank aan de dames op wier initiatief en werk de mooie vaandels konden worden aangeboden”. Het mannenkoor ontving ook een nieuw vaandel. Willem de Vries had een speciaal vaandellied gecomponeerd wat als dank werd uitgevoerd. Na afloop werden de vaandels van beide verenigingen tijdens een muzikale wandeling aan de bevolking getoond. Langs het vaandel waren er in die tijd nog meer versieringen in de mode. Veel fanfares hadden schellebomen vol met kleine belletjes en grote paardeharenkwasten. De Bakelse fanfare had zo haar eigen versieringen op straat. Sinds men in 1884 in het bezit kwam van een drapeau of vaandel stond er boven op de vlaggenstok een houten gouden leeuw. Ontelbare keren is die leeuw gelijmd en goudkleurig geschilderd. Hij is tot het eind van de jaren negentig in gebruik gebleven. Als die leeuw eens kon praten….! De medailles die men won werden in het begin aan het houten voetje bevestigd waarop de leeuw stond. Al spoedig was de ruimte te klein en werd er een harpvormig metalen beugel om de leeuw gemaakt die ruimte bood aan veel meer medailles. Het was natuurlijk erg indrukwekkend als er iemand voor een fanfare liep met een vaandel, wat vol hing met gewonnen medailles. Een soort wandelende prijzenkast, wat werd gezien als statussymbool. Het aantal medailles bleef maar toenemen en eind jaren dertig werd de harpvorm weer van de vlag gehaald en verschenen er twee harpen op stokken op straat, uiteraard vol medailles. Na de ingebruikneming van de nieuwe drapeau in 1939 gingen de harpdragers op straat de twee geelgroene vlaggen dragen en verdwenen de twee harpen uit beeld. Het Willibrordusfeest diende zich aan en de bisschop uit ‘s-Hertogenbosch, mrg. Van Diepen, werd door de fanfare, edelvrouwen, ridders te paard en het erecomité afgehaald. Na enkele plechtigheden trok er een schilderachtige optocht door Bakel met Musis Sacrum voorop. Van deze optocht is een prachtige oude film bewaard gebleven. In Nederland was inmiddels vanwege de gespannen toestand van oorlogsdreiging de mobilisatie afgekondigd. Veel van die gemobiliseerde soldaten verbleven in Bakel en omgeving. Ze waren bezig met het oprichten en in orde maken van de zogenaamde “Peelraamstelling” een verdedigingswerk dwars door de Peel, waarvoor men schuttersputjes en loopgraven moest graven in de natte drassige peelbodem. Het weer was in het najaar van 1939 bijzonder slecht. Hierdoor konden de soldaten dus weinig uitrichten. Inmiddels was het Bakelse parochiehuis ingericht als “Katholiek Militair Tehuis” waar werd geprobeerd voor de soldaten enige ontspanning te brengen, waarbij de Bakelse en Milheezer fanfare enkele concerten verzorgden. Begin juli 1939 hield de fanfare haar jaarvergadering. Het bestuur onderging een grote verandering. Joost Manders werd vervangen als voorzitter door Just Kanters. Die woonde in Mierlo-Hout en het besturen op afstand bleek een heel karwei. Fried Reynders bleef secretaris en Hannes Jaspers bleef penningmeester. De rest werd allemaal vervangen door verse bestuursleden. In juli 1939 ging Kunst en Vermaak naar een zangwedstrijd in Aarle-Rixtel en won er een 1eprijs. De fanfare trok uit om de succesvolle zangers te feliciteren. Inmiddels waren er in diverse delen van Europa Duitse vijandelijkheden uitgebroken en er was sprake van oorlogsdreiging. In Nederland werd een algemene mobilisatie van kracht. In de Peel werden diverse verdedigingswerken gebouwd door werkelozen, want het was crisistijd! Ook waren er militairen die bouwden aan die verdedigingswerken. Omdat men in de buurt van Bakel grote concentraties militairen had die vanwege de mobilisatie niks te doen hadden, werd er door de fanfare op 19 november een concert gegeven voor die militairen. Wegens de tijdsomstandigheden was er in 1939 al geen kermis gevierd en de fanfare had gezwegen.