Statuten

 

In deze statuten wordt als gemeente Bakel en Milheeze vermeldt.
Dit is inmiddels gemeente Gemert-Bakel.

 

Naam en Zetel.
Art. 1.
    De vereniging is genaamd: “Musis Sa­crum”. Zij is gevestigd in de gemeente Bakel en Milheeze.

Doel.
Art. 2.
    De vereniging heeft ten doel het organiseren van muzikale en culturele manifestaties, alsmede het verrichten van al hetgeen dat met het vorenstaan­de verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn. Alles in de ruimste zin.

Duur: 
Art. 3.
    De vereniging, oorspronkelijk opgericht op 29 juni 1874, is vanaf de inwer­kingtre­ding van deze statuten aangegaan voor onbepaalde tijd.

Leden, Junioren, Ereleden en Begunstigers.
Art. 4.1.
    De vereniging kent leden en junioren. Voorts kent de vereniging ereleden en begunstigers.
Art. 4.2.
    Gewoon lid is degene die bij het begin van een boekjaar de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en als lid is toegelaten overeenkomstig het bepaalde in art. 5, of degene die bij het begin van een boekjaar de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en tot het bereiken van die leeftijd reeds junior was.
Art. 4.3.
    Junior is degene die bij het begin van een boek­jaar de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt en als junior is toegelaten overeenkomstig het bepaalde in art. 5.
Art. 4.4.
    Erelid is degene die door de Algemene Vergadering met tenminste drie vierde meerder­heid van de uitgebrachte stemmen als zodanig is benoemd vanwege de omstandigheid, dat hij zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de vereniging.
Art. 4.5.
    Begunstiger is degene die de vereniging steunt met een financiële bijdrage waarvan het minimum door het bestuur wordt vastgesteld.
Art.  5.1.
    Degene die lid of junior wil worden, geeft zich daartoe schriftelijk op bij de secretaris of diens plaatsvervanger.
De opgave bevat tenminste de naam, voor­na(a)m(en), het adres en de geboorte­datum. Voor minderjarigen dient van de toestem­ming door de wettelijke   vertegenwoordiger te blijken.
Art.  5.2.
    Het bestuur beslist of een kandidaat al of niet als lid of junior wordt toegela­ten.
Art.  5.3.
    De secretaris of zijn plaatsvervanger stelt de kandidaat schriftelijk in kennis van een beslissing tot het al dan niet toelaten.
Art.  5.4.
    Het lidmaatschap of juniorschap is persoonlijk en mits­dien niet overdraagbaar noch vatbaar om door erfopvolging te worden verkregen.

Schorsing.
Art.  6.1.
    Het bestuur is bevoegd een lid of junior te schor­sen voor ten hoogste drie maan­den, indien het bestuur niet vol­doende de termen aanwezig acht om tot ontzetting te besluiten. Gedurende de schorsingperiode kunnen de aan het lidmaatschap of junior­schap verbonden rech­ten niet worden uitgeoefend.
Art. 6.2.
    Het bepaalde in art. 7 leden 2 tot en met 3 is van over­eenkomstige toepas­sing.

Einde van het lidmaatschap en het juniorschap.
Art.  7.1.
    Het lidmaatschap en het juniorschap eindigt door:
1. Overlijden.
2. Schriftelijke opzegging door het lid of juni­or. De opzegging kan te allen tijde ge­schieden en zonder in ­achtne­ming van een opzeg­termijn. V­oor junio­ren met toestem­ming van de wettelijke vertegenwoor­diger.
3, Schriftelijke op­zeg­ging na­mens de ver­eni­ging. Deze kan te allen tijde en zon­der in­acht­ne­ming van een op­zegter­mijn geschie­den door het be­stuur, indien­ redelijkerwijs van de ver­eni­ging niet gevergd kan wor­den het lidmaat­schap of het juni­orschap te laten voortdu­ren.
4. Ontzetting. Deze kan alleen dan door het bestuur worden uitge­spro­ken, wanneer een lid of junior in strijd met de statuten, regle­men­ten of besluiten van de vereniging han­delt of de vereni­ging op onrede­lij­ke wijze benadeelt.
Art.  7.2.
    Ten aanzien van een bestuurslid geschiedt de opzegging en ontzetting namens de vereniging door de Algemene Vergade­ring.
Art.  7.3.
    Degene, ten aanzien van wie een besluit tot ont­zetting is genomen, wordt ten spoedigste schrifte­lijk van het besluit in kennis gesteld. Hem staat binnen een maand na ontvangst van de kennisge­ving beroep op de Algemene Ver­ga­de­ring open. Het beroep moet schriftelijk bij de secretaris worden ingediend.

Geldmiddelen, rechten en verplichtingen.
Art.  8.
    De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de con­tributies van de leden en de junioren, alsmede uit bijdragen van de begunstigers, uit subsidies, uit entreegelden, uit eventuele verkrij­gin­gen ingevolge erfstellingen, legaten en schen­kingen en uit andere baten.
Art.  9.1.
    De door de leden en junioren verschuldigde contri­bu­ties en overige bijdragen worden vastge­steld door de Algeme­ne Vergadering. Bij die vaststelling kan onderscheid gemaakt worden naar leef­tijd, aantal gezinsleden, erelid­maat­schap of andere omstandighe­den.
Art.  9.2.
    Het bestuur bepaalt op welke wijze en welke datum uiter­lijk aan de financiële verplich­tingen moet zijn voldaan.
Art.  9.3.
    Personen, van wie het lidmaatschap of junior­schap een aanvang heeft genomen of is beëindigd of die zijn geschorst, zijn over het jaar waarin de aanvang, het einde of de schor­sing plaats vindt, de contributie voor het geheel verschul­digd, tenzij het bestuur anders besluit.
Art.  9.4.
    Het bestuur kan, wanneer dit naar zijn oordeel redelijk is, in bijzondere gevallen besluiten, dat het door een lid of junior verschuldigde geheel of gedeeltelijk niet zal worden ingevorderd. Een zodanig besluit wordt de betrokkene door de penningmeester schriftelijk medegedeeld.
Art.  9.5.
    Onverminderd het overigens bij de wet of deze statuten bepaalde, hebben de leden en de junioren het recht om van de door het bestuur aan te wijzen faciliteiten en eigendommen van de ver­eniging gebruik te maken. 
Dit gebruik moet geschieden overeenkomstig de bestaande of nog te maken regle­menten, besluiten en gebruiken, en eventueel onder de voorwaar­den als door het bestuur zijn of zullen worden vastgesteld.
Art.  10.
    Na voorafgaande goedkeuring van de Algemene Ledenver­gade­ring is het bestuur bevoegd in naam van de leden rechten en verplichtingen aan te geven.

Bestuur.
Art.  11.1
    Het bestuur bestaat uit tenminste drie leden. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de Algemene Verga­dering.
De bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit de leden van de vereniging benoemd met dien verstan­de, dat de voorzitter kan worden benoemd buiten de leden. Het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan en eventu­eel een vicevoorzitter. De voorzitter wordt steeds als zodanig door de Algemene Vergade­ring be­noemd.
Art.  11.2.
    De Algemene Vergadering kan een bestuurslid schorsen of ontslaan, indien zij daartoe termen aanwezig achten. Voor een besluit daartoe is een meerder­heid vereist van tenminste twee-derde van de uitgebrachte stemmen.
Art.  11.3.
    Jaarlijks treedt tenminste een-derde van het be­stuur af volgens een door het bestuur op te ma­ken rooster. Aftre­dende bestuursleden zijn ter­stond herkies­baar.
Art.  11.4.
    Nieuwbenoemde bestuursleden aanvaarden hun functie terstond na hun benoeming en nemen op het rooster van aftreden de plaats van hun voor­gan­ger in. De Algemene Vergadering kan voor de aanvaarding een ander tijdstip vaststellen.
Art.  11.5.
    Een bestuurslid kan ten alle tijden zelf ontslag nemen, mits dit schriftelijk ge­schiedt met een opzegtermijn van tenminste drie maanden.
Art.  11.6.
    Bij een vacature in het bestuur wordt binnen drie maan­den een Algemene Vergade­ring gehouden ter vervulling daarvan. Het bestuur kan besluiten met de vervulling van de vacature te wachten tot de eerstvolgende door het bestuur voorgenomen Algemene Vergadering.
Art.  12.1.
    Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. De vereniging wordt vertegenwoor­digd door tenmin­ste twee gezamenlijk handelende be­stuursleden. De bestuursleden kunnen zich daarbij door een schriftelijk gemachtigde doen vertegen­woordigen.
Art.  12.2.
    Voor het kopen, vervreemden of bezwaren van register­goe­deren, voor overeen­komsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede­schul­denaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstel­ling voor de   schuld van een derde verbindt, behoeft het be­stuur de goedkeu­ring van de Algeme­ne Vergade­ring.
Art.  12.3.
    Voor het verkopen, vervreemden en bezwaren van niet-registergoederen is een daartoe strek­kend besluit van het bestuur vereist.

Bestuursvergaderingen.
Art.  13.1.
    Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzit­ter of degene die hem als zodanig vervangt, dit nodig acht of tenminste twee bestuursleden dit schrifte­lijk verzoeken. Aan dit verzoek moet binnen twee weken worden voldaan.
Art.  13.2.
    De secretaris, of degene die hem als zodanig vervangt, roept door middel van convocaties op tot de vergadering onder opgave van agendapun­ten. Hij is verplicht een bepaald onder­werp op de agenda te plaatsen op verzoek van tenminste twee bestuursleden.
Art.  13.3.
    De voorzitter of zijn plaatsvervanger heeft de bevoegd­heid de beraadslaging over een aan de orde zijnd onderwerp te sluiten, tenzij het be­stuur in meer­derheid anders besluit.
Art.  13.4.
    Bij staken van stemmen wordt herstemd. Indien dan de stemmen weer staken, wordt in de eerst­volgende vergadering, welke binnen een maand moet worden gehouden, maar niet eerder dan acht dagen na die waarin de stem­men staakten, nogmaals gestemd. In geval de stemmen dan wederom staken, beslist de voorzitter of zijn plaatsvervanger.
Art.  13.5.
    De secretaris of zijn plaatsvervanger houdt notu­len bij, tenzij het bestuur besluit te volstaan met een besluiten­lijst. De notulen c.q. de besluiten­lijst worden door het bestuur vastgesteld.

Algemene Vergaderingen.
Art.  14.1.
    Binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar wordt een Algemene Verga­dering (jaarvergade­ring) gehouden, het bestuur brengt in deze verga­dering zijn jaarverslag uit en doet, onder over­legging van de nodige bescheiden, rekening en verantwoor­ding van zijn  in het afgelopen boek­jaar gevoerd bestuur.
Art.  14.2.
    De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks een commissie van tenminste twee leden (kascommis­sie) die geen deel mogen uitmaken van het be­stuur, tot onderzoek van de rekening en verant­woording over het lopende c.q. laatst verstreken boek­jaar.
De commissie brengt op de jaarverga­dering verslag uit van haar bevindingen. Indien het onderzoek bijzondere boek­houdkundi­ge ken­nis vereist, kan de commis­sie zich, na goedkeu­ring door de Algemene Vergadering, door een deskundige doen bijstaan.
Art.  14.3.
    Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar de kas en de waarden der vereniging te tonen en inzage in de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
Art.  14.4.
    Goedkeuring door de Algemene Vergadering van het jaar­verslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge.
Art.  14.5.
    Indien de goedkeuring van de rekening en verant­woording wordt geweigerd, benoemt de Algeme­ne Vergadering een andere commissie, bestaande uit tenminste drie leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur, welke de rekening en verant­woording opnieuw onderzoekt. Deze com­missie heeft dezelfde bevoegdheden als de eerder benoemde commissie.
Binnen een maand na de benoeming brengt zij aan de Algemene Vergade­ring verslag uit van haar bevindingen.
Indien ook dan de goedkeu­ring wordt geweigerd, neemt de Algemene Vergadering al die maatrege­len, welke door haar in het belang van de vereniging nodig geacht wordt.
Art. 14.6.
    Een Algemene Vergadering wordt voorts gehou­den krach­tens een besluit van de voorzitter of van het bestuur of op schrif­telijk verzoek van tenminste tien leden dan wel van zoveel leden als tezamen bevoegd zijn een-tiende van de stem­men in een Algemene Vergadering uit te brengen.

Bijeenroeping en agenda van de Algemene Vergadering.
Art.  15.1.
    De Algemene Vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur met inachtne­ming van een ter­mijn van tien dagen, de dag van oproeping en van de vergadering niet meegerekend.
De bijeenroeping geschiedt door een aan alle leden te zenden schriftelijke kennis­geving.
Art.  15.2.
    Junioren kunnen van het houden van een Alge­mene Verga­dering op de hoogte worden gebracht door het bestuur te bepa­len wijze.
Art.  15.3.
    De kennisgevingen bevatten de vermelding van tijd en plaats van de te houden vergade­ring, alsmede de agenda met inachtneming van hetgeen in dit artikel is bepaald.
Art.  15.4.
    De agenda van de Algemene Vergadering wordt door het bestuur vastgesteld.
Art.  15.5.
    De agenda van de jaarvergadering bevat tenmin­ste de volgende punten:
     1.   Verkie­zing van de bestuursleden.
2.  Jaar­verslag door het bestuur over het afgelopen boekjaar.
3.  Rekening en verantwoor­ding door het bestuur over het in het afgelo­pen boekjaar gevoer­de bestuur.
4.  Verslag van de bevin­dingen van de kascom­missie.
5.  Benoeming van de kascommissie.
Art.  15.6.
    Op schriftelijk verzoek van tenminste tien leden of zoveel minder als tezamen bevoegd zijn een-tiende gedeelte van de stemmen in een Algemene Vergade­ring uit te brengen, is het bestuur ver­plicht een opgegeven punt op de agenda te plaat­sen, mits zodanig verzoek wordt ontvangen ten­minste zestien dagen voor de Algemene Vergade­ring, de dag van ontvangst en van de vergadering niet meegerekend.
Art.  15.7.
    Wordt een verzoek om een punt op de agenda te plaatsen niet ontvangen voor de in lid 6 van dit artikel bedoelde dag, dan kan het bestuur alsnog besluiten het opgegeven punt op de agenda te plaatsen.
De secretaris of zijn plaatsver­vanger doet daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan de leden.
Heeft een zodanige mededeling niet plaatsgevonden of niet kunnen plaatsvinden, dan kan de Algemene Vergadering besluiten het opgegeven punt niet in behandeling te nemen.
Art.  15.8.
    Indien een opgegeven punt niet in behandeling wordt genomen, wordt dit punt op de agenda van de eerstvolgen­de Algemene Vergadering gezet.
Art.  15.9.
    In afwijking van het vorenstaande moet een voor­stel tot statutenwijziging worden ontvangen ten­minste een maand voor de Algemene Vergade­ring, de dag van ontvangst en van de vergade­ring niet meegerekend. Het bepaalde in lid 7 van dit artikel  is in dit geval niet van toepassing.
Art.  15.10.
    Na ontvangst van een verzoek als in artikel 14 lid 6 bedoeld, is het bestuur verplicht tot bijeen­roeping van een Algemene Vergadering op een termijn van niet langer dan drie weken.
Indien aan het verzoek tot bijeenroeping geen gehoor wordt gegeven door het bestuur, kunnen de ver­zoekers zelf tot bijeenroeping overgaan op de wijze als bepaald in lid 1 van dit artikel. De verzoekers bepalen dan zelf op welke wijze de junioren van de te houden vergadering op de hoogte zullen worden gebracht.

Besluitvorming in de Algemene Vergadering.
Art.  16.1.
    Ieder lid en iedere junior heeft toegang tot de Algemene Vergadering en heeft de bevoegdheid aldaar het woord te voeren en voorstellen te doen.
Art.  16.2.
    Ieder lid heeft een stem en is bevoegd zijn stem door een schriftelijk gemach­tigd ander lid te doen uitbrengen.
Art.  16.3.
    Alle besluiten in de Algemene Vergadering wor­den geno­men bij volstrekte meerderheid van stemmen, tenzij in de wet of deze statuten anders is be­paald.
Onder stemmen wordt ver­staan geldig uitgebrachte stemmen, zodat niet in aanmer­king komen blanco-ondertekenden en van niet terzake doende mededelingen of tekens voorziene stem­men.
Art.  16.4.
    Stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen schriftelijk.
Art.  16.5.
    Bij staking van stemmen is het voorstel verwor­pen.
Heeft bij stemming over personen niemand de volstrekte meer­derheid verkregen, dan vindt een tweede stemming plaats tussen de personen die het grootste aantal stemmen op zich verenig­den en is hij gekozen op wie bij de tweede stem­ming de meerderheid der stemmen is uitgebracht. Indien bij de tweede stemming de stemmen sta­ken beslist het lot.
Art.  16.6.
    De voorzitter of degene die hem als zodanig vervangt, leidt de vergadering. De secretaris of zijn plaatsvervanger houdt de notulen bij, welke in de eerstvolgende vergadering worden vastge­steld.

Statutenwijziging.
Art.  17.1.
    Tot wijziging van de statuten kan slechts worden besloten door een Algemene Vergadering, waar tenminste de helft van het totaal aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is, met een meer­derheid van tenminste twee-derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
Deze vergadering wordt bijeenge­roepen met inachtneming van het bepaal­de in artikel 15 lid 9.
Art.  17.2.
    Indien in een vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, minder dan de helft van de leden aanwezig of vertegenwoor­digd is, wordt een nieuwe verga­dering bijeen geroepen, die niet eerder dan acht dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de eerste zal worden gehou­den. In deze vergadering kan tot statutenwijziging worden besloten met een meer­derheid van tenminste twee-derde van het aantal uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aan­wezige leden.
Art.  17.3.
    Zij, die de oproeping van de Algemene Vergade­ring tot behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten bij toezending van de agenda een afschrift van dat voorstel voegen, waarin de voorgedragen wijziging woor­de­lijk is opgenomen.
Junioren kunnen van het wijzigingsvoor­stel in kennis worden gesteld door het afschrift op een daartoe geschikte plaats voor hen ter inzage te leggen.
Art.  17.4.
    De statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opge­maakt.
Art.  17.5.
    Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de akte van wijziging alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het open­baar verenigingsre­gister. gehouden door de Ka­mer van Koophandel en Fabrieken te Eindho­ven.
Aan de leden en junioren wordt op hun verzoek een af­schrift van de statuten ter hand gesteld.

Ontbinding en vereffening.
Art.  18.1.
    Op een besluit tot ontbinding van de vereniging is het bepaalde in artikel 17 leden 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.
Art.  18.2.
    Indien bij het besluit tot ontbinding te dien aanzien geen v­e­r­e­f­f­e­n­a­ars zijn a­a­n­g­ewe­zen, ge­schiedt de veref­fening door het bestuur.
Art.  18.3.
    Na de ontbinding worden de eigendommen en het eventueel batig saldo van de vereniging met inachtneming van artikel 23 Boek 2 van het Bur­gerlijk Wetboek ter beschikking gesteld van de burgemeester en wethouders van de gemeente Bakel en Milhee­ze.
Art.  18.4.
    Na de ontbinding blijft de vereniging voortbe­staan voor  zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Geduren­de de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en eventue­le reglementen zoveel mogelijk van kracht.
In stukken en aankondigingen, die dan van de ver­eniging uitgaan, moeten aan haar naam de woor­den “in liquidatie” worden toegevoegd.

Reglementen.
Art.  19.1.
    Bij reglementen kan worden geregeld al wat zal blijken nadere regeling te behoe­ven.
Reglemen­ten worden vast­gesteld door de Algemene Verga­dering.
Art.  19.2.
    Een reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met deze statuten of de wettelijke voor­schriften.

Slotbepaling.
Art.  20.
    In alle gevallen, waarin deze statuten, de regle­men­ten of de wet niet voor­zien, beslist het be­stuur.

 Deurne, 15 februari 1979.